InterviewTom Bower

Boris Johnson wilde ‘wereldkoning’ worden om wraak te nemen op zijn vader, zegt zijn biograaf

Boris Johnson met zijn vader Stanley tijdens de verkiezingscampagne in november 2019 Beeld ANP
Boris Johnson met zijn vader Stanley tijdens de verkiezingscampagne in november 2019Beeld ANP

De derde biografie van Boris Johnson leest als een psychoanalyse van de Britse premier. Wraak nemen op zijn gewelddadige vader is een rode draad in Johnsons carrière, meent biograaf Tom Bower.

Het decor van de proloog uit Boris Johnson – biografie van een geboren gokker is Chequers, het statige buitenhuis van de Britse premier. De gelegenheid is de 80ste verjaardag van Stanley, de pater familias van de succesvolle Johnsonclan. Van een feestelijke sfeer is amper sprake, ondanks de jovialiteit en de grappen van oudste zoon Boris, de gastheer vorig jaar augustus. Want iedereen hier weet dat de jarige in zijn jongere jaren een overspelige en gewelddadige echtgenoot was, die zijn vrouw Charlotte een keer met een gebroken neus het ziekenhuis in zou hebben geslagen.

Biograaf Tom Bower (74) heeft dat geheim nu met de natie gedeeld. Bij deze onthullingen heeft Engelands vooraanstaande biograaf zich gebaseerd op gesprekken met Charlotte, die voor het eerst haar verhaal heeft gedaan. Het gewelddadige verleden van vader Johnson vormt de basis van een biografie die soms lijkt op een psychoanalyse van de veelbesproken premier. Niet de hoofdpersoon van het boek was de boeman, zoals vaak het geval is bij Bower, maar diens vader.

Het heeft Stanley, die de beschuldigingen heeft ontkend, tot woede gedreven. ‘We kennen elkaar al twintig jaar’, zegt Bower op het terras van The White Bear, een pub annex theater in Zuid-Londen waar het toneelstuk Swimming van zijn zoon Alex speelt. ‘Hij zegt dat ik onze vriendschap heb verraden. Mogelijk is dat waar, maar ik kan de waarheid niet verdoezelen. Stanley heeft iets van Jekyll and Hyde.’

De biografie van Bower werpt een nieuw licht op de vader-zoonrelatie – en daarmee op de loopbaan van Boris. Van een afstand bekeken lijken Stanley en Boris veel op elkaar, zowel wat uiterlijk betreft als karakter. Maar de schijn bedriegt. Bower wijst op kleine, veelbetekenende momenten, bijvoorbeeld toen Boris na de aanvaarding van het premierschap de uitgestoken hand van zijn vader straal negeerde.

Wraak nemen op zijn vader is een rode draad in de carrière van de Britse premier. Zijn veelbesproken ambitie om ‘wereldkoning’ te worden, gaat terug naar de acht maanden die zijn moeder, fysiek en geestelijk gepijnigd door haar echtgenoot, tijdens Boris’ jeugd doorbracht in een psychiatrische kliniek. Het was een wens van Boris, zo vertelde Charlotte tegen Bower, om onoverwinnelijk te zijn, geen pijn te voelen.

De wijze waarop belangrijke Britten de spreekwoordelijke ‘greasy pole’, hebben beklommen – hoe ze vuile handen hebben gemaakt onderweg naar de top – is een specialisme van Bower. Hij is zelf de zoon van een Tsjechische jood die als vluchteling naar Engeland was gekomen. Na als jurist te hebben gewerkt werd hij biograaf. Hij is onder meer in de levens gedoken van de persbaronnen Robert Maxwell, Conrad Black en Richard Desmond. Zij stapten allemaal naar de rechter om Bower aan te klagen wegens smaad. Ook miljardair Richard Branson sleepte Bower voor het gerecht, zonder succes.

Daarnaast schreef Bower – in zijn jonge jaren zo links dat zijn bijnaam ‘Tommy the Red’ luidde – biografieën over drie Labour-leiders: Tony Blair, Gordon Brown en Jeremy Corbyn. Nu is een flamboyante Conservatief aan de beurt.

Er zijn al twee biografieën over Boris verschenen. Waarom deze nieuwe?

‘Het was een idee van de uitgeverij nadat Boris premier was geworden. De biografie van Andrew Gimson is alweer vijftien jaar oud en dus gedateerd. Die van Sonia Purnell was een afrekening, een strijdkreet voor mensen die Boris haten, geschreven door iemand die een persoonlijke afkeer van hem heeft. Ze schrijft dat Boris in zijn Brusselse tijd gewelddadig was richting zijn eerste vrouw, Allegra. Dat is onwaar, weet ik van mensen die het stel indertijd goed kenden. Het burgemeesterschap van Boris in Londen deed ze vrij kort af als waardeloos.

‘Haar beeld van Boris is dat van een leugenaar, een luiwammes, een racist en iemand die geen enkel dossier leest. Dat zijn vier onwaarheden. Boris is een harde werker, weet ik van mijn vrouw die jarenlang voor hem heeft gewerkt. Wel kan hij snel verveeld raken als iets hem niet interesseert. Laat ik het zo zeggen: je wordt geen premier als je lui bent en geen dossiers leest. Een van de weinige levensadviezen die zijn vader hem gaf was dat je naar de buitenwereld de indruk moet geven dat alles moeiteloos gaat, maar dat je hard moet werken.’

Kent u Boris persoonlijk?

‘Ja, ik heb hem een aantal keren ontmoet, mede dankzij mijn vrouw Veronica, die hoofdredacteur van The Evening Standard was in de eerste jaren van zijn burgemeesterschap. Later werd ze een van zijn adviseurs in het stadhuis. Ze heeft trouwens niet aan de biografie meegewerkt. Sterker, door mijn boek kon ze een adviseurschap in de staf van Boris op 10 Downing Street wel vergeten.’

Wat vind u van de kritiek dat u Boris aanduidde met zijn voornaam?

‘Dat doet iedereen. Ook zijn eerdere biografen. Boris is Boris. Bovendien is het praktischer omdat er nogal wat Johnsons in het boek voorkomen.’

Het verhaal gaat dat hij Andrew Gimson een ton aanbood om geen biografie te schrijven. Hoe reageerde hij op uw voornemen?

‘Die ton, dat is apocrief. Boris heeft niet meegewerkt, maar ook niet tegengewerkt. ‘O my God,’ was zijn reactie toen ik hem tegen het lijf liep op een partijcongres. Ik heb sinds de publicatie ook niets vernomen. Wel hoorde ik dat zijn vrouw Carrie razend is. Het was niet moeilijk om mensen te spreken te krijgen, zeker in vergelijking met de biografie over Meghan Markle, de vrouw van prins Harry, waar ik nu aan werk. Er zijn wel enkele mensen die niet wilden praten. Theresa May negeert journalisten. Dat hoefde ik niet eens te proberen. Haar voorganger David Cameron had ook geen behoefte.’

De bittere rivaliteit tussen Boris en Cameron valt op in uw boek. Waar komt die vandaan?

‘Ten eerste: ze komen allebei van Eton College. Dat biedt garantie voor strijd. En er was een strijd om de macht, die Boris uiteindelijk zou winnen. Boris was teleurgesteld in Cameron. Ik kan me dat voorstellen. De opkomst van Cameron ging gepaard met hoge verwachtingen. Een intelligente, energieke man. Maar hij bleek geen echte Tory te zijn, meer een wishy-washy liberal. Cameron had moeite om mensen buiten zijn eigen klasse te begrijpen en was altijd jaloers op de aantrekkingskracht die Boris uitoefende op de kiezers. Cameron was opgegroeid in weelde, Boris in armoede.’

Armoede?

