ColumnHarriet Duurvoort

Bloederige biefstuk zonder bloed aan je handen, slechts bietensap

Varkens die gillend en hevig trappelend in een gloeiend heet waterbad verdrinken. Kalveren en schapen die levend worden gevild. Na een gruwelijke reportage van RTL Nieuws over de martelpraktijken in Nederlandse slachthuizen besloot ik dat ik het toch maar weer eens een kans moest geven: vegetariër worden.

Want ik hou gewoon van dieren, al lust ik ze graag. Vlees moet verpakt dan wel klaargemaakt zijn, het slachtmoment wil ik mij niet voor de geest halen. Verpakt in plastic blijft vlees natuurlijk abstract genoeg om die gedachte duurzaam uit te bannen.

Tegelijkertijd houd ik mijzelf voor dat carnivoor zijn natuurlijk is. De natuur is helaas wreed. Mijn onthulling dat onze poes Vigo muisjes eet als hij de kans krijgt, werd door mijn zoontje met afgrijzen en ongeloof ontvangen. Vigo eet geen muisjes, hij eet brokjes! Tja.

Debat over dierenleed was de afgelopen jaren vooral voorbehouden aan het halal vlees. Het verbieden van de rituele slacht kwam mij vaak voor als een stok om de hond te slaan, onlosmakelijk onderdeel van het eeuwige islamdebat. Moslims zijn barbaarse beestenmartelaars, waar in onze bio-industrie de dierenliefde er uiteraard vanaf spat, zie hierboven. En de koosjere slacht was collateral damage.

Ik geef toe: vóór het debat over de wreedheid van onverdoofde slacht had ik altijd een lichte voorkeur voor halal en koosjer vlees. Aangezien de slachter voor het kelen – een ontologische daad toch ergens, een dier het bezielde bestaan afnemen – zijn prooi tenminste het respect van een schietgebedje gunde.

Dat kon er bij mijn Surinaamse oma namelijk niet vanaf. Ze kon beeldend voordoen hoe ze een kip op het erf de nek omdraaide. Je moest hem bij de kop pakken. Met opgeheven hand deed ze voor hoe ze het beestje dan met een paar ferme draaien om de as de nek brak. Als een lasso in de lucht, tot krak. Ik vond het weerzinwekkend en bovendien out of character: verder was ze een diva die stijldanste.

Toch ben ik voor verdoofd slachten. Daar is Jamie Oliver overigens meer debet aan dan dat vermaledijde halalvleesdebat. In zijn voor het overigens verrukkelijke Italië-programma haalde hij het namelijk in zijn hoofd onverdoofd een lammetje te slachten. Met miljoenen zapte ik kokhalzend weg. Hij kreeg alle dierenrechtenactivisten over zich heen. Maar hij wilde gewoon laten zien hoe het er op dat romantische, authentieke Italiaanse platteland aan toe ging. Als kok die meer dan tweeduizend schapen en lammeren had bereid, vond hij dat hij dat een keer gedaan moest hebben. Ergens had hij natuurlijk nog een punt ook.

Goed, vanaf toen wilde ik bij voorkeur ‘verdoofd’ vlees. Ik geef toe: mijn vleesconsumptie hangt samen met de aaibaarheidsfactor van het dier in kwestie. Lamsvlees: overheerlijk, maar hartverscheurend zielig want te lief. Biologisch maakt me dan ook niet meer uit: Het idee dat een dartel, blij lammetje het leven moest laten voor mijn kebab vind ik minstens zo onverkwikkelijk als dat het een verwaarloosd, depressief offerlam uit de bio-industrie betreft. Schapen en koeien vind ik dan weer minder vertederend, hoe wreed het ook klinkt. Net als kippen. Of varkens. Hoewel ik sinds ik weet dat varkens qua intelligentie met dolfijnen en mensapen vergelijkbaar zijn spek wat vaker laat staan.

Ik eet dus dieren die ik lekker en minder vertederend vind, hoewel ik eraan hecht dat ze op een ‘dierwaardige’ manier gedood zijn. Verdoofd en met zo min mogelijk stress. Maar zelfs dat blijft eigenlijk wreed.

Ook naar beelden van een biologisch verantwoorde slachtdiereuthanasie met behulp van elektrocutieverdoving zou ik niet kijken. Ik ben er wél voor uiteraard. Ik wens elk levend wezen een zo zacht mogelijke dood toe.

Wat moet je, als schuldbewuste vleeseter?

Ik hoop nog steeds dat het wat opschiet met dat kweekvlees. Intussen was ik blij verrast en trots dat het een Surinaamse jongeman is, productontwikkelaar Robin Haakmat, die het Twentse Vivera onlangs aan de wereldprimeur van een perfect vegetarisch stukje biefstuk hielp. Want sorry, Surinamers weten hoe vlees moet smaken. Het geheim: bietensap ‘om een beetje die juices erin te houden’. De vegasteak is in luttele weken na de introductie al een gierend succes in Groot-Brittannië en België. ‘Vegan steak: now juicy, pink and bloody’, kopte The Guardian juichend.

Bloederige biefstuk zonder bloed aan je handen, slechts bietensap. Meneer Haakmat, u bent een genie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden