Column Sheila Sitalsing

Brief aan Baudet: Thierry,

Je had het kunnen weten: de mens is geneigd het gevaar op de verkeerde plek te zoeken. Ver buiten zichzelf, buiten de hekken, achter de bosjes, buiten de grenzen. Terwijl iedereen heus wel weet dat het kwaad meestal gewoon naast je zit op kantoor, je vriendschappelijk op de schouders slaat, samen de goede strijd met je strijdt – of doet alsof.

Dus dan kun je wel ‘we worden ondermijnd’ krijten, ‘door onze universiteiten, onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen’: het is allemaal hysterische flauwekul, dat weet je heus wel. Want universiteiten zijn bastions van keurigheid, journalisten houden eerbiedig een microfoon onder elke boer die je laat, en kunstenaars zijn zo druk met net niet doodgaan van de honger dat ze aan ondermijnen zelden toekomen.

Nee, de echte ondermijning is jarenlang met je opgetrokken. Zat samen met je in die bruine kelder aan de Amsterdamse Herengracht. Stampte de partij – jóúw partij – uit de grond. Deed de rekrutering, stippelde de mediastrategie uit, verjoeg de klagers, ging de lijst trekken voor de Eerste Kamer, ging de kas beheren, borstroffelde in de krant dat hij ‘deals kan closen’ en verstand heeft van media en dat hij ‘zoiets als Facebook misschien ook had kunnen bedenken’. Je vond het machtig mooi: blaaskaken en poseurs onder elkaar. Jij met je lavendelbundeltjes, hij met zijn ‘we creëren onze eigen content op Facebook met filmpjes’. In Henk Otten had je een waardige partner gevonden.

Totdat hij vergat wie de echte baas is. Zich groot ging wanen. Met zijn opvattingen in NRC ging staan, ging verkondigen dat je moet opbokken met je boreale praatjes, en je alt-right fantasietjes, en je natte dromen over een blank Europa, en je ijdelheid. Dat ‘de partij groter is dan Baudet’.

Het ergste vond je dat hij met die buik van hem op de foto ging. Onesthetisch.

Omdat beroepscommentatoren overal een strategie achter vermoeden, gingen ze elkaar nazeggen dat dit een geniale zet was om de partij – jóúw partij – te fatsoeneren en de nettere ex-VVD’ers binnen te houden. De imbecielen. Er is een hoop lavendel doorheen gegaan dat weekend.

Gelukkig had je Twitter nog, om de lul terug te fluiten. En de idioot Hiddema die je naar Pauw kon sturen om daar een rookgordijn op te trekken, terwijl jij intern je primaat probeerde te herstellen.

En toen Otten maar blééf terugduwen, gooide je het akkefietje met de 30 duizend euro in de strijd. Je had gedacht dat hij bulkte van het geld, met zijn lulpraatjes over zijn verleden op de Zuidas en in de City en zijn ‘Ik doe het echt niet voor het baantje of het geld’ (Volkskrant, 30 november 2018). Tot hij op eigen gezag geld aan zichzelf en enkele anderen was gaan uitdelen. Voor zijn harde werken, zei hij. Er was weinig stiekems aan; iedereen die bij de rekening kon, kon het zien. Maar je noemde het publiekelijk ‘een greep uit de kas’. Want jij kan óók hard trappen.

Alleen was je, zoals gewoonlijk, vergeten om na te gaan hoe het werkt, in die merkwaardige democratische instituties. De lijst voor de Eerste Kamer is al ingeleverd: Otten staat op nummer 1. Hij komt gewoon in de Eerste Kamer, op één van jóúw zetels, tenzij hij vrijwillig terugtreedt. Hij kan daar voor zichzelf beginnen, met die zetel van jou.

De critici die jou zo graag zien vallen zullen dit alles wel deerniswekkend amateurisme noemen. Dat is het ook. Maar één ding staat vast: ook als je op een dag te midden staat van de brokstukken van wat eens jóúw partij was: jíj bent de baas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden