'Bonita Avenue staat bol van de onzorgvuldigheden'

In Peter Buwalda's gevierde roman Bonita Avenue struikel je over de onzorgvuldigheden, stelt hoogleraar Paul van Seters.

Presentatrice Karin de Groot praat met NS Publieksprijs-genomineerde Peter Buwalda over zijn boek Bonita Avenue. Beeld anp

In het laatste Volkskrant magazine van 2011 stond een column van Peter Buwalda, de gevierde schrijver van Bonita Avenue, die voor de gelegenheid zichzelf had geïnterviewd. Het opvallendste onderdeel van dit zelf-interview was de onthulling over de namen van de Amerikanen die in zijn roman voorkomen.

Buwalda blijkt alle Amerikanen die in Bonita Avenue figureren te hebben vernoemd naar een van de 32 filmpersonages die Elvis Presley heeft vertolkt. De auteur meldt dat hij dit 'verborgen detail... er stiekem (heeft) ingestopt, voor de fijnproever'. Die mededeling wekt de indruk dat Elvis Presley en diens muziek een bijzondere rol spelen in de roman, maar niets is minder waar.

Een van de 32 Elvis-namen is 'Mike', door Buwalda in zijn column nader aangeduid als 'het zoontje van Joni Sigerius en Boudewijn Stol'. Wie Bonita Avenue leest, komt erachter dat Mike weliswaar het zoontje is van Joni Sigerius, maar dat de vader niet Boudewijn Stol is maar Aaron Beer, een andere hoofdpersoon in deze roman. Een grapje voor de fijnproever?

Verdwaald
Ook in Bonita Avenue zelf struikel je over dit soort dingen. Dat begint al met de naam van de roman. Die verwijst naar de laan in de Amerikaanse universiteitsstad Berkeley, waar Joni Sigerius als jong kind met haar zusje, moeder en stiefvader een paar jaar heeft gewoond. Op pagina 199 wordt het precieze adres vermeld: '1908 Bonita Avenue, Oakland, California'. Oakland? We waren toch in Berkeley! Buwalda moet hier in zijn aantekeningen verdwaald zijn geraakt, want er is een Bonita Avenue in Berkeley, maar er is ook een Bonita Avenue in Oakland, direct ten zuiden van Berkeley.

Berkeley speelt een belangrijke rol in Bonita Avenue, omdat de stiefvader van Joni, Siem Sigerius, van 1982 tot 1984 als veelbelovende wiskundige postdoc een aanstelling heeft aan de Universiteit van Californië in Berkeley. Met het stratenplan van Berkeley doet Buwalda de vreemdste dingen. Het lijkt er soms op alsof hij de plattegrond op zijn kop op zijn bureau heeft gehad.

Sigerius keert eind jaren '80 met zijn gezin terug uit Amerika voor een hoogleraarschap in Twente, waar hij in 1993 wordt benoemd tot rector magnificus. In die hoedanigheid was hij in 1995 aanwezig bij de belangrijkste universitaire roeiwedstrijd van het jaar, de Varsity, waar hij werd gefotografeerd door het nieuwe vriendje van zijn stiefdochter, die werkt voor het weekblad van de Twentse universiteit.

Bollende vijftigersbuik
Met het verhaal van die foto opent Bonita Avenue: 'Hij (Siem Sigerius) stond erop aan de oever van het Amsterdam-Rijnkanaal, zonder kleren op een stropdas na, wijdbeens met zijn blote voeten in modderig, platgetreden gras, met onder zijn voorzichtig bollende vijftigersbuik duidelijk zichtbaar zijn geslachtsdelen' (pagina 7).

De Varsity-traditie waar Buwalda op leunt, wordt hier meervoudig geweld aangedaan. Om te beginnen zijn het uitsluitend leden van de winnende studentenvereniging die bij een Varsity in het water springen, niet de oud-leden. Nagenoeg alle studenten die te water gaan, houden echter braaf hun onderbroek aan, en niet alleen hun stropdas. Dat een rector magnificus zich bij die gelegenheid in zijn nakie zou hebben vertoond, is zo ongeloofwaardig dat het moeilijk wordt de rest van de tragedie die zich in het leven van Siem Sigerius voltrekt serieus te nemen.

Fantasierijke geest
In het laatste deel van de roman, tegen het einde van 2000, wordt Siem Sigerius gechanteerd; hij moet ergens 100 duizend gulden vandaan halen om zijn afperser te betalen. Dat bedrag krijgt hij volgens Buwalda bij elkaar onder meer via 'Mees Pierson... die de resterende helft van zijn Spinozapremie beheert' (pagina 426). Maar Buwalda zag drie dingen over het hoofd: 1) het Spinozaprogramma bestaat pas sinds 1995; 2) kandidaten voor de Spinozapremie worden jaarlijks genomineerd door de rectores van de Nederlandse universiteiten - zij kunnen niet zichzelf of hun collega's voordragen; 3) de bestedingsmogelijkheden van de Spinozapremie zijn ruim, maar het geld moet wel altijd uitgegeven worden aan de 'bevordering van onderzoek'. Siem Sigerius kan dus niet de ontvanger van zo'n premie zijn geweest, en zou hij dat wel zijn geweest, dan zou hij die premie nooit hebben kunnen gebruiken om een afperser te betalen.

Buwalda heeft onmiskenbaar een fantasierijke geest en een brandende ambitie om te schrijven voor fijnproevers. Maar zou hij er niet beter aan hebben gedaan zich te concentreren op zijn tekst, en zich niet te laten afleiden door vrijblijvend gefröbel als de namen van Elvis Presleys filmpersonages?

Paul van Seters is hoogleraar globalisering. In 1972-78 woonde hij dichtbij Bonita Avenue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden