Opinie Spookcijfers

Bij ‘keiharde cijfers’ is scepsis geboden

Onthulde ‘vergissingen’ in cijfers bleken altijd in het voordeel te zijn van degene die ze presenteerde.

Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat in de Tweede Kamer. Beeld ANP

De nieuwe energierekening blijkt drie keer hoger dan voorspeld, minister Wiebes erkent meetfouten in de aardbevingscijfers van het KNMI en de berekende geluidsoverlast door vliegveld Lelystad en Schiphol staat steeds opnieuw ter discussie. Het is onrustig aan het cijferfront. En dat betreft dan alleen nog maar enkele ‘ongelukken’ die bekend werden. Er zijn veel meer spookcijfers.

Wist u bijvoorbeeld dat de 2,6 miljard euro schade die alcoholgebruik de samenleving jaarlijks kost – staatssecretaris Paul Blokhuis zwaaide er vorig jaar mee bij introductie van het ‘preventieakkoord’ – een puