Column Daniela Hooghiemstra

Burgers zijn boos op ‘de elite’, maar wie is dat eigenlijk?

Als ik hoor dat burgers in Europa boos zijn op ‘de ­elite’, vraag ik me af wie, wat en waar die dan is.

Mijn definitie van elite is: een kleine, gesloten groep, die op een continue basis geld en/of macht en aanzien heeft.

De regering in Nederland voldoet alvast niet aan de omschrijving. De macht is niet van de premier, maar van de partijen met ­genoeg stemmen om te regeren en de wil om dat samen te doen. Omdat 150 Kamerleden die macht controleren, kan het iedere dag afgelopen zijn.

De leden van het Koninklijk Huis voldoen wel aan de omschrijving, maar door hun geringe aantal en het ontberen van politieke macht, kun je dat folklore noemen.

Ambtenaren zijn evenmin elite. Hun administratieve functie geeft (hinder)macht, maar in het tijdperk van transparantie is een fout snel gemaakt en als daardoor een bewindspersoon sneuvelt, zoals Harbers onlangs, is het met het aanzien, voor zover aanwezig, snel ­gebeurd.

Rijk word je in het bestuur ook niet. In het bedrijfsleven wel, maar de meeste rijke ondernemers waren niet altijd rijk. John de Mol is de zoon van een accordeonist, DJ Tiësto begon zijn carrière in Brabantse dancings en de vader van Atilay Uslu (Corendon) was uitbater van een Turks koffiehuis. Als ­iedereen ‘elite’ kan worden, is het geen elite.

Houdt de elite zich dan op aan de universiteit? Historicus en psycholoog Eelco Runia, die onlangs ontslag nam bij de Rijksuniversiteit Groningen, nam ook die vrees – of in dit geval misschien wel hoop – weg. In zijn openbare afscheidsbrief beschreef hij de positie van de moderne hoogleraar als die van een slaaf van studentenaantallen en universitaire marketing.

In de literatuur is sinds de commercialisering van elite ook geen sprake meer. De vaste troon (‘de grote drie’) heeft plaatsgemaakt voor een steeds wisselend aantal bestsellerauteurs.

En dan is er natuurlijk nog ‘Brussel’, waar de bevoegdheden zich opstapelen. Maar zolang niet aanwijsbaar is door en voor wie dat gebeurt en waartoe, kun je EU-func­tionarissen ook geen elite noemen.

Daarom vraag ik me af of er misschien iets anders aan de hand is. Of de huidige afkeer van ‘de elite’ soms verkapt verlangen is naar de tijd toen deze juist nog wel bestond.

Ooit werd Europa bestuurd door een handjevol families en de kerk. Dát was een elite. De Franse Revolutie onthoofde haar, Napoleon stelde er een Europese keizer voor in de plaats en het Congres van Wenen herstelde in 1814 de oude elite weer.

Liberalen en sociaal-democraten braken het zogenaamd door God gezegende, erfelijke bastion in de loop van de 19de eeuw af, waarna het in de revolutionaire jaren 60 van de ­vorige eeuw de genadeklap kreeg.

Sindsdien geldt het adagium: ieder voor zich en God voor ons allen, waarbij de ‘vrije markt’ de rol van God vertolkt. Rijkdom is veranderd van iemands min of meer vaste ­bestemming in een individuele ­verworvenheid.

Iedereen is vrijer en de meeste mensen zijn daardoor rijker geworden, maar sommigen hebben het nakijken. Omdat de maatschappelijke structuur niet langer de basis voor rijkdom is, spreekt het idee dat rijken er verantwoordelijker voor zijn dan anderen (‘noblesse oblige’) niet langer voor zich.

In Frankrijk, waar elite vanouds een centrale rol speelt (de socialistische president Mitterrand had ook nog een hof à la Lodewijk XIV) komt de liberalisering hard aan. De ‘gele hesjes’ reageerden woedend toen rijke ondernemers miljoenen ­gaven voor de restauratie van de Notre-Dame, in plaats van aan hen, de armen. Zo kwam de paradox aan het licht: niet vertrek, maar juist ­terugkeer van de elite lijkt hun wens. In de liefde gaat dat ook zo: na te zijn verlaten, kan liefde omslaan in haat of daarmee één worden.

Frankrijk heeft gisteren massaal gestemd op Marine Le Pen, die ­belooft haar volk van ‘de elite’ te zullen ‘bevrijden’. Wie, alles afwegend, op de terugkeer van elite in Europa toch niet zit te wachten, moet zich realiseren dat degenen die het spookbeeld ervan oproepen, mogelijk staan te trappelen om het liberale vacuüm te vullen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden