Opinie Deeltijdwerk

Breng gendergelijkheid dichterbij door luizenmoeder voor werk op school te betalen

Door ouderhulp op basisscholen te belonen, komt de gendergelijkheid op de ­arbeidsmarkt dichterbij, betoogt Raffael Argiolu.

Fietsexamen voor groep 8 van basisscholen van gemeente Druten. Moeders beoordelen langs de kant. Beeld Marcel van den Bergh

Als sluitstuk van de discussie van de ­afgelopen weken ­zaten de ­columnisten Heleen Mees en Asha ten Broeke bij elkaar aan tafel (Opinie, zaterdag, 30 maart). Hun dispuut draait vooral om het gegeven dat vrouwen veel meer in deeltijd werken dan mannen. Dit stremt de carrières van vrouwen. Uit de cijfers van Eurostat blijkt dat de genderkloof in de Europese Unie, na Malta, in ­Nederland het grootst is.

Mees ziet vrouwen die in deeltijd werken als saboteurs van de ambities om de kloof te overbruggen. Eerlijk is eerlijk, ze heeft daar wel een punt. Met name jonge moeders leveren ­arbeidstijd in voor zorgtijd. Maar die is niet altijd effectief besteed.

Een ­reflectie van de zorgtijd die jonge moeders aan hun deeltijdbaan overhouden, vormt de moderne ­basisschool. ’s Ochtends op het schoolplein staan altijd moeders in hardloopoutfits, met een aangelijnde hond, of gewoon in de keuvelmodus. Net zoals het steevast moeders zijn die zich inzetten als klassenouder, voorleesmoeder, luizenmoeder, oversteekmoeder en wat dies meer zij. Zonder dat ze er een cent voor ­krijgen.

Onderwijsdeskundigen zijn het ­erover eens dat ouderbetrokkenheid positief bijdraagt aan schoolprestaties van kinderen. Ze zijn het ook ­erover eens dat dat niet geldt voor ­ouderparticipatie. Sinds 1901 is het basisonderwijs een primaire taak van de rijksoverheid. Diezelfde rijksoverheid, bij monde van minister Van Engelshoven van Onderwijs, is verantwoordelijk voor gendergelijkheid. Zo valt te ­lezen op haar website. Hoe valt dit te ­rijmen?

Schaduwboekhouding

Van Engelshoven zou kunnen ­beginnen met een borgstelling voor de enorme kosten die de ouder­participatie op scholen met zich meebrengt.

Bij de prachtige satire van de televisieserie De Luizenmoeder past een krankzinnige schaduwboekhouding. Het minimumloon in Nederland is immers zo’n 10 euro per uur, Nederland heeft iets meer dan 6.000 basisscholen en die tellen per school gemiddeld tien klassen. Wat kost dan het jaarlijkse uitje naar het lokale ­museum? Met een gemiddelde van 25 kinderen in een klas zijn zes moeders 5 uur op pad. Dat kost 10 euro x 6.000 scholen x 10 klassen x 30 uur. Een slordige 18 miljoen euro.

En wat kost een klassenouder? Twee moeders die zich ieder één dag per boekjaar aan deze taak kwijten kosten 10 miljoen euro. Het luizenkammen gebeurt na iedere vakantie. Na vijf vakanties kammen twee ­moeders één uur. Dat kost 6 miljoen euro. De ouderparticipatie op basisscholen kost minimaal 50 miljoen euro per jaar. Een meer gedetailleerde berekening met daarin ook de btw, premies en afdrachten, zal leiden tot een veelvoud hiervan.

De overheid zou deze kosten moeten beschouwen als zogeheten transactiekosten, als gevolg van imperfecties in een markt van vraag naar en aanbod van onderwijs. Omdat niemand deze kosten wil dragen zijn het de moeders die hun arbeidstijd inleveren, om in de diensten te voorzien. Ronald Coase ontving voor zijn transactiekostentheorie in 1991 de Nobelprijs voor de economie. Hij stelt dat de transactiekosten moeten worden afgewenteld op de groep die deze het best kan dragen. In een perfecte markt zouden de schoolbesturen hulpouders op hun loonlijst hebben staan. Volgens Coase, is het aan de overheid om in te grijpen bij weeffouten. Zij zal de markt moeten reguleren. Zoals in Denemarken of Noorwegen gebeurt.

Drie vliegen

Minister Van Engelshoven kan met ­regulering drie vliegen in één klap slaan. Als eerste door schoolbesturen geld te geven en dit te oormerken voor het werk dat de hulpmoeders momenteel doen. Bedrijven die buitenschoolseopvang (bso’s) of tussenschoolse opvang (tso’s) aanbieden, kunnen in de vraag voorzien. Hiermee vergroot ze tevens werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ten tweede ontlast de ­minister hiermee de hulpmoeders opdat die weer tijd krijgen om hun deeltijdbaan uit te breiden. Tot slot, en dit punt volgt uit de voorgaande twee punten, neemt hiermee de ­genderkloof af. En voegt ze de daad bij het woord.

Raffael Argiolu

Raffael Argiolu is economisch geograaf. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.