Column Caspar loopt...

Caspar loopt door de Limburgse hellingbossen en ziet hoe natuurbeheer worstelt met bramen en stikstof

Aflevering 235: het gaat niet vanzelf met de Limburgse bosvegetatie. Maar opeens is er toch een beloning.

Caspar Janssen. Beeld de Volkskrant

Bramenstruiken en klimop, we lopen vast. Ik ben nog altijd op pad met Baudewijn Odé van wilde plantenorganisatie Floron, we ­liepen over gebaande paden in de Eyserbossen, totdat we doelbewust afweken. Odé wil weten hoe het gaat met de opengekapte stukken van het hellingbos. Hier zou bijzondere bosvegetatie ­moeten terugkeren, kenmerkend voor de fameuze Limburgse hellingbossen, met een grote variatie in bosplanten, een kleurrijke voorjaars­attractie.

Maar ook hier gaat het niet meer vanzelf. Vroeger oogstten boeren nog hakhout uit het bos, dat hakhoutbeheer wordt nu op sommige plekken ­nagebootst, zoals hier, door open plekken te ­maken. Maar ja, we stranden dus op de open plek. ‘Superheftig,’ zegt Baudewijn Odé. ‘Dit heeft er twee jaar aardig bijgestaan, maar je ziet hoe snel die bramen weer gaan overheersen.’ Hij lijkt zich ter plekke de zinloosheid van alles te realiseren. Odé is niet van de grote woorden. ‘Maar’, zegt hij, ‘ik zeg het dan af en toe toch maar: stikstof is het probleem. Er komt gewoon enorm veel voedsel uit de lucht. Dus groeit het nu ­binnen de kortste keren weer dicht. Natuur­beheer wordt zo wel erg moeilijk.’

Goed. Omdraaien, een andere weg kiezen, de uitdrukkingen ‘vechten tegen de bierkaai,’ en ‘tegen de klippen op’ vallen. Odé: ‘Gelukkig staat ons nog een beloning te wachten.’

Het juweeltje van de dag: hondskruid. Beeld Caspar Janssen

Als we het bos aan de onderkant uitkomen, kijken we opeens uit op Heimans- en Thijsseland: een helling vol bloemrijk grasland en dan beneden weer bos, en glooiend Limburg tot waar het oog reikt. We treffen jongeren met vlindernetten, van de jeugdbond voor natuur- en milieustudie JNM. Helemaal de geest van Thijsse en Heimans.

Dit was supersaai agrarisch grasland, zegt Odé, totdat de waterwinmaatschappij hier liever geen landbouw meer wilde. Het natuurlijke grasland kwam terug, door maaien en afvoeren, door niet bemesten, door te verschralen, zoals dat heet. Eerst kwam de bijenorchis, vele andere bijzondere soorten volgden. Nu kijken we uit op een veld met bergdravik, harige ratelaar, knoopkruid, groot streepzaad... We horen zoemende bijen en ­hommels. En het juweeltje van de dag: hondskruid. Dat kan dus zomaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.