Opinie

Buitenland mag Atjeh nu niet in de steek laten

Atjeh

Tien jaar lang heeft de internationale gemeenschap zich ingezet voor Atjeh. Laat dat niet vergeefs zijn.

In Banda Atjeh, dat in 2004 zwaar werd getroffen door de tsunami, worden nieuwe huizen gebouwd. (Foto uit 2006) Beeld afp

Op 15 augustus is het precies tien jaar geleden dat er vrede kwam in Atjeh, lange tijd een van de onrustigste provincies van Indonesië. Het vredesakkoord dat toen werd gesloten in de Finse hoofdstad Helsinki maakte een einde aan een van de gewelddadigste conflicten in de moderne geschiedenis van Indonesië.

De dertigjarige oorlog tussen het Indonesische leger en Atjese separatisten kostte naar schatting twintigduizend mensen het leven. Het akkoord volgde ruim acht maanden na de verwoestende tsunami van Tweede Kerstdag 2004, vaak gezien als een katalysator van het vredesproces. De enorme wederopbouwoperatie die volgde op de tsunami en het conflict bracht honderden internationale organisaties en het ongeëvenaarde bedrag van 8 miljard dollar naar de zwaar geteisterde provincie.

Tien jaar later

Tien jaar later is er gelukkig nog steeds vrede in Atjeh, maar de economie zit in het slop en nagenoeg alle buitenlanders zijn vertrokken. En dat is zonde. Zonde van de kans die de internationale gemeenschap laat liggen om de miljarden dollars en onschatbare menskracht die in de eerste jaren na de ramp in Atjeh werden gestoken om te zetten in langdurige welvaart en internationale samenwerking. En zonde voor de Atjese bevolking die de mogelijkheden die ontstonden om zulke samenwerking te bewerkstelligen met beide handen heeft aangegrepen.

Na dertig jaar oorlog waarin Atjeh in toenemende mate van de buitenwereld werd afgesloten, bracht de tsunami niet alleen immens veel menselijk leed, maar ook kansen. Vandaag de dag studeren meer Atjese studenten dan ooit aan universiteiten in Australië, Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten, die tot op het bot gemotiveerd zijn om hun opgedane kennis in te zetten voor de wederopbouw en ontwikkeling van hun provincie.

Lokale non-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor mensenrechten, gendergelijkheid, de acceptatie van homoseksualiteit, corruptiebestrijding en bescherming van het milieu maakten een ware bloei door dankzij de samenwerking met hun grote internationale partners. Tegelijkertijd zet de Atjese overheid zich al jaren in om toeristen naar de provincie te krijgen - een inspanning die beloond wordt met de komst van grote groepen Maleisiërs die gretig gebruik maken van de goedkope dagelijkse vluchten tussen Banda Atjeh en Kuala Lumpur.

Negatieve berichten

De felbegeerde komst van buitenlandse investeerders die met grote projecten de armoede in Atjeh echt zouden kunnen bestrijden, blijft echter uit. Dit heeft deels te maken met een verandering in de publieke beeldvorming over Atjeh in het buitenland: de laatste jaren haalt Atjeh alleen nog de internationale media met berichten over de invoering van de sharia, vaak met schokkende foto's van lijfstraffen.

Hoewel de zorgen over de islamitische wetgeving terecht zijn, is het ook belangrijk deze beeldvorming te nuanceren. De sharia bepaalt niet het alledaagse leven in Atjeh en wordt alleen incidenteel echt toegepast - vaak onder grote media-aandacht. Bovendien worden de invoering en uitvoering van de wet ook in Atjeh sterk betwist en zijn nieuwe verordeningen vaak deel van een politiek machtsspel.

De negatieve berichten over de islam in Atjeh leiden er helaas toe dat de rest van Atjeh uit beeld verdwijnt en dat is contraproductief. Door een vervolg te geven aan de enorme inzet in de jaren na de tsunami zou de internationale gemeenschap echter veel goeds kunnen bewerkstelligen. Terugkerende financiële en logistieke steun aan progressieve activisten en politici kan tegenwicht bieden aan de conservatieve islam. Internationale samenwerking en investeringen op economisch gebied zullen de armoede onder de Atjese bevolking bestrijden en daarmee de politieke spanningen van de post-conflictsituatie kanaliseren en de kans op geweld kleiner maken.

Om de vruchten te plukken van de enorme financiële en menselijke inspanningen die Nederland en de rest van de internationale gemeenschap tien jaar geleden leverden in Atjeh, is het zaak nu te blijven investeren in de provincie. De Atjeeërs zijn er klaar voor, nu wij nog.

Het havengebied in de hoofdstad van Atjeh, in december 2004, kort na de tsunami (boven) en in december 2009 (onder). Beeld EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.