‘Ja, het beeld van Boris als rijkeluiskind is scheef. Een deel van zijn jeugd bracht hij door op een afgelegen boerderij in West-Engeland, met Spartaanse voorzieningen. Omdat zijn vader vaak maandenlang weg was en de auto mee had, zaten zijn vrouw Charlotte en de kinderen daar min of meer opgesloten. Elk ochtend liep de kleine Boris met zijn moeder enkele mijlen naar een provinciale weg, wachtend op een lift naar school. Met zijn werk als eurocraat verdiende Stanley amper (hij werkte in de jaren zeventig als ambtenaar milieuzaken in Brussel en was daarna lid van het Europees Parlement, red.). Het geld in het gezin was afkomstig van de ouders van Charlotte. Nadat ze in 1979 van Stanley scheidde, betrok ze een flatje in Londen waar ze kamers verhuurde om rond te komen. Boris kon naar Eton dankzij een goed stel hersens, die hem een beurs opleverden. Uit eigen ervaring weet ik dat zo’n achtergrond je leven en persoonlijkheid kan bepalen. Boris is tamelijk op de penny en is als de dood voor financiële problemen. Ook die angst is naar zijn kindertijd te herleiden.’

Welke invloed heeft die armoedige jeugd nog meer gehad?

‘Als kind zag hij hoe kwetsbaar een mensenleven is, hoe gevaarlijk de buitenwereld is, en hoe belangrijk geluk. Boris is bang voor vijandschap, voor vijanden. Hij vermijdt confrontaties. Anders dan bijvoorbeeld Margaret Thatcher. De drang om mensen te vriend te houden, brengt met zich mee dat hij mensen soms moet misleiden, dat hij beloften niet kan nakomen. Een mooi voorbeeld komt uit zijn tijd als hoofdredacteur van The Spectator. Een van zijn recensenten had een boek van John le Carré afgebrand. Nog voor publicatie fietste een geschrokken Boris naar de schrijver, die indertijd naast ons woonde, om hem te waarschuwen. Le Carré was geen fan van Boris, maar dit kon hij waarderen.

‘De angst om vijanden te maken beïnvloedt zijn beleid. Als burgemeester weigerde hij bijvoorbeeld de confrontatie aan te gaan met een disfunctionerend politiekorps. Ook ziet hij er tegenop mensen te ontslaan. Tegelijkertijd is Boris enorm competitief. Als hij wint heeft hij echter geen aandrang zijn tegenstanders te vernederen, zichzelf op de borst te slaan. In de Griekse Oudheid onthoofdde je je tegenstander, maar je ging niet over je heldendaad opscheppen. Triomfantelijkheid is hem vreemd.’

Met de Griekse Oudheid noemt u een belangrijk thema in Boris’ leven. Klopt het verhaal dat hij als kind in zijn gedachten naar die tijd en verhalen vluchtte?

‘Ja, hij is een geboren classicus, en die achtergrond duikt regelmatig op. De Griekse eurocrisis ging hem aan het hart en voedde zijn euroscepsis, zijn argwaan tegenover de Europa-politiek van Duitsland. Hoogtepunt van zijn burgemeesterschap waren de Olympische Spelen. Iedereen voorspelde een ramp, maar het werd een enorm succes, vooral ook voor Boris zelf. Zelden was een politicus zo geschikt voor een evenement dat teruggaat naar de klassieke oudheid.

‘Een probleem van Boris is dat hij zelden politieke biografieën leest en zich niet in moderne politieke geschiedenis verdiept. Hij weet daardoor niet goed hoe landsbestuur werkt.’

Was ijveren voor een Brexit voor hem een tactisch besluit om de macht te grijpen?

‘Hij was teleurgesteld in het onderhandelingsresultaat dat Cameron in 2016 in Brussel had behaald. En terecht. Voor hem was Camerons afgang een herhaling van de top in Rome in 1990, waar hij zag hoe Thatcher in de val liep die Kohl en Mitterrand hadden uitgezet. De twee zorgden ervoor dat zij alleen kwam te staan in haar strijd tegen een eenheidsmunt. In 2015 en 2016 werd het Verenigd Koninkrijk genegeerd in Brussel. Veel Britten zagen dat en Boris ook. Nu zou nog steeds een meerderheid van de bevolking voor een Brexit stemmen, zeker nu er weinig negatieve gevolgen blijken te zijn.

‘Maar de Brexit bracht Boris niet meteen aan de macht. Hij werd verraden door Michael Gove. Kamerleden vertrouwen Boris niet. Dat hij jaren later alsnog premier werd, had te maken met de radeloosheid binnen de Conservatieve Partij, een partij die gewend is aan de macht te zijn en daar alles voor overheeft. De socialist Jeremy Corbyn werd gezien als een gevaar dat alleen door Boris kon worden afgewend. Het paste bij Boris’ verlangen een verlosser te zijn.’

