Booker-jurylid: reden van het balkon te springen

Is het wel verstandig lid te zijn van de jury voor de Booker-prijs? Veertig ex-juryleden komen met heel uiteenlopende verhalen.

Jurylid zijn voor de Booker-prijs, het moet een verlokkelijke gedachte zijn voor alle Britse literatuurliefhebbers: betaald een reuzenstapel heerlijke romans kunnen lezen en daarna nog, verwend met spijs en drank, mogen delibereren met een paar heel interessante personages over welk van die boeken nu werkelijk het meesterwerk van dit jaar is. Maar of het privilege een zegen is of een kwelling, daarover verschillen de eminente oud-juryleden sterk van mening.

De Booker-prijs viert zijn veertigste verjaardag en het Britse dagblad the Guardian vroeg uit al die veertig jury’s van een jurylid een korte tekst over zijn of haar Booker-prijsjaar. Een fantastisch idee; de pagina’s in de bijlage Review van vorige week zaterdag lezen als, ja, een spannende roman. Wat een emotie. Broedermoord, vriendjespolitiek, twijfel, weerzin, dodelijke vermoeidheid, ruzies, dreigementen, botsende ego’s, mannen- en vrouwengedrag, romantisering en spijt, spijt, spijt.

Is het wel verstandig om jurylid voor de Booker-prijs te worden, mocht je worden gevraagd?

George Steiner (filosoof en schrijver) ‘vocht heel hard voor John Berger’ (de roman G) in 1972, maar kreeg de schrik van zijn leven toen winnaar Berger de helft van het prijzengeld schonk aan de Black Panthers. Steiner vreesde dat hij door dat schandaal Groot-Brittannië uitgezet zou worden.

Oplawaai

Schrijfster Fay Weldon (jury van 1983) vertelt hoe de voorzitter van de uitgeversbond haar agent een oplawaai verkocht, ‘second best thing for hitting me’, tijdens de prijsuitreiking. Als juryvoorzitter had zij in haar rede de uitgevers de mantel uitgeveegd als uitbuiters van de schrijvers, vandaar.

Die rede is haar nog jaren nagedragen. Booker-voorzitter Michael Caine kwam naar haar toe toen ze wel weer eens was uitgenodigd voor een dinertje en voegde haar toe: ‘Op geen enkele manier is het een wens van mij dat jij hier vanavond bent.’ Dat waren nog eens tijden, vindt Weldon: ‘sindsdien is het nogal duf geworden.’

Speelde politiek een grote rol in de interne jurydebatten?

De vrouw van Labour-premier Wilson, Mary, was in 1976 jurylid en toen won een boek over mijnwerkers. Medejurylid Francis King schrijft te hebben geijverd voor een ander boek, maar Mary was koppig tegen: ‘Ik kan niet betrokken zijn bij een prijs voor een boek over kannibalisme.’

Maar bij politiek en Britse schrijvers denken we natuurlijk bovenal aan: Salman Rushdie.

The Satanic Verses kreeg de prijs niet in 1988. Alleen Labour-politicus en schrijver Michael Foot steunde dat boek. Maar een politieke reden had het niet, blijkt uit het relaas van medejurylid Blake Morrison. Je houdt het nu niet meer voor mogelijk, nadat Khomeini’s fatwa het boek tot het beroemdste van de wereldliteratuur had gemaakt, maar Morrison en collega's zagen het explosieve karakter helemaal niet. Hij las het boek ‘met onschuldig plezier’.


Zwaar gepikeerd

Rushdie zal wel tandenknarsen bij dat zinnetje. In 1983 was hij ook al zwaar gepikeerd, verklapt Fay Weldon, toen J.M. Coetzee’s Life & Times of Michael K. boven zijn boek werd verkozen. Maar twee jaar daarvoor had Rushdie al zíjn prijs gehad, voor Midnight’s Children. Dat meesterwerk was ook geen vanzelfsprekende winnaar dat jaar, schrijft jurylid Hermione Lee. De stemmen staakten: twee tegen twee en de voorzittersstem gaf pas de doorslag. ‘Een machtige carrière was gelanceerd.’

