OpinieSpreiding budget podiumkunsten

‘Bij subsidie voor podiumkunsten is inclusief alleen inclusief als er Amsterdam op staat’

Geograaf Jan ten Brummelhuis schrok van het rapport van het Fonds Podiumkunsten: 54 procent van de subsidies komt in Amsterdam terecht, slechts 10 procent buiten de Randstad. 

Een optreden van de PeerGrouP op Terschelling in 2017, tijdens het festival Oerol. Beeld Hollandse Hoogte / Roel Burgler

In het commentaar van de Volkskrant van 4 augustus over het advies van het Fonds Podiumkunsten werd terecht stilgestaan bij de mokerslag die dit fonds uitdeelt. Wat zal er in ons land aan podiumkunsten overblijven nu het rijk met zo weinig geld over de brug komt? 21 miljoen voor de hele sector. De vraag is des te nijpender omdat alles al maandenlang op zijn gat ligt door corona. 

De situatie is nog schrijnender wanneer de landelijke spreiding van dit budget wordt bekeken. In het schema uit het toelichtende rapport staan de voorgenomen toewijzingen van de aanvragen regionaal weergegeven. Hieruit blijkt dat de drie Randstadprovincies plus Almere 90 procent van het budget voor meerjarige productiesubsidies zullen krijgen. Geen enkel project in het oosten en slechts eentje in het noorden zal op geld uit dit fonds mogen rekenen. 

Dat uitgerekend het wegvallen van subsidie bij enkele Amsterdamse gezelschappen steeds terugkeert in de commentaren van de landelijke pers, waaronder deze krant, is veelzeggend en treurig tegelijk. Zoals zo vaak geldt ook hier blijkbaar, dat wat goed is voor Amsterdam, goed is voor Nederland, en dat wat in de regio speelt, mag worden genegeerd. 

Eenzijdigheid

Ik wil de eenzijdigheid van dit denken graag aan de hand van twee voorbeelden proberen duidelijk te maken. De PeerGrouP uit Donderen is een theatergezelschap dat werkt op locatie in de drie noordelijke provincies en in de kop van Noord-Holland. De adviescommissie roemt hun hoge ambachtelijke niveau en memoreert het feit dat ze 80 procent nieuw publiek weten te trekken. Dat is niet genoeg reden voor subsidie. Ze zouden zich volgens de commissie alleen op Drenthe richten. En verder ‘plaatst de commissie een kanttekening bij de zeggingskracht, omdat zij vindt dat de thematieken meestal zo specifiek zijn toegespitst op de locaties in Drenthe of Noord-Nederland, dat deze minder aansprekend zijn voor een breder regulier publiek’.

Wat hier feitelijk wordt gesteld, is dat het publiek in de regio geen recht heeft op rijkssubsidies, zodra aan dit publiek thema’s worden aangereikt, waar specifiek deze mensen zich in kunnen herkennen. 

Hoe zit dat eigenlijk in Amsterdam? Juist het maken van producties voor een specifieke doelgroep lijkt in de hoofdstad een garantie om voor subsidie in aanmerking te komen. Als ik vaststel dat hier met twee maten wordt gemeten, dan trap ik een open deur in. 

Deze PeerGrouP had zich overigens best in veiligheid kunnen brengen. Het verwijt dat hun nieuwe publiek ‘niet specifiek genoeg’ is, is overduidelijk kolder. Deze theatergroep is een emancipatiemotor zonder weerga. En dat hadden ze gewoon in hun aanvraag moeten schrijven. Dat je mensen die nooit eerder naar toneelvoorstellingen zijn geweest naar je toe weet te halen, is grensverleggend en inclusief.

Bach

Het Groningse Luthers Bach Ensemble doet ook iets fout. De adviescommissie voor de podiumkunsten vindt ‘dat de programma’s op een authentieke wijze zijn samengesteld. Ook de manier waarop de programma’s worden uitgevoerd, getuigen volgens haar van oorspronkelijkheid. Toch meent zij dat er door de soberheid van de producties een eenzijdig beeld van het repertoire wordt geschetst. Doordat het Luthers Bach Ensemble werkt met toonaangevende dirigenten wordt het de commissie niet duidelijk wat zijn eigen visie op het repertoire is. Hierdoor mist zij een duidelijke signatuur.’

Anders gezegd, omdat het ensemble een eeuwenoude traditie op het hoogste niveau op de planken brengt, hebben ze geen herkenbaar profiel. Alsof Rembrandt, mocht hij tot leven kunnen worden gewekt, het voortaan met vingerverf zou moeten proberen, milieuvriendelijk uiteraard. Had het Luthers Bach Ensemble maar wat minder naar Bach geluisterd. 

Gewoon goed zijn is op zichzelf niet per se fout, maar buig een beetje mee en voeg wat woordjes zoals grensverleggend, reflectief en inclusief toe aan je aanvraagformulier. Dat de oudere doelgroep nadrukkelijk wordt bereikt, vindt de commissie verdienstelijk maar het is lang niet inclusief genoeg. En dan die soberheid als verwijt, bij Bach.

Orgels

Het Luthers Bach Ensemble vormt zo’n beetje de eredivisie van de muziek met orgel en is van groot belang voor het behoud van de beroemde Groningse orgels zelf. De betekenis van het ensemble is dus veel groter dan het Fonds Podiumkunsten zich lijkt te realiseren.

Zou er wel geld zijn toegekend als een deel van die topdirigenten aan de kant was gezet, of als er iets multimediaals met het orgel zou zijn geprobeerd? Men wekt in elk geval de indruk dat een ensemble met de naam ‘Bach meets Boef’ meer kans had gemaakt. En als de aanvraag op de juiste plek was ingediend. Het kan haast niet anders of over vier jaar krijgt Amsterdam er nog wat bij. Want inclusief is alleen inclusief als er Amsterdam op staat.

Jan ten Brummelhuis is geograaf te Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden