Column Sylvia Witteman

Bungalowpark Vacantievreugd was van alle ongemakken voorzien

Jarenlang bezocht ik elke herfstvakantie met een select gezelschap (mijn kinderen, mijn zus, haar kinderen en wie er verder maar zin in had) bungalowpark Vacantievreugd in Zuid-Limburg. Het park was van alle ongemakken voorzien: krappe, tl-verlichte, vochtig schimmelende huisjes met spinnen in het douchehok, levensgevaarlijke plofkachels en dito geisers, verzakte bankstellen, geruite nylon gordijnen, ingelijste poesjesposters aan de muur, vlekkerig van het lekwater, en uit failliete boedels bijeengeraapt serviesgoed van rookglas met oranje bloemetjes, kromme aluminium vorken en crematoriumcakeschoteltjes. Spotgoedkoop en schitterend gelegen, werd het er elk jaar heerlijker in al zijn aftandse vervallen treurnis.

Ach, wat hadden onze gestaag opgroeiende kinderen er altijd een schik! Dat eczeemverwekkende zwembad vol dobberende pleisters , de betonnen pingpongtafel met zijn vermolmde, gescheurde batjes, het dagelijks ontvluchten van het doodenge ‘animatieteam’, de verstoorde nachtrust door dronken Poolse fruitplukkers, en natuurlijk vooral de smerige patat van de kampcafetaria, gebakken door ‘Bernard’, beroepsmiddenstander in hart noch nieren, een uitbater met een diepe, oprechte afkeer van zijn klanten, van wie we het vermoeden dat hij zich afrukte in de frietsaus nooit hebben kunnen ontzenuwen. Maar wie kon het wat schelen? Die prachtige heuvels, de gouden herfstbossen! De zon scheen altijd in Vacantievreugd, ook als het in de rest van Nederland stortregende.

De afgelopen jaren kwamen er, ondanks de spotprijzen, steeds minder vakantiegangers. Even vreesden wij een opleving toen er een speelfilm werd gemaakt met Vacantievreugd als decor, maar die (Hallo bungalow) kreeg gelukkig vernietigende recensies (‘stomvervelend’, ‘pijnlijk geschmier’) en zo kregen we het rijk er zo goed als alleen.

Zoiets moois kan niet eeuwig duren. Vacantievreugd werd vorig jaar gesloten. Bedroefd huurden wij dit jaar een bungalow in een ander park, vlak in de buurt. Het bleek een keurig park. Frisse huisjes met magnetron, afwasmachine en ander modern gemak. Tennisbaan, bowling, zwemparadijs, noem maar op. Overal gelukkige, gezonde mensen.

‘Kom, laten we gaan kijken bij Vacantievreugd’, zeiden mijn zus en ik tegen elkaar. Beklemd reden we er erheen. Daar lag ons verlaten park, te midden van de glooiingen. Helemaal in puin. Dresden. Pompeï. Hiroshima. Graafmachines, brokstukken, glasscherven, wapperende flarden gordijn in de oktoberwind. Waar ooit Bernards frituurpan lustig bruiste: een kuil. Waar ooit de Polen zo gezellig zongen: één opstaand keukenmuurtje, als de bibliotheek van Efese. Het haakje voor de theedoek zat er nog. De bomen hadden alles gezien. Droevig lieten ze hun kastanjes vallen. Geen kinderhand zou ze meer oprapen.

We trokken een nylon gordijn tussen het puin vandaan en reden zwijgend terug naar het nette burgermanspark, waar op de frietsaus niets aan te merken viel. Het regende. In Vacantievreugd regende het nóóit.

Van dat gordijn ga ik kussentjes naaien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden