Opinie Sociale zekerheid

Bijstand oude of nieuwe stijl? U mag kiezen

Beeld Reinout Dijkstra

De manier waarop de bijstand nu geregeld is, is volgens Frank Kalshoven een ‘foutenfestival’. Hij stelt een nieuw systeem voor, met behoud van het oude. 

‘Goedemorgen. Waarmee kan ik u helpen?’

‘Ik wil graag bijstand.’

‘Uitstekend mijnheer. Wilt u links- of rechtsaf?’

‘Ik begrijp de vraag niet.’

De bijstand is een foutenmachine. Het is uitstekend dat hij bestaat, want mensen zonder ander inkomen, zonder spaargeld en zonder huisgenoten met inkomen, moeten toch boodschappen doen. Maar met de inkomensvoorziening zoals we die hebben ingericht, gaat veel mis. Ik noem tien fouten.

Fout 1. De schraperigheidsfout. Denk aan een alleenstaande collega-burger op leeftijd met nul kans op de arbeidsmarkt en een serieus gezondheidsprobleem. Vroeger wel gewerkt, getrouwd geweest en kinderen opgevoed. Maar toen gescheiden en ziek geworden. Kleur zelf maar in verder. Sinds 1 januari 2019 ontvangt de collega-burger aan bijstand 1025 euro en 25 cent per maand. Hier komen toeslagen bovenop, maar voor zo’n collega-burger is onze bijstand schraperig.

Fout 2. De afschrijvingsfout. Denk aan een collega-burger die nét mee kon komen op de arbeidsmarkt tot hij in een conjuncturele neergang zijn baan verloor. Eerst even WW, toen bijstand. Op vaardigheden die niet worden gebruikt, moet worden afgeschreven. Dit geldt ook voor lezen, schrijven en rekenen. Door zo’n periode in de WW en de bijstand zakt zo’n collega-burger dus van ‘net wel kunnen meekomen’ naar ‘net niet kunnen meekomen’ op de arbeidsmarkt. Met deze afschrijvingen houdt onze bijstand geen rekening.

Fout 3. De investeringsfout. Denk aan de collega-burger die tot over haar oren in de stress zit, vanwege schulden, gelazer met de kinderen op school, en een afgebroken relatie. Ze krijgt een re-integratietraject aangeboden dat op voorhand gedoemd is te mislukken. Stress vermindert het vermogen om verstandige besluiten te nemen; stress verlaagt zelfs het IQ. Het is dan wel sympathiek dat de gemeente in deze burger wil investeren, maar het zijn weggegooide belastingeuro’s.

Fout 4. De eerste mentaliteitsfout. Denk aan de collega-burger die eerlijk gezegd een klootzak is. De bijstand is zijn basisinkomen. Dit vult hij aan met zwarte klussen, en hij lacht zichzelf een breuk om al die brave burgermannen (m/v) die de hele week naar hun werk gaan. Het om de tuin leiden van die lui van de gemeente is easy.

Fout 5. De eerste rationaliteitsfout. Denk aan de collega-burger die bijstand ontvangt voor zijn gezin, en dolgraag aan het werk zou gaan. Hij wil alles aanpakken en komt ook werk tegen dat hij best zou willen en kunnen doen. Hier drie dagen in de week. Daar een oproepcontract. Wat hij nooit tegenkomt: een voltijds jaarcontract met zicht op vast. En dus ziet hij er elke keer maar van af te solliciteren. Zijn gezin heeft geen belang bij onzekerheid. Hij is een rationele man.

Fout 6. De tweede mentaliteitsfout. Denk aan de collega-burger met verheven opvattingen over het leven. Na rijp beraad en intensieve studie is hij tot de conclusie gekomen dat gaan werken bijdraagt aan collaboratie met het kapitalistische systeem. Het is zijn morele plicht te strijden voor een betere wereld, en dus draait hij zich steeds onder zijn verplichtingen uit. The system moet gefucked worden, en hij doet zijn best.

Fout 7. De vrijwilligersfout. Denk aan de collega-burger die op aandringen van de sociale dienst een vrijwilligersbetrekking vond en zich hier goed vermaakt. Ja, ze las dat de arbeidsmarkt is aangetrokken en bedrijven staan te schreeuwen om mensen zoals zij – maar ze kan toch zeker haar collega’s niet in de steek laten? De banen waarbij ze inderdaad morgen zou kunnen beginnen zijn eerlijk gezegd stom en zeker niet goed voor de wereld. Laat maar, het is goed zo.

Fout 8. De tweede rationaliteitsfout. Denk aan de collega-burger die zijn economiestudie afbrak, net na het tentamen arbeidseconomie. Hij berekende de marginale belastingdruk bij verschillende inkomensniveaus. Hij keek ook naar zijn arbeidsinspanning, die nul was in de bijstand en zo’n 160 uur per maand bij een volle baan. Zijn conclusie was dat als hij 160 uur per maand zou gaan werken, en hij 5 euro per uur extra wilde overhouden, dat hij dan kon solliciteren op banen vanaf 3000 euro bruto per maand. Dat doet hij dan ook. Zonder resultaat.

Fout 9. De taalfout. Denk aan een collega-burger die hier nieuw is en zich welkom voelt in dit land waar hij een inkomen en een huis krijgt. Het Nederlands is hij nog niet machtig, maar hij gaat elke week braaf naar zijn klasje. Eerst de taal leren, hebben ze gezegd, dan werk zoeken. Hij verbaast zich erover, want hij kan ook metselen zonder kennis van het Nederlands, maar hij heeft zich voorgenomen goed in te burgeren in zijn nieuwe vaderland en doet dus wat hem gezegd wordt.

Fout 10. De derde mentaliteitsfout. Denk aan een collega-burger die best in de kassen zou kunnen werken, of in zo’n groot logistiek complex, maar dat vertikt. Zo zegt hij het niet aan de balie van de Sociale Dienst natuurlijk. Maar hij gaat pas ‘Polenwerk’ doen op de dag dat Pasen en Pinksteren samenvallen. Hij is geen Pool, punt uit.

‘Als u linksaf gaat, belandt u in de bijstand-oude-stijl. U ontvangt 1025 euro per maand, en u heeft enkele verplichtingen.’

‘Welke dan?’

‘U moet aangeboden werk aanvaarden. U moet zich inschrijven bij een uitzendbureau als de gemeente dat van u vraagt. En u moet ervoor zorgen dat uw kleding, persoonlijke verzorging of gedrag het krijgen van werk niet belemmeren.’

‘Dat klinkt prima. En rechtsaf?’

‘Rechtsaf komt u in de bijstand-nieuwe-stijl.’

Kan het anders? En zouden we in zo’n bijstand-nieuwe-stijl een deel van de fouten uit de bijstand-oude-stijl kunnen vermijden?

Kern van de zaak is om ons te verplaatsen in de ‘deal’ die de bijstand in feite is. Deze deal is: een mager inkomen in ruil voor weinig. Dat het inkomen mager is, is economenlogica. Bij een hoger inkomen neemt de prikkel om werk te zoeken af, en die is al zo klein vanwege de hoge marginale belastingdruk op lage inkomens. Dat er zo weinig verplichtingen tegenover staan is politieke logica: het is onrechtvaardig mensen die het zo moeilijk hebben ook nog tot van alles te verplichten. Als er landelijk al iets in een wet wordt geschreven – een taaleis, een tegenprestatie – haalt men in de gemeenten de schouders op.

De oplossingsrichting, is mijn vermoeden, is een keuze-bijstand met een hoger inkomen, meer hulp én meer verplichtingen.

Dat hogere inkomen is niet ingewikkeld. De bijstand-nieuwe-stijl kan 10 of 20 procent hoger zijn dan de bijstand-oude-stijl.

Die hulp en die verplichtingen zijn de crux. In ruil voor de bijstand-nieuwe-stijl zouden burgers vier dagen per week acht uur per dag in het bijstandshuis moeten zijn. Ze gaan naar hun werk. Ze klokken ’s ochtends in, en ze klokken aan het einde van de middag weer uit.

Wat doen ze in het bijstandshuis? In essentie drie dingen: werken, leren, hun problemen oplossen. Laten we eens kijken.

Wie bijstand ontvangt heeft problemen, en inkomensgebrek is er daar vaak maar één van. In het bijstandshuis is er hulp. Er zijn budgetcoaches om te helpen met geld en schulden; er is opvang voor de kinderen zodat hun ouders ongestoord aan het werk kunnen zijn; er zijn psychologen voor geestelijk leed; er zijn juristen. Het bijstandshuis helpt bij het wegnemen van belemmeringen om met aandacht aan de slag te gaan met leren en werken.

Wie bijstand ontvangt, is vaak niet goed opgeleid. De meerderheid van de huidige populatie is van school gekomen zonder ‘startkwalificatie’ voor de arbeidsmarkt; hun kans op werk is zeer klein. Het bijstandshuis is daarom ook een school. Er is een ruim aanbod aan opleidingen, dat begint met een periode grasduinen en uitproberen, gevolgd door het maken van een eigen opleidingsplan. Centrale vraag: Met welk werk ga ik mijn geld verdienen, en welke opleiding ga ik daarom volgen?

Tenslotte: werk. Wie deelneemt aan de bijstand-nieuwe-stijl, kan gebruik maken van het in-huis-arbeidsbureau. Werken voor loon is het doel. Maar het arbeidsbureau gaat pas voor je aan de slag als je aangetoond werkfit bent. Dat kan al vanaf dag 1 het geval zijn – niet alle aanvragers van bijstand hebben meerdere problemen en een slechte opleiding - , maar soms ook pas na een paar maanden of een jaar. Dit arbeidsbureau positioneert zich namelijk niet als een bemiddelaar voor sneue types – zoals nu de gewoonte is bij ‘werkgeversservicepunten’ -maar als leverancier van prima medewerkers.

Een burger die via het arbeidsbureau werk heeft gevonden, blijft minstens een jaar verbonden aan het bijstandshuis. Hij kan er terecht voor alle vragen over zijn werk, zijn collega’s, de problemen die hij ondervindt. Misschien is er aan het einde van dat jaar wel een ceremonie, en in elk geval een vette cheque van bijvoorbeeld een extra maandsalaris: met dank van je collega-burgers dat je jezelf weer zelfstandig hebt weten te maken. Zet hem op en ga zo door.

Beeld Reinout Dijkstra

‘Wat is dat dan?’

‘Bij bijstand-nieuwe stijl gaat u vier dagen per week leren en werken. Als u problemen heeft, helpen we die oplossen.’

‘Dat klinkt als een baan.’

‘Dat is het ook. Uw baan is om uzelf een nieuwe kans te bezorgen. Van ons krijgt u alle hulp, het werk moet u echt zelf doen, 32 uur per week, en geen half uur minder.’

Zo’n bijstand-nieuwe-stijl lost het foutenfestival van de huidige bijstand inderdaad op, of vermindert in elk geval de impact van de fouten. Loop ze zelf nog maar eens langs. Is er ook iets tegen? Wat kunnen de bezwaren zijn?

Bezwaar één: het kost veel geld. De kosten per deelnemer aan de bijstand-nieuwe-stijl zijn misschien wel 10 duizend euro per kop per jaar hoger: 2000 euro voor een ‘bijstandsbonus’ bovenop de basisuitkering, en 8000 euro voor alle begeleiding en scholing.

Bezwaar twee: de zelfselectie. Tegen de gedachte dat mensen zelf mogen kiezen of ze ‘een beetje geld in ruil voor weinig willen of ‘een nieuwe kans met een bonus’ bestaan zowel principiële als praktische bezwaren.

Potentiële praktische bezwaren zijn belangrijk. ‘Ik wil heel graag naar de bijstand-nieuwe-stijl, maar ik ben te ziek.’ Hm. ‘Ik wil heel graag, maar ik moet mantelzorgen voor mijn oude moeder.’ Tsja. ‘Ik zou wel willen, maar ik heb beloofd op school luizen te zoeken.’

Mijn idee zou zijn: de bijstand-nieuwe-stijl is zorgzaam, mensgericht, gericht op vooruitgang - en overigens streng. Wie te ziek is, mantelzorgt onder werktijd, of naar luizen moet zoeken, heeft geen toegang. Mensen kunnen zelf kiezen voor de Bijstand-nieuwe-stijl, maar moeten hiertoe ook kwalificeren. Eenmaal gekwalificeerd zijn er uiteraard ook vakantiedagen, en is kortdurende ziekte geen probleem.

Bezwaar drie. Overheidsfalen. De overheid is helemaal niet in staat zo’n bijstand-nieuwe-stijl uit te voeren. De politiek gaat onuitvoerbare regels stellen (zieke mensen hebben ook recht op bijstand-nieuwe-stijl, bijvoorbeeld); en het budget zal te krap worden vastgesteld; uitvoerders zullen wel weer 40 procent van hun tijd kwijt zijn aan administratie; de ict zal haperen vanaf dag 1. en voor we het weten hebben we een nieuwe publieke mislukking georganiseerd.

Van alle bezwaren neem ik dit het meest serieus. Het is al moeilijk genoeg om kleine taakjes uitgevoerd te krijgen met een acceptabele foutenmarge: belasting innen, WW uitkeren, paspoort verstrekken. Maar de bijstand-nieuwe-stijl gaat over mensen. En ze een nieuwe kans geven op een beter leven. En dat is behalve prachtig ook ingewikkeld werk. En misschien is dat wel te veel gevraagd van de publieke sector.

Toch maar proberen?

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek en columnist van deze krant. Dit is een ingekorte versie van zijn bijdrage uit de eerder dit jaar verschenen bundel De toekomst van Sociale Zekerheid en Integratie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden