Column Sarah Sluimer

Brabanders houden de boel bij elkaar door altijd van het beste uit te gaan

Ik heb een Brabantse schoonfamilie, maar dan eentje van het leuke soort. Het reviaanse soort, zou ik bijna willen zeggen, maar dat vond ik eigenlijk helemaal geen prettige man. Wat ik er vooral mee wil aangeven, is dat ze van carnaval maar ook van literatuur houden. Als je zelf uit een familie komt waarover Edward Albee met gemak een toneelstuk had kunnen schrijven dat van zijn Who’s Afraid of Virginia Woolf? een gezellig kibbelpartijtje maakt, lijkt er bij de Brabanders in eerste instantie niet zoveel te beleven.

Toen ik net erbij kwam, dacht ik: wat zijn deze mensen aardig voor elkaar. Daar moet wel een groot en rottend geheim begraven liggen. Maar naar mate de jaren verstreken, bleven de droge worsten, kaasplankjes, doosjes wijn, het ‘oeh, doe mij nog maar zo’n lekker pilsje’ en het – met geschoolde katholieke stemmen – zingen van Droomland de absolute standaard, zonder dat er binnen het kerngezin ook maar een krasje op de verhoudingen kwam.

Er wordt ook veel gebeld onderling, bij mijn eigen familie het recept voor snikkend melodrama. Maar de gesprekjes die deze vader en zijn zoons voeren zijn vooral bedoeld als smeermiddel voor die toch al soepele verhoudingen. Een dagelijks minuutje gekeuvel, over voetbal, de buurman, een boek. Het equivalent van even achterom, toen families nog dicht bij elkaar woonden.

Ik heb als telg van een Rotterdamse familie altijd geleerd dat je, om te krijgen wat je wil, moet zeggen wat je wil. Dat werkelijke liefde bestaat uit confrontatie, het hard aangeven van je grenzen: tot hier en niet verder en dit is hoe we het gaan doen en als het je niet bevalt, pleur jij toch lekker even een eind op. 

Bij de Brabanders werkt het precies andersom. Niemand vertelt de ander hoe te handelen. Niemand maakt stampij. Ja, er worden soms zeer omslachtige voorstellen gedaan, waarbij er ostentatief rekening wordt gehouden met de vrijheid van de ander. ‘Misschien, dacht ik, even straks een heel klein wandelingetje? Wat denken jullie? We kunnen ook binnenblijven, wat je maar wilt.’ Waarop de ander zegt: ‘Ik vind het goed, buiten, maar binnen ook. Waar jullie zin in hebben.’

Alles is onnadrukkelijk bij de Brabanders, terloops bijna. Een eigenaardige gewaarwording voor iemand die is opgegroeid met het idee dat er zonder wrijving geen glans bestaat. Dat de mensen over je heen lopen als je ze de kans geeft. De grap is: dat doen ze ook, als je ervan uitgaat dat ze dat doen. En dan doe je het terug. Waardoor uiteindelijk niemand krijgt wat hij wil.

Nee, dan de Brabanders. Die houden de boel heel door altijd van het beste uit te gaan. En als dat niet werkt, doe je gewoon alsof je gek bent en kijk je fluitend de andere kant op.

En wat er het allerleukst aan is: terwijl zij eindeloos elkaar het laatste worstenbroodje blijven toeschuiven, heb ik ’m al, tjoep, in een holle kies geschoven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden