COLUMNArthur van Amerongen

Bijna twintig jaar geleden stond ik met een cameraploeg op de Olijfberg te wachten op de Apocalyps

Ik maak soms flauwe grapjes over de Algarve. Zo omschreef ik het zuiden van Portugal eens als de endeldarm van Europa. Overigens is er niks mis met het rectum – er is zelfs een buurtschap in de gemeente Wierden naar vernoemd – al vermoed ik dat de meeste lezers onbekend zijn met de ongekende mogelijkheden die de geheime opening biedt naast het doorlaten van de grote boodschap.

Na mijn bliksembezoek aan Nederland, afgelopen week, neem ik alle flauwiteiten en gemakzuchtige kwinkslagen over het poepertje van Portugal terug, want wat woon ik toch in een paradijs. 

Bij ons zijn de restaurants, terrassen en strandtenten gewoon open en ondanks het strenge coronabeleid van de Portugese regering is er nog sprake van een zekere joie de vivre, een vreselijke term die ik nooit gebruik, maar die in deze context beslist op zijn plaats is.

In Nederland is iedere vorm van levensvreugde verdwenen. Amsterdam is een spookstad en ik kan me levendig voorstellen dat de inwoners zich in de eindtijd wanen. 

Bijna twintig jaar geleden stond ik met een cameraploeg op de Olijfberg in Jeruzalem te wachten op de Apocalyps, die zich volgens de Heilige Schrift op 31 december om klokslag twaalf uur zou aandienen. 

Er gebeurde niks (behalve dan dat die quatsch mij een millennium-item van twee minuten opleverde), en ook nu zal het zo’n vaart niet lopen. Toch moest ik in Mokum aan Dante Alighieri denken: laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt. 

Maar het kon nog treuriger. 

Zo zag ik in Zaandam lange rijen wachtenden voor de Wibra, de Action en een koffiesjop. Die nooddruftigen hadden ongetwijfeld gerechtvaardigde redenen om de ketenfilialen te bezoeken, maar in de rij staan voor een fucking wietje? Als je dan toch ergens aan verslaafd moet raken, doe het dan goed: desnoods meth, ketamine, crack en flakka, maar allesbehalve die sneue pretsigaretjes.

Gelukkig was het niet alleen maar kommer en kwel. Op begraafplaats Westgaarde in Amsterdam herdachten familie en vrienden de legendarische Midden-Oostenverslaggever Conny Mus, die op 21 oktober 70 jaar had moeten worden. 

Het was een stralende herfstdag en met ons dertigen zongen wij rond Conny’s graf diverse liederen van André Hazes. Iedereen had een platvink met whisky in de knuist en ik weet zeker dat Mus hoog in de hemel, of waar zijn laatste standplaats dan ook is, keihard meezong. 

Maar zover is het dus gekomen in Nederland: voor een feestje kun je alleen nog op het kerkhof terecht.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden