columnElma Drayer

Bij moslimextremisten is grens tussen droom en daad flinterdun

Koud een etmaal na de slachtpartij kwam in mijn tijdlijn de foto voorbij van het eenzame hoofd op het asfalt. Ongeblurd. Naar verluidt had de dader zelve het beeld snel nog even op zijn account geplaatst, voorzien van triomfantelijk commentaar. Zo nam ook ik er zeer tegen mijn zin en kokhalzend kennis van. Ik kon alleen maar denken: gebeurt dit in Europa?

Ja, dit gebeurt in Europa. Vandaag precies een week geleden hakte een Tsjetsjeense vluchteling met een verblijfsvergunning in een Parijse voorstad het hoofd af van geschiedenisleraar Samuel Paty – alleen omdat hij in zijn klas aan de hand van Mohammed-cartoons de vrijheid van meningsuiting besprak.

Als na elke islamistische terreurdaad stonden er ook nu weer lieden op die losjes suggereerden dat het slachtoffer zijn lot over zichzelf had afgeroepen. Zij zijn lid van wat de Britse schrijver Salman Rushdie in 2015 treffend de ‘But Brigade’ noemde: elke vrome zin over de vrijheid van meningsuiting laten ze volgen door het voegwoordje maar. Maandag hoorde ik een mevrouw bij de publieke omroep zeggen: ‘Je mag best je mening geven, dat is geweldig hier in Nederland, maar je hoeft niet mensen te kwetsen.’ Rushdie besloot nooit meer naar zulke dwaallichten te luisteren. Hij heeft groot gelijk.

Klein lichtpuntje: in Frankrijk zelf bestaat over het motief achter deze jongste gruweldaad (bijna) geen twijfel. Volgens Nederlandse correspondenten zijn de reacties nu anders dan bij eerdere aanslagen. Vergoelijkers komen in de media nauwelijks aan het woord, anderen des te meer. Wat de Tsjetsjeen deed was een islamistisch geïnspireerde terreurdaad – punt uit.

Toevallig maakte juist deze week het Openbaar Ministerie in Amsterdam een opmerkelijke draai in de zaak-Saleh A., een erkende Palestijns-Syrische vluchteling. Dit heerschap heeft het nogal voorzien op het koosjere restaurant HaCarmel aan de Amstelveenseweg. In december 2017 vernielde hij de ramen, drong schreeuwend naar binnen en stal een Israëlische vlag. Onderwijl riep hij volgens getuigen zijn God aan. Het incident leidde tot veel verontwaardiging én tot het Amsterdams Joods Akkoord – een document waarin twaalf politieke partijen zich uitspraken tegen antisemitisme. Alleen Denk en Bij1, hoe verrassend, maakten zich er met een smoesje vanaf en deden niet mee.

In juli 2018 diende de rechtszaak. Raadselachtig genoeg stond Saleh A. uitsluitend terecht voor diefstal en vernieling. De officier van justitie ontwaarde weliswaar een ‘onmiskenbaar discriminatoir aspect’, maar ‘geen enkele aanwijzing’ dat de man zou hebben gehandeld uit terroristische motieven. Ook de rechtbank zag ‘geen terroristische bedoelingen’. Saleh A. beloofde plechtig beterschap en stond weer buiten.

Ondanks een gebiedsverbod meldde hij zich in mei dit jaar opnieuw bij HaCarmel. Gehuld in camouflagepak sloeg hij met een ijzeren staaf de ruiten in en stak een Isra­ëlische vlag in brand. Het was het zevende gewelddadige voorval bij het restaurant in tweeënhalf jaar tijd.

Tijdens zijn verhoor verklaarde hij te handelen ‘in opdracht van Allah’ en ‘nog niet klaar’ te zijn. Ook zei hij: ‘Ik hoop dat ik de volgende keer door niemand word belemmerd, want dan is er een kans dat ik ga schieten.’

Toch zag het OM in augustus nog stééds geen reden om Saleh A. een terroristisch motief ten laste te leggen – tot verbijstering van de restauranthouder. ‘Als dit geen terrorisme is, wat dan wel?’, zei hij tegen De Telegraaf. ‘Vindt Nederland dan dat er doden moeten vallen voor het terrorisme is?’ Goeie vraag.

Maar afgelopen woensdag kwam het OM op zijn standpunt terug. Eindelijk zag het wat een kleuter al in december 2017 kon zien. Nu verklaarde het dat er bij Saleh A. sprake is van ‘een radicaliseringsproces en een extremistische ideologie’. Op zijn telefoon zijn filmpjes gevonden waarin hij zegt het martelaarschap te begeren. En o ja, hij blijkt een verleden te hebben als ‘getraind en geoefend militair bij een terroristische groepering’. (Hoe hij desondanks aan een verblijfsstatus kwam lijkt me nog wel een dingetje.)

Natuurlijk, ruiten inslaan, schreeuwen en vlagverbranding zijn van een ander kaliber dan een onthoofding op klaarlichte dag. Maar bij moslimextremisten is de grens tussen droom en daad flinterdun, zoals we inmiddels uit ondervinding weten. Zij zijn bloedserieus, zij menen het bloedserieus. Hoog tijd dat wij dat ook eens proberen te doen.

Elma Drayer is neerlandicus en journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden