Column Bericht uit de Filipijnen

Boerka’s vol vrolijkheid

‘Islamisering’ is niet altijd wat het lijkt, zo blijkt in een hip Filipijns koffietentje.

Hippe koffiebar in Marawi, Filipijnen. Beeld Michel Maas

‘Adriana draagt een jilbab.
Wat?!

Je verwacht het van iedereen, maar niet van haar. Adriana bezocht nachtclubs, droeg korte rokken en was altijd op jacht naar een welgestelde buitenlandse man. Ze heeft er nu één, en een Rolex en een BMW.
En nu een hoofddoek?

Het blijkt loos alarm. De foto die ze op de sociale media heeft gezet komt van een reli-app. Rond het einde van de ramadan zet ineens iedereen in Indonesië zo’n gefotoshopt portret op Facebook: mannen met een peci (traditioneel hoedje), vrouwen met hoofddoek, en de tekst ‘een gezegend Suikerfeest’ erbij.

Ik herinner me nog hoe geschokt ik was toen Indri een hoofddoek omdeed. Indri was een manager, een knappe, moderne, daadkrachtige vrouw die perfect Engels sprak en zelf auto reed in het krankzinnige verkeer van Jakarta. Van de ene op de andere dag zegde zij haar baan op, deed een hoofddoek om en begon een handel in jilbabs. De onderneemster werd de ultieme moslima, omdat haar man dat wilde. Het was even wennen, bekende ze, maar toen ze er eenmaal aan was gewend, voelde ze ook de goede kanten van de hoofddoek. Het maakte haar rustiger, en het beschermde haar tegen de loerende blikken van andere mannen. Ze voelde zich geborgen. Dat klonk als een troost, en dat was ook zo bedoeld.

Dat is nu tien jaar geleden. Onlangs trof ik haar weer. Ze verkoopt geen hoofddoeken meer, maar heeft opnieuw een goede baan in de stad. Haar oudste zoon gaat naar een pesantren, een Koran-kostschool.

De jongen moet imam worden, maar misschien lijkt hij toch meer op zijn moeder dan op zijn vader: als hij na het weekend teruggaat naar school neemt hij tassen vol zelfgebakken koekjes mee, die hij op het internaat verkoopt. De handel loopt goed: halverwege de week belt hij haar en bestelt een nieuwe lading. Indri doet tegenwoordig haar hoofddoek af als ze gaat werken, maar thuis, voor haar man, draagt ze hem nog wel. Ze is het nu gewend.

Nog steeds worden jilbabs gewoner, en worden moslims religieuzer in Indonesië. De hoofddoek, die vijftien jaar geleden nog nergens te bekennen was, is nu alomtegenwoordig. Vriendjes van mijn zoon onderbreken het gamen om te bidden, en de ramadan wordt strikter gevierd dan ooit.

‘Islamisering’ noem ik dat vaak voor het gemak – net zo makkelijk als het vaste bijvoeglijke naamwoord bij moslim ‘boos’ is. Maar zo makkelijk is het natuurlijk niet. De stereotypen gelden alleen waar islam zich met de politiek bemoeit en omgekeerd. Buiten de politiek is het veel moeilijker iets te vinden van hoofddoeken en van religiositeit, zeker op plekken waar iederéén een hoofddoek draagt, en iederéén religieus is.

Ik was deze week in Marawi, de Filipijnse stad die vorig jaar was bezet door Islamitische Staat. De terreurgroep had Marawi uitgekozen, omdat het de meest islamitische stad van het land is. Een stad waar mensen sharia best vinden, omdat ze die eigenlijk toch al hebben.

In deze stad ontdek ik een hippe koffiebar annex pizzarestaurant. Op een kruk zit een jonge vrouw in een boerka te whatsappen. Ik word vrolijk van dit contrast: espresso-boerka-whatsappen. Ik maak er een foto van en zet die op Twitter. Binnen vijf minuten verschijnt een hatelijk commentaar met het scheldwoord ‘kopvod’, dat ik meteen verwijder. Zo’n scheldwoord trekt alleen maar meer boze mensen aan.

De jonge vrouw heeft twee vriendinnen bij zich, allebei ook in het zwart maar met onbedekt gezicht. Ze blijken studentes die van milkshakes houden, uiterst leergierig zijn en absoluut vrolijk.

We kletsen wat en maken tot besluit een foto: drie zwarte gestalten en een lange witte man. Zij hebben net zo weinig moeite met hun kleding als ik met de mijne.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.