Boer, werk samen met de natuur

Het gaat slecht met de bijen en dus ook met de voedselproductie, de natuur en onze gezondheid.

Bijen op een raat Beeld afp

In de Volkskrant van 31 januari onderbouwde Frank Berendse zijn visie op de noodzakelijke transitie in de landbouw. In dit artikel betogen wij dat bijen in deze transitie een centrale rol spelen.

Voorafgaand aan de voedseltop, tijdens het event bijenstrategie, constateerden bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties dat wilde bijen, vlinders en andere insecten een economisch belang vertegenwoordigen van miljarden euro's in de wereldwijde voedselproductie.

Bijen vormen de brug tussen voedsel en natuur. Gaat het goed met de bijen, dan gaat het goed met onze voedselproductie, onze natuur en onze gezondheid. Bijen kunnen immers alleen gedijen in veerkrachtige landschappen, die bloemrijk zijn en waar het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot een minimum wordt beperkt.

De huidige intensieve landbouw is gestoeld op het zogeheten controlemodel. De focus ligt op zo hoog mogelijk productie tegen zo laag mogelijke kosten. Ondernemers beperken hun risico's zo veel mogelijk, bijvoorbeeld door het toepassen van bestrijdingsmiddelen. Maar in feite verplaatsen ze daarmee de risico's naar partijen die er nooit een rekening voor sturen: de insecten, inclusief de nuttige.

Van de wilde bijensoorten in ons land gaat 63 procent in aantal achteruit. Die achteruitgang wordt veroorzaakt door een gebrek aan bloeiende planten, vernietiging van leefgebied en het gebruik van pesticiden. Deze achteruitgang is niet alleen een teken aan de wand voor de kwaliteit van natuur en landschap, maar wreekt zich ook in de fruitteelt, die van bestuiving door wilde bijen afhankelijk is.

Door de focus op kunstmatig gecontroleerde monocultuur blijft het potentieel van bijvoorbeeld functionele agrobiodiversiteit onbenut. De laatste jaren is gebleken dat dit controlemodel onhoudbaar is. Over de hele linie noteren we verliezen op het platteland, van vogels tot vlinders, van zoogdieren tot kikkers. En niet in de laatste plaats ook bij boeren. Onder meer in de melkveehouderij staan inkomens en gezinnen onder druk en ook dat gaat ons aan het hart.

Wat kunnen we doen om dit sociaal-economische en ecologische leed uit de weg te helpen? Aangezien zachte heelmeesters stinkende wonden maken, is een radicale transitie onvermijdelijk. We zien twee uitgangspunten. Ten eerste is een eerlijke beloning van de boeren noodzakelijk. Alleen wanneer zij hun pro-ducten met een marge kunnen verkopen, komt er brood op de plank en is leven op het platteland mogelijk. Bovendien stimuleert het de innovatie en slagkracht van de landbouwsector.

Belangrijker nog is dat biodiversiteit weer een volwaardig onderdeel wordt van de agrarische bedrijfsvoering. Boeren doen er goed aan diversiteit te benutten in plaats van ze met externe middelen uit te schakelen. Landschapselementen zoals hagen en sloten zijn, mits goed beheerd, van grote waarde. Er is overweldigend wetenschappelijk bewijs dat diversi teit in planten en dieren zorgt voor robuuste en veerkrachtige natuurlijke systemen en een gezondere bodem. Veerkrachtige systemen kunnen plagen dempen en de negatieve effecten van klimaatverandering opvangen.

Deze basisprincipes komen samen in wat we het adaptatiemodel noemen, waarbij de draagkracht van de bodem en biodiversiteit de productie bepaalt en de risico's reduceert. Op die manier wordt de veerkracht van de natuur in optima forma benut voor de landbouwproductie. Samenwerken met de natuur is dan het motto. Akkerbouwer Peter Harry Mulder, eerder in deze krant geïnterviewd (V, 22 november), is een van de tientallen voorbeelden van deze manier van landbouw bedrijven.

Rest nog een laatste vraag: hoe zetten we deze transitie in gang? De door Frank Berendse genoemde progressieve belastingen op geïmporteerd veevoer, bestrijdingsmiddelen en kunstmest maken het intensief boeren in één klap een stuk duurder dan natuurinclusief boeren. Dit idee verdient solide doorrekening van maatschappelijke en economische effecten.

Omgekeerd zou het ook veel helpen wanneer er alleen nog overheidssubsidie wordt toegekend aan boerenbedrijven die niet langer maximale productie najagen maar via natuurinclusief produceren ook maatschappelijke diensten leveren op het vlak van gezondheid, natuur en landschap. Daar zal de biodiversiteit, waaronder de wilde bijen, van profiteren. En gaat het goed met de bijen, dan gaat het goed met ons.

Titia Wolterbeek, voorzitter SoortenNL
Fred Wouters, directeur Vogelbescherming Nederland
Tjerk Wagenaar, directeur Natuur & Milieu
Hank Bartelink, directeur LandschappenNL
Marc van den Tweel, directeur Natuurmonumenten
Joris Hogenboom, voorzitter Natuur- en Milieufederaties
Anna Schoemakers, directeur Greenpeace
Bart van Opzeeland, campagneleider voedsel Milieudefensie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden