Verslaggeverscolumn Bijen

Binnenkort bestaat de bij alleen nog als huisdier

Beeld Studio V

De bijen sterven uit en toch is Marco Pranger (23) gewoon van plan om de imkervakhandel van zijn vader Bert over te nemen. Ook Bert Pranger heeft er na veertig jaar nog alle vertrouwen in, maar let zo even op waarom.

Imkers rijden af en aan bij de boerenloods in het Drentse gehucht Amen, waar Bert zijn imkerbenodigdheden rechtstreeks verkoopt en waar familieleden de bestellingen voor webshop Het Ielgat verpakken. Imkers tutten graag over spulletjes, net als wielrijders. Aftapvaten, ontzegelbakken, moerrokers, dathepijpen: alles luistert nauw. En in de aanbieding: Apifonda suikerdeeg om kwijnende honingbijen bij te voeren.

Honingbijen Beeld Margriet Oostveen OPINIE

Ik reed naar Bert voor de gotspe van de week: boerenorganisatie LTO wil de neonicotinoïden nu alweer terug, de insectendoder die nog maar een maand geleden in Brussel is verboden. Want bijzonder slecht voor bijen.

LTO ondertekende nota bene onlangs nog de Nationale Bijenstrategie, een ‘reddingsplan’ voor bijen. Maar minister Schouten van landbouw had nog niet met het verbod op neonicotinoïden ingestemd, of ze kreeg de suikerbietenboeren achter zich aan, meldde Trouw. Argument: het kost oogst, is te ingewikkeld, plus bieten trekken toch geen bijen aan.

Neonicotinoïden moeten in de bietenteelt kortom maar gewoon kunnen. De Belgische minister van landbouw vroeg vorige week al ontheffing op het gifverbod voor de bietenteelt en nu willen de Nederlandse boeren dat ook. Het doet allemaal ernstig denken aan onze intensieve veeteelt, waar de boeren ook voortdurend nieuwe gaatjes zoeken.

Dus ik wilde horen hoe een ervaren imker tegen die bietenteelt aankijkt. Zoals Berts zoon Marco het zegt: ‘Een imker staat midden in de natuur, want wie gezonde bijen wil moet oog hebben voor alles.’

Bert (links) en Marco Pranger Beeld Margriet Oostveen OPINIE

Vraag Marco trouwens wat de belangrijkste eigenschap van een imker is en hij zegt: ‘Je moet een rustig persoon zijn.’ En Bert: ‘Verder leren de bijen jou zelf bijna alles wel.’ Dat klopt. Even later steekt een bijtje me, vlak onder mijn oog, ik besluit een rustig persoon te zijn en voel prompt nauwelijks nog pijn. Wel hoe de bij zijn gifje heel precies heeft toegediend en hoe dat zich nu verspreidt: fascinerend! ’s Avonds lijk ik niettemin op Rocky Balboa.

Dat neonicotinoïden in de bietenteelt weinig kwaad kunnen voor bijen klopt helemaal, schampert Bert. ‘In de bieten doden de neonicotinoïden minder bijen. Maar nog wel heel veel andere insecten.’ Die zijn net zo belangrijk voor de biodiversiteit, die weer cruciaal is voor bijen.

Waar zie je nog perzikkruid in een veld aardappelen? Monocultuur zie je, overal gebrek aan biodiversiteit, zegt Bert. En dan klimaatverandering, waardoor de bloeiseizoenen te dicht op elkaar gingen zitten. Hoe funest dat allemaal is voor bijen, dat wordt bij al dat praten over gif vaak onderschat.

In Duitsland is gemeten dat de hoeveelheid insecten daar de afgelopen dertig jaar al met driekwart moet zijn afgenomen. Dat is ontstellend veel. Nederland telt te weinig, vooral in landbouwgebieden – hoe zou dat nu komen. ‘Die bietenboer weet ook wel dat wat hij op zijn land flikkert niet goed is’, zegt Bert. ‘Maar hij heeft meestal óók een zoon die het bedrijf over wil nemen.’

En wie is zonder zonde? Berts imkervakhandel ligt tussen velden vol prachtig bloeiende pioenrozen, die ik zo graag koop. Bert: ‘Je wil niet weten wat daar aan gif op wordt gespoten.’ Pioenrozen kunnen ook niet meer? ‘In feite alle bloemen. En zeker geen rozen.’

Zwaar bespoten pioenrozen Beeld Margriet Oostveen

Meer dan de helft van de 360 Nederlandse bijensoorten loopt nu gevaar, 10 procent heeft al het loodje gelegd. Onder wilde bijen voltrekt zich de grootste ramp, die sterven uit met iedere verdwijnende plantensoort. ‘Maar honingbijen zullen niet zomaar verdwijnen’, zegt Bert, ‘dat is een heel ander verhaal. Honingbijen zijn allang huisdieren.’

Niet dat honingbijen het ook niet moeilijk hebben. Bert ziet ze verzwakken door landbouwgif dat theoretisch ‘niet dodelijk’ is. ‘Maar ik kan ze te eten geven.’ Zolang wij ze nodig hebben, aan het begin van onze voedselketen, zullen ze met hulp van imkers overleven, bedoelt hij.

Honingbijen zijn ‘bloemvast’, die keren terug naar dezelfde bloesem, wat ze nuttig voor ons maakt. En nut telt: Nederland heeft zo’n achtduizend imkers. Veel hobbyisten, honderd beroeps. Die trekken met hun bijenvolken langs de kassen en laten ze daar voor een week of vier los voor het bestuiven. Grote zaadfirma’s zoals Bejo Zaden hebben daarvoor zelfs eigen imkers in dienst.

Dat blijft allemaal dus nog wel even. Maar is het ook natuur? ‘Honingbijen zijn huisdieren, bromt Bert nog eens. ‘Dat is iets heel anders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.