Bliksem is dodelijker dan terrorisme

We lijden economische schade omdat we het gevaar van een mogelijke terroristische aanslag vele malen groter inschatten dan het is.

De marechaussee doet uitgebreid onderzoek op Rotterdam The Hague Airport. Beeld anp

Het gemiddelde aantal slachtoffers per jaar door islamitisch gemotiveerd terrorisme in de Verenigde Staten sinds 11 september 2001 is op twee handen te tellen: zes personen. Ter vergelijking: gemiddeld vinden 737 mensen per jaar de dood door uit bed te vallen, 69 door een ongeluk met de grasmaaier, 21 door gewapende peuters en 31 door een blikseminslag.

In Europa ligt het tienjarige gemiddelde op ongeveer dertig doden per jaar door islamitisch gemotiveerd terrorisme. Ter vergelijking: in Europa plegen bijna 60 duizend mensen per jaar zelfmoord, zo'n 160 per dag. Dat betekent dat tien jaar aan islamitisch gemotiveerd terrorisme in Europa minder slachtoffers genereert dan twee dagen aan zelfmoorden.

Door op het verschil te wijzen tussen het kleine gevaar van terrorisme aan de ene kant en de collectieve volksangst voor een aanslag aan de andere, probeer ik de grote terroristische aanslagen in Europa niet te bagatelliseren. Wel hoop ik deze in het juiste perspectief te plaatsen. Hoewel er aanslagen kunnen gaan plaatsvinden, ook in Nederland, blijft het gevaar ook in de toekomst vrijwel nihil, al helemaal als het vergeleken wordt met het gevaar van grasmaaiers.

De gevolgen van ons verbeeldend vermogen zijn echter meervoudig, zowel op politiek als sociaal en economisch gebied. De gevolgen zijn ook na de aanslag in Duitsland jongstleden weer sterk merkbaar. In een uitzending van het programma EenVandaag (20 december) merkte een willekeurige passant dat ze anders naar mensen kijkt, want 'als je ergens een man met een andere huidskleur ziet staan op een plek waarvan je denkt van, wat doet die hier, dan kijk je nog wel een keer om'.

Maar misschien nog wel belangrijker dan dit dagelijkse sociale wantrouwen: onze angst vormt een bedreiging voor de economie, en dan vooral voor het functioneren van de bankensector. Banken zitten in een spagaat omdat ze moeten voldoen aan strenge privacyvoorwaarden, maar ook verdachte transacties moeten doorgeven aan de Nederlandse Financial Intelligence Unit (FIU).

Deze dubbele en moeilijke positie van (commerciële) banken kan tot gevolg hebben dat banken klanten gaan uitsluiten van het financiële systeem. In Engeland gebeurt dit al regelmatig. Er worden risicoprofielen van klanten opgesteld op basis waarvan er besloten wordt of ze gebruik mogen maken van hun diensten. Oxfam Novib, bijvoorbeeld, heeft moeite om geld naar probleemgebieden te krijgen, omdat ze bij banken te boek staan als een risico.

Het uitsluiten van organisaties en individuen van bankdiensten gecombineerd met de politieke en sociale implicaties, staat in schril contrast tot de werkelijke dreiging van islamitisch gemotiveerd terrorisme. Als de politiek als doel heeft het welbevinden van de bevolking, dan zouden investeringen in het voorkomen van andere potentiële gevaren meer op hun plaats zijn. Dit geld zou bijvoorbeeld beter besteed kunnen worden aan de geestelijke gezondheidszorg of zelfs aan meer bliksemafleiders.

Pieter Lagerwaard is onderzoeker terrorismefinanciën aan de UvA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.