U schetst het beeld van een eenzame politicus.

‘Boris is altijd een loner geweest, iemand met weinig echte vrienden. Alleen met vrouwen, zijn maîtresses, kon hij over zijn emoties praten. Hij heeft zijn eigen vrouw, Marina, vreselijk behandeld. Zijn eigen familie begrijpt hem niet. Zus Rachel en vader Stanley zijn te egocentrisch. Ook binnen zijn eigen partij is hij een buitenstaander. Hij had partijgenoten die hem door dik en dun steunen, maar Boris heeft deze mensen in de steek gelaten. Niet uit kwaadaardigheid, maar uit achteloosheid.

‘De meeste van zijn voorgangers hadden trouwe luitenants om zich heen. Kijk naar Blair, met mensen als Peter Mandelson, Alastair Campbell en Jonathan Powell. Blair werd ondermijnd door Gordon Brown en zijn eigen ambitie. Hij wilde de baas in Brussel worden en offerde daar Britse belangen voor op. Toen Boris arriveerde in het Londense stadhuis had hij geen idee wat te doen. Hij leunde indertijd erg op zijn adviseur Simon Milton, die jong overleed. In Downing Street 10 had hij Dominic Cummings, een goede campagnevoerder die uiteindelijk uit de bocht vloog. Helaas voor Boris bleken er geen goede spelers op de reservebank te zitten.’

Komt er een Boris-tijdperk, te vergelijk met dat van Thatcher en Blair?

‘Er wordt vaak gezegd dat Boris niet weet wat hij wil. Dat is niet waar. Hij heeft een visie: een sociaal verantwoord kapitalistisch land, een land ook dat na de Brexit een actieve buitenlandse politiek voert. Eind jaren zeventig zag hij een rammelende, inhoudsloze toespraak van zijn vader toen die europarlementariër was. Zo moest het dus niet, leerde hij.

‘Er zijn twee problemen. We hebben een ondeugdelijk ambtenarenapparaat. Zo is Buitenlandse Zaken, ooit het domein van topdiplomaten, niet geschikt om de visie van een Global Britain uit te voeren. Vergeet niet dat de Brexit mede het gevolg was van een falende diplomatie. Nu zien we hetzelfde bij de Afghaanse crisis. In Amerika hebben we diplomaten die voldoen aan alle modieuze wokerij, maar geen toegang hebben tot plekken waar beslissingen worden genomen, zodat ze worden verrast.

‘Een ander probleem is dat Boris zich aan de kabinetstafel heeft omringd door loyale lichtgewichten. Hij duldt geen kritiek, geen tegenspraak. Hoe eenzaam hij is op Downing Street, bleek toen hij alleen lag te lijden aan covid-19 en bijna overleed. Toen hij wegens de Afghaanse crisis vervroegd van vakantie terugkwam, werd hij bij de voedselafdeling van Marks & Spencer gesignaleerd. Geven ze hem geen eten in de ambtswoning?’

Toch heeft hij vooralsnog weinig te vrezen. Noch van Labour, noch van oppositie binnen zijn eigen partij.

‘Boris heeft telkens geluk. Gokkersgeluk. Bovendien leert hij snel en is hij aanstekelijk optimistisch. Daarom moet je hem nooit afschrijven. Een rode draad in zijn politieke carrière is dat hij telkens het ongelijk van zijn critici bewijst.

‘Hij zou een rampzalige burgemeester worden. Hij zou nooit premier worden. Hij zou de Brexit niet gedaan krijgen. Hij zou zijn partij te gronde richten. Freedom Day zou leiden tot een explosie van coronabesmettingen. Allemaal foute voorspellingen. Door hun woede en verontwaardiging hebben zijn criticasters een blinde vlek voor zijn magie. Nu de Brexit voltooid is en de coronacrisis goeddeels achter de rug, moet Boris bewijzen dat hij een leider kan zijn, iemand die het land op revolutionaire wijze kan veranderen. De macht bereiken is een ding, de macht gebruiken een ander.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden