ColumnFrank Kalshoven

Boodschappenbijstand beboeten, maar geen oog hebben voor de kern van het probleem

In de zaak van de gemeente Wijdemeren versus de mevrouw die een bijstandsuitkering kreeg van de gemeenschap en de wekelijkse boodschappen van haar moeder, oordeelde de rechtbank Midden-Nederland streng. Die boodschappen leveren mevrouw een ‘op geld waardeerbaar voordeel’ op, en dat voordeel moet in mindering worden gebracht op haar uitkering. Mevrouw moet de gemeente over een periode van drie jaar 7.039 euro terugbetalen. Plus 65 cent.

De kwestie is om talloze redenen interessant. Laten we de belangrijkste benoemen.

Eén: dit oordeel was makkelijk te voorkomen geweest. Als u nog eens iemand wilt helpen met boodschappen of anderszins stel dan een overeenkomst van lening op. Als mevrouw het boodschappengeld van haar moeder had geleend, was er geen juridisch vuiltje aan de lucht geweest.

Twee: zoiets duurt te lang. De gemeente vorderde op 13 december 2018 het geld terug; de rechtbank deed een klein jaar later uitspraak (op 14 oktober 2019), de uitspraak werd pas veertien maanden later gepubliceerd (op 4 december 2020), waarna het eind december in het nieuws kwam dankzij een publicatie op schuldinfo.nl. En plots was er, ruim twee jaar na dato dus, een lokale wethouder die zei: ‘Ik vind het zelf ook heel erg.’

Drie: eenmaal gejuridiseerd, wordt het een geleerde schertsvertoning. Volgens het vonnis ontving mevrouw vanaf december 2015 een bijstandsuitkering. Naar eigen zeggen ging haar uitkering op aan de vaste lasten, vandaar de hulp van haar moeder, die, volgens het vonnis, moest rondkomen van AOW en een klein pensioentje. Dat is geen houdbare situatie.

Materieel was dus de vraag: hoe kan mevrouw haar inkomen verhogen (een baan vinden), of haar vaste lasten verlagen (verhuizen)? Dat is het relevante gesprek tussen gemeente en burger, en dan liever met als inzet die baan dan dat andere huis. Als moeders in de tussentijd helpt met de boodschappen kan de gemeente zeggen: maken jullie er wel even een lening van? Anders komt er gedoe. Is dit te moeilijk voor een gemeente? Kom op zeg, in fusiegemeente Wijdemeren wonen nog geen 25 duizend inwoners, statistisch gezien goed voor zo’n 500 bijstandsklanten (en het zijn er vermoedelijk veel minder).

Eenmaal in de rechtbank, echter, doet de kern van de zaak er niet meer toe. De gemeente is niet aanwezig op de zitting. Mevrouw is er evenmin. De advocaten van beide partijen maken er met de rechter hun eigen feestje van. ‘Ter beoordeling van de rechtbank ligt voor of verweerder (de gemeente) terecht een bedrag van 7.039,65 euro heeft teruggevorderd.’ Gezellig, juristen onder elkaar. Wetje hier, artikeltje daar, regeltje zus, uitspraakje zo. Met als conclusie: ja dus.

Vier: het vervolg laat zich raden. Zoals er tijdens de rechtszaak geen enkele aandacht is voor de kern van het probleem (inkomen omhoog, kosten omlaag), is er bij de uitspraak nul interesse voor de economische gevolgen van de uitspraak. Zevenduizend euro schuld opleggen aan een burger die haar eigen rekeningen al niet kan betalen? Zo duwt een rechter een burger diep in de schulden, zonder uitzicht op afbetaling hiervan. Een schuld aan je oude moeder is echt heel iets anders dan een schuld aan de gemeente.

Moet je mensen die boodschappen niet gewoon gunnen, zoals de wethouder suggereerde op de radio? Nou, help als gemeente de burger liever snel aan werk, en als dat niet lukt aan een goedkoper huis, zou ik denken. Span de paarden vóór de wagen, niet erachter.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden