VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Bergen

Bijna alles wat de puzzelkoning Jan van Haasteren tekent mag niet meer

Jan van Haasteren tekent alles wat nu niet meer mag, ofschoon dat niet speciaal zijn bedoeling was, want zo tekent hij al jaren. Verdorie, zegt hij, ja! Mensenmassa’s, evenementen, alles overvol: zwembad, strand, popfestivals, kunstmarkten, voetbalstadions, bloemencorso, kermis, het songfestival dat niet doorging. Een afgeladen cruiseschip.

We praten aan de telefoon, Jan van Haasteren is de eerste die me sinds het virus echt niet thuis kan ontvangen, in Bergen. Begrijpelijk: hij is niet alleen vierentachtig jaar oud, zijn werk is goud waard. Hij is dé Jan van Haasteren, de puzzelkoning. En hij tekent nog altijd onverstoorbaar door.

Sinds zijn pensionering als striptekenaar doet hij niets anders, hij heeft een contract voor het leven bij speelgoedfabrikant Jumbo voor drie puzzels per jaar. Jumbo verkocht er wereldwijd ‘miljoenen’ van zijn hand – preciezer krijg ik de cijfers daar niet. Jumbo stuurt wel tabellen: in maart van dit jaar stond Jan van Haasteren er op nummer drie van de bestverkochte speelgoedmerken, hoger dan onder meer Pokemon, Duplo, Playmobil en Monopoly.

Jan van Haasteren.Beeld Saskia de Rijk

Binnen zíjn anderhalve meter passen minstens tien personen en overal is slapstick. Laurel en Hardy zijn grote voorbeelden, Jan beschouwt zichzelf ‘een beetje als een tekenende cabaretier’. Niet per se politiek correct, zijn indiaan draagt nog zonder morren een verentooi en vrouwen zijn opvallend rondborstig.

Hij begon in de jaren vijftig als reclame-illustrator, werkte in de jaren zestig bij Toonder Studio’s, kleurde de Tom Poes-strip in voor Donald Duck, tekende de strip over het indiaantje Hiawatha. Eind jaren zestig produceerde hij als freelancer een lange reeks stripfiguren: Polletje Pluim, Aafje Anders, Smurfen, Baron von Tast, Ketelbinkie, Erik en Opa, de lijst is eindeloos. In de jaren zeventig werd het hip om posters van een raceauto of bloemen op je kekke bruin of oranje geverfde muren te hangen: ook vaak van zijn hand.

Daarna was het een kleine stap naar de puzzels, waarvan hij er nu meer dan honderd heeft gemaakt. Drie andere tekenaars produceren onder zijn merknaam ook typische Van Haasteren-puzzels, al dan niet met hulp van een computer. Jan van Haasteren doet alles nog met de hand: potloodschets, inkten, inkleuren met penseel en ecoline. Eén puzzel kost hem drie maanden.

Uit puzzel ‘Strand’.

De sfeer doet denken aan de sketches van gekke ooms op familiefeesten, vroeger. Hij: ‘O ja, die sketches, die ken ik ook heel goed.’

Het probleemloos lachen. Waarna je ouder werd en ironie alles veranderde. Die lijkt intussen ook alweer afgeschaft.

Jan van Haasteren probeert ‘iets van het gevoel uit mijn jeugd’ te tekenen, en daaraan is kennelijk grote behoefte. Dat was trouwens al vóór het virus zo, volgens Jumbo steeg de vraag naar puzzels in 2019 al met ruim 20 procent en werd puzzelen ‘mindful’, een woord dat volstrekt niet bij Jan van Haasteren past.

Eenvoud dan weer wel. Jans dagen in isolatie thuis in Bergen verschillen ook niet erg van zijn andere, al wandelt hij minder vaak naar het dorp en doet zijn dochter Saskia nu de boodschappen. Hij staat nog steeds om acht uur op, pakt de Volkskrant van de mat, die bewaart hij voor ’s avonds, ‘anders heb ik niks meer’. Eet een boterham en gaat aan het werk. Klassieke muziek erbij. Middagboterham in de tuin. Weer aan het werk. Tegen vijf uur houdt hij op, dan kijkt hij naar ‘Tijd voor Max’ op tv, ‘met een dokter die leuke dingen vertelt over corona, bijvoorbeeld of het virus in je baard blijft hangen’. Daarna leest hij de krant. Eerst de strip Sigmund, dan de cijfers over het virus. Kookt nog steeds voor zichzelf. Daarna televisie tot half elf, ‘ik ben een Netflix-mannetje’.

Alles gaat nog met de hand.Beeld Saskia de Rijk

Bang is hij niet: alles vergaat. Zijn vrouw Romi, de liefde van zijn leven, kreeg op haar achtenveertigste de diagnose Parkinson, hij heeft jarenlang voor haar gezorgd. Dat ze er sinds vijf jaar niet meer is, is moeilijker dan al het andere.

Zijn beste puzzel? ‘Het Ziekenhuis’, zegt hij onmiddellijk. De Indiaan zit in de wachtkamer met een pijl door zijn neus, er rent een patiënt weg met een zuurstoffles erachteraan, ‘ontzettend leuk om te doen. Nu kan dat misschien even niet.’

Hij was als kind astmatisch, hij wilde heel graag maar mocht nooit naar de volle zwembaden die hij later zou tekenen. Jan van Haasteren droomt nog wel eens dat hij geen adem kan halen. Maar daar zeur je niet over.

‘Klagers kennen geen nood’, zegt Jan van Haasteren. Ook iets van vroeger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden