Opinie

Brexit is exit Nederlandse invloed in EU

Als de Britten uit de EU vertrekken verliest Nederland invloed op de Europese besluitvorming. De Duitse invloed zal juist toenemen.

Minister van Financiën Dijsselbloem te midden van zijn Finse, Belgische en Spaanse collegas in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Beeld anp

Vandaag stemmen de inwoners van Groot-Brittannië in een referendum over het lidmaatschap van hun land in de EU. Zowel door wetenschappers als politici is er veel gezegd over wat een Brexit voor Nederland en Europa zou kunnen betekenen. Deze bijdrage bekijkt een aspect dat tot nu toe minder aandacht heeft gekregen, namelijk dat Nederland, samen met Ierland, Luxemburg en Zweden, bij de landen hoort die de meeste invloed op de besluitvorming in de EU verliezen als Groot Britannië de EU verlaat.

De drie belangrijkste instituties in de EU-besluitvorming zijn de Europese Commissie, het Europese Parlement, en de Raad van Ministers. Als enige institutie heeft de Commissie de mogelijkheid om nieuwe beleidsvoorstellen te maken. Na gecompliceerde onderhandelingen wordt over deze voorstellen uiteindelijk in het Parlement en de Raad gestemd. Daarbij geldt dat, afhankelijk van het voorstel, de samenstelling van de Ministerraad varieert. Voor voorstellen om de grensoverschrijdende criminaliteit aan te pakken, komen bijvoorbeeld de ministers van Justitie van de verschillende lidstaten bijeen.

In mijn onderzoek ben ik nagegaan hoe vaak de Britse ministers in de afgelopen jaren hetzelfde gestemd hebben als ministers van andere EU-lidstaten. Als Britse ministers vaak op dezelfde wijze stemmen als hun collega's uit een ander lidstaat, zal in het geval van een Brexit dit betreffende lidstaat invloed op de besluitvorming verliezen: zonder Britse collega's wordt het voor een land immers lastiger om een meerderheid te vinden voor de voorstellen die dit land ondersteunt.

Beleidsdomeinen

Wanneer we kijken naar de recente geschiedenis van de besluitvorming in de EU valt op dat de Britse ministers vaak alleen staan in hun oordeel, maar in de meeste gevallen stemmen zoals hun Nederlandse, Ierse, Luxemburgse en Zweedse collega's. Nederlandse ministers stemmen vaker in lijn met andere lidstaten, maar zouden in het geval van een Brexit de regelmatige steun van hun Britse collega's verliezen. Het wordt dan dus lastiger om in de Ministerraad een meerderheid te vinden voor de Nederlandse belangen.

De gebieden waarop het verlies van de Nederlandse invloed het grootst zal zijn, kunnen we nader in kaart brengen. Er zijn namelijk negen verschillende beleidsterreinen waarop Raadsvergaderingen plaatsvinden. De beleidsdomeinen waar het Nederlandse standpunt het vaakst gelijk is aan het Britse, en Nederland door een Brexit dus de meeste invloed verliest, zijn: vervoer, telecommunicatie, energie, onderwijs, jeugdzaken, cultuur en sport. Hierbij kunnen we denken aan onderwerpen als: regulering op het gebied van rij- en rusttijden; de door de EU afgedwongen lagere tarieven voor bellen in Europa; wetgeving ter beschermen van natuur en milieu, en de invoering van het bachelor - en mastersysteem in het hoger onderwijs.

Net als Nederland verliezen de meeste andere lidstaten ook invloed op één of meer van de negen beleidsdomeinen. Een uitzondering hierop vormt de groep landen die door een Brexit geen invloed winnen of verliezen. Dit zijn Oostenrijk, Frankrijk, Italië, Malta en Polen. De standpunten die deze lidstaten innemen in de Ministerraad verschillen onderling veel, maar wijken ook vaak af van het Britse standpunt. Een andere uitzondering is Finland, dit land zal bij een Brexit invloed winnen op het beleidsdomein milieu, maar invloed verliezen op de thema's landbouw en visserij.

De grootste uitzondering is echter Duitsland, dat als enige lidstaat overduidelijk invloed zal winnen als de Britten uit de EU vertrekken. Met name op de thema's economische en financiële zaken, werkgelegenheid, sociaal beleid, volksgezondheid en consumentenzaken, zullen de Duisters meer hun invloed kunnen laten geleden. Dit heeft er onder andere mee te maken dat Duitsland vaak voor meer Europese integratie pleit, terwijl de Britten hier traditioneel meestal terughoudender tegenover staan.

Klaas Staal is econoom. Hij is verbonden aan de Karlstad Business School van de Karlstad Universiteit en het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving van de Katholieke Universiteit Leuven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.