Burgerman

Ik had mezelf voorgenomen geen burgerman te worden. Dat is mislukt.

Toine Heijmans

Het is ook niet eenvoudig geen burgerman te worden. Hoe meer je verzamelt in het leven, hoe meer spullen, hoe meer kinderen, hoe meer herinneringen, hoe meer burgerlijke dingen je hebt om je druk over te maken. Hoe ouder je wordt, hoe kleiner de wereld.

Dus maak ik me druk over de stenen in mijn straat. Het is niet anders. En eerlijk gezegd is mijn straat best belangrijk, omdat de geschiedenis ervan iets zegt over hoe de dingen in Nederland tot stand komen. Of niet tot stand komen.

Mijn straat, of althans een deel ervan, verkeert al zes jaar in het ongerede. Het is een zandbak met hoog opgeschoten onkruid. Al die jaren is de gemeente er niet in geslaagd definitief een straat aan te leggen. Voor een nieuwbouwwijk is dat apart. Daar worden in een soms verbazingwekkend tempo rijen huizen tegelijk gebouwd. Maar een straat met bomen en lantaarnpalen en ondergrondse vuilcontainers en een compacte speeltuin voor de kinderen – dat is lastig. Als die speeltuin er ooit nog komt, zei mijn buurvrouw, dan zijn onze kinderen er te oud voor geworden.

Soms komen er mannen van een bestratingsbedrijf. Meestal zijn het er twee. Die leggen dan een stukje straat, en verdwijnen weer. Regelmatig halen ze hun stukje straat na een paar weken weer open om er iets met een leiding te doen. Als je ze vraagt waarom het allemaal zo lang duurt zeggen ze: ‘De gemeente’. Het is altijd prettig om een ongedefinieerde hogere macht ergens de schuld van te kunnen geven.

Bij tijd en wijle komen er brieven van de gemeente met de stand van zaken omtrent de straat. De brieven zien er doorgaans hetzelfde uit, alleen de data zijn veranderd. ‘Oplevering eind 2010’ wordt dan ‘oplevering begin 2011’. Er zijn nog maar weinig straatbewoners die het geloven. Zo is mijn straat gedoemd de mooiste nooit aangelegde straat van Nederland te worden.

Omdat ik als burgerman na zes jaar boos begon te worden, schreef ik een boze e-mail aan een verantwoordelijke ambtenaar. Zodra ik de e-mail had verzonden, kreeg ik spijt: boze e-mails werken nooit. Ambtenaren houden niet van burgermannen. Dit zou het aanlegproces van mijn straat alleen maar vertragen.

Vrijwel per omgaande kwam er een e-mail terug, die tot mijn verrassing een wanhopige toon had. ‘Ik begrijp je boosheid’, was de tweede zin. Verder stond erin dat hij zelf ook niet begreep waarom er niets gebeurt, als er wat gebeuren moet. Ten slotte volgde een uitleg van de organisatorische kluwen waar de goedwillende ambtenaar in terechtkomt, als hij probeert een straat aan te leggen: ‘Aannemer groen, aannemer bestrating, aannemer riool, aannemer openbare verlichting, aannemers diverse andere nutsvoorzieningen. Het afstemmen van al deze aannemers is een kunstje wat nogal lastig is.’

Hij is vast niet de enige wanhopige ambtenaar, verstrikt in een kluwen die graag een kluwen blijft. Maar wat heeft de burgerman eraan? Uiteindelijk is het allemaal geprofessionaliseerde desinteresse. Als ze nou gewoon effe mijn straat aanleggen, een klusje van een week, dan kan iedereen weer dingen doen die echt belangrijk zijn.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden