opinie huurbeleid

Buiten het zicht is kloof tussen huurder en huiseigenaar sterk gegroeid

Demonstratie tegen het huurbeleid, 2006. Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Koopkracht is besteedbaar inkomen, gecorrigeerd voor inflatie. In die inflatie zit hem de crux. Hiervoor wordt één cijfer gebruikt, alsof de inflatie voor iedereen hetzelfde is. Dat is niet zo. Armere huishoudens besteden hun complete inkomen aan eerste levensbehoeften. Hoe rijker de huishoudens, des te minder besteden zij daar aan. Daardoor komen verhoging van btw en energiebelasting ook zo hard aan bij armere huishoudens.

Een dramatisch voorbeeld van verschillen in ondergane inflatie biedt de vergelijking tussen huurders en huiseigenaren. Voor beide zijn de woonkosten de belangrijkste bestedingspost. Bij huurders, 43 procent van alle huishoudens, is dat vooral de huur, gemiddeld een kwart van hun bestedingen, bij huiseigenaren de hypotheekrente, gemiddeld een achtste.

De laatste 6 jaar stegen de huren gemiddeld 18,4 procent, terwijl de hypotheekrente daalde met gemiddeld 32,6 procent. De inflatie was volgens CBS en CPB voor beide groepen gezamenlijk echter 8,5 procent. Om die gezamenlijkheid te bereiken, hebben ze een kunstgreep uitgehaald: voor huiseigenaren telde niet hun 32,6 procent lagere hypotheekrente, maar de 18,4 procent stijging van de huren.

Om het nog gekker te maken: niet de omvang van de betaalde netto-hypotheekrente was de basis voor die toegerekende stijging, maar de toegerekende huur op de waarde van hun woning. Die is echter 2½ keer zo hoog als de betaalde hypotheekrente.

Het inflatiecijfer dat zo tot stand komt, is dus veel te hoog voor huiseigenaren, maar nog te laag voor huurders. Terwijl huiseigenaren al twee keer zoveel verdienen als huurders, en twintig keer zoveel bezit hebben, is de koopkrachtkloof tussen huiseigenaren en huurders afgelopen 6 jaar nog flink toegenomen, zonder dat dit echter zichtbaar is geworden.

Koopkracht wordt dus sterk beïnvloed door verschillen in ondergane inflatie. Hoog tijd dat het CPB niet alleen de verschillen weergeeft tussen huishoudens met één of twee kinderen, maar ook de veel grotere verschillen tussen huurders en huiseigenaren. Niet alleen zijn hun omstandigheden verschillend, zij ervaren ook een verschillende ontwikkeling.

Zo heeft de huisprijsstijging van de laatste jaren huiseigenaren min of meer slapend rijk gemaakt, waardoor het optimisme bij hen toenam. Die huisprijsstijgingen betekenden voor huurders echter hogere huren, doordat de maximale huurstijging gekoppeld is aan de WOZ-waarde.

Niet alleen koopkrachtvoorspellingen moeten met scepsis tegemoet getreden worden. Ook koopkrachtontwikkelingen uit het verleden hebben als gemiddelden beperkte waarde. Dit kan echter wel verbeterd worden. Tenminste voor huurders en huiseigenaren moeten aparte cijfers berekend worden, opdat zij zich in de prijsontwikkeling ook kunnen herkennen. Vooral bij huurders ontbreekt dat nu. Voor de politiek kan dan ook een probleem zichtbaar worden dat nu nog onvoldoende zichtbaar is: de groeiende kloof tussen huurders en huiseigenaren. Opdat daar iets aan gedaan wordt…

Alman Metten is onderzoeker en oud-lid van het Europese Parlement.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.