Inmiddels is Midnight’s Children verkozen tot Booker of Bookers, de beste winnaar, maar in 1981 hadden weinigen ooit van Rushdie gehoord, schrijft Lee. In 1999 trouwens wel en toen legde hij het wéér af tegen Coetzee (het wanhopig mooie en verschrikkelijke Disgrace), die wel voor de tweede keer mocht winnen.

De meeste ex-juryleden blikken met nostalgie terug, maar er zijn ook dramatische passages in de veertig stukjes. Woede over verkeerde keuzen van de andere juryleden.

Geen boe of bah

Schrijfster Beryl Bainbridge (lid in 1977) vertelt hoe het ene jurylid naar het balkon liep en dreigde zich naar beneden te storten, en hoe een ander geen boe of bah zei. Niemand durfde hem aan te spreken. Bainbridge zelf schoof half slapend van oververmoeidheid onder tafel. Schrijft ze. Ze stond zelf vijf keer op de shortlist, maar won nooit. ‘Ik ben toch erg blij dat ik ben opgemerkt.’

Anthony Quinn had het in 2006 ontzettend naar zijn zin in de jury, tot bleek dat de andere vier zijn keuze verwierpen. ‘Zes maanden lezen en herlezen en dan op het laatste moment van tafel worden geveegd!’ Hij werd er letterlijk misselijk van. ‘We kozen het verkeerde boek.’

In 1991 stapte schrijver Nicholas Mosley zelfs voortijdig uit de jury omdat al in de voorronde al zijn favorieten werden weggestemd. In zijn Guardian-bijdrage is hij nog steeds chagrijnig.

Schrijver Jonathan Coe (jurylid in 1996) relativeert daarentegen. ‘Wat willekeurig lijkt het, terugblikkend.’ Er stonden best zes leuke boeken op de shortlist van zijn jaar, niks mis mee, maar het hadden ook best zes heel andere kunnen zijn. Echt ruzie was er nooit, maar geen jurylid veranderde van mening tijdens de debatten.

Achteraf vindt Coe een boek dat ‘door ons net glipte’ het best en zo komen in de stukjes veel sneue boeken voor. Soms is niet de verliezer maar de winnaar de klos. In 1979 werd A Bend in the River van V.S. Naipaul verworpen als journalistiek werk, tot gruwel van jurylid Hilary Spurling. Maar de winnares Penelope Fitzgerald kreeg geheel onverdiend een woedende pers over zich heen en sinds haar prijs voelt ze zich vernederd.

Juryleden lopen nog een ander gevaar: aantasting van het leesplezier. Schrijfster Ruth Rendell had 140 boeken op haar stapel van 1995 en loog dat ze die gelezen had. Een tegen heug en meug gelezen boek gaf ze weg aan een man in de trein. Nu heeft ze ‘een milde antipathie tegen nieuwe romans’ en leest liever non-fictie.

Jason Cowley (lid in 1997) was een enthousiaste lezer en boekbespreker van romans, nu leest ook hij veel liever non-fictie en journalistiek werk. ‘Ik denk vaak dat ik nooit geheel hersteld ben van mijn ervaring als jurylid.’

Die frustraties tref je vooral aan bij de recente juryleden. De stapels zijn hoger, omdat het karakter van de prijs is veranderd, vinden sommige ex-juryleden. Het huiskamer-leesclubgevoel is vervangen door een sfeer bepaald door de publiciteitsmachines van uitgevers en commerciële belangen.

Beroemdheidsvirus

Schrijfster Edna O’Brien (jury 1973) schrijft: ‘Het beroemdheidsvirus infecteert nu auteurs en uitgevers om het even.’ James Wood (jury 1994) wil nooit meer jureren. ‘Prijzen zij een vorm van recenseren geworden: het zijn de genomineerden-lijsten die bepalen wat mensen lezen’ en die ‘literaire carrières maken’.

De short-list van 2008 is deze week bekend geworden. Rushdie staat er niet op.

Maar toch: wie zou echt nee zeggen als je wordt gevraagd als jurylid? Alex Clark is van dit jaar; hij vond het lezen ‘slopend, maar ik zou de doorwaakte nachten, gebogen over boeken, niet hebben willen missen’, schrijft hij. Het is goed mogelijk dat hij daar binnenkort, net als veel voorgangers, heel anders over denkt.

Wim Bossema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden