Opinie Religie in Nederland

CBS berichtgeving over religieuzen in Nederland is ronduit nepnieuws

Nederland is steeds on-kerkelijker. Maar ‘geloof’ kan ook buiten de kerk beleefd en gevierd worden, betoogt godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes.

Kerkgangers volgen via hun autoradio een drive-in-kerkdienst van de Evangelische Gemeente op het ­parkeerterrein van de Veenendaalhal. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Meer dan de helft Nederlanders niet religieus’, kopte het Centraal Bureau voor de Statistiek op de eigen website. De Telegraaf, het AD en de NOS ging in deze berichtgeving gretig mee met koppen als ‘Voor het eerst meeste Nederlanders niet religieus’. Niet alleen vertelt het CBS weinig nieuws, maar de conclusie is ronduit nepnieuws.

Zo werd in maart 2016 het onderzoek God in Nederland 1966-2015 gepubliceerd. Volgens dat onderzoek was in 2015 67,8 procent van de Nederlandse bevolking buitenkerkelijk, en gaf 58 procent aan een atheïstische of agnostische levensbeschouwing te hebben. Dus in 2016 was al duidelijk dat atheïstische of agnostische ­levensbeschouwingen in Nederland de meerderheid hebben.

Maar betekent dit nu echt dat de meerderheid van de Nederlanders ‘niet religieus’ is, zoals het CBS beweert en door allerlei media klakkeloos werd nagepraat? Nee. Zo geven de onderzoekers van God in Nederland 1966-2015 aan dat de bijna 68 procent van de buitenkerkelijken bestaat uit 17 procent ‘ongebonden gelovigen’ en 10 procent ‘ongebonden spirituelen’ naast 41 procent seculieren. Buitenkerkelijk betekent dus helemaal niet ongelovig of niet-spiritueel.

Maar die atheïsten en agnosten zijn toch zeker wél ir- of areligieus? Ook weer mis. In mijn boek God, iets of niets? De postseculiere maatschappij tussen ‘geloof’ en ‘ongeloof’ laat ik aan de hand van allerlei literatuur zien dat het onderscheid tussen ‘geloof’ en ‘ongeloof’ grotendeels achterhaald is.

Religieuze atheïsten

Het meest frappante daarbij is dat er een groeiend aantal atheïsten is dat zichzelf ‘religieus’ noemt. Religie is niet identiek aan godgeloof. Centraal staat het diepgewortelde existentiële besef dat de werkelijkheid ten diepste zinvol en betekenisvol is. Er is voor de meeste atheïsten geen bovennatuurlijke werkelijkheid, maar alleen de alledaagse materiële werkelijkheid. Maar die werkelijkheid laat zich kennen als een betekenisvol verband waarvan ieder individu afhankelijk is, maar waar iedereen zelf ook aan bijdraagt en er zo verantwoordelijkheid voor draagt.

Of om het wat filosofischer uit te drukken: in onze samenleving wordt traditionele verticale transcendentie van de bovennatuurlijke hemel steeds meer ingewisseld voor horizontale transcendentie: een gevoel van diepe verbondenheid met al wat is. En je kunt die verbondenheid op ­allerlei manieren beleven en vieren zonder in een kerk te hoeven zitten.

Godgeloof wordt ook wel ‘theïsme’ genoemd: het geloof in een persoonachtige, bovennatuurlijke entiteit die af en toe ingrijpt in de werkelijkheid. Vrijwel elk sociaal-cultureel onderzoek geeft aan dat het theïsme bij de Nederlandse bevolking over het algemeen sinds de jaren zestig drastisch afgenomen is en dat Nederland steeds onkerkelijker wordt. Dat zijn feiten. Maar na de dood van God waart Gods geest nog altijd rond in de veelkleurigheid aan religieuze posities die de afgelopen decennia ontstaan zijn en die binaire begrippen als ‘gelovig’ en ‘ongelovig’ in een stevige betekeniscrisis hebben gestort.

Onwetendheid over hedendaagse religie

‘Religieus’ wordt door het CBS gelijkgesteld met ‘tot een religieuze groepering behorend’ of zelfs ‘godgelovig’. Dat mag, er bestaat immers ook onder theologen en godsdienstwetenschappers geen consensus over hoe je ‘religie’ of ‘religieus’ moet definiëren. Op basis van mijn eigen onderzoek definieer ik ‘religie’ in God, iets of niets? als een persoonlijk besef van een dimensie van de werkelijkheid die de individuele mens of de werkelijkheid als geheel omgeeft, doordringt en draagt.

Het CBS hanteert echter een referentiekader dat door theologen, godsdienstwetenschappers en filosofen al lang als achterhaald wordt ­beschouwd en dat geen recht doet aan de religieuze veelkleurigheid van het Nederlandse levensbeschouwelijke landschap. En de conclusies die ze eruit trekken weerspiegelen de werkelijkheid dan ook niet.

Ronduit schokkend is dan ook dat de meeste media in Nederland dat achterhaalde begrippenkader van het CBS klakkeloos overnemen (de ­levensbeschouwelijk betrokken ­media vormen de grote uitzondering). Het is tekenend voor de onwetendheid over hedendaagse religie die bij niet-religieuze journalisten en opiniemakers heerst. Hun onderbuik en vooroordelen staan een kritische journalistiek in de weg.

Want enerzijds staan journalisten te popelen om de ondeugdelijkheid van bijvoorbeeld sociaal-psychologische onderzoeken te laten zien. Maar gek genoeg werden bij de conclusies die het CBS uit eigen onderzoek trekt door geen enkele seculiere krant of website kritische vraagtekens gezet. En dat had bij dit nepnieuws wel gemoeten.

Taede A. Smedes is godsdienstfilosoof en theoloog en werkzaam als journalist en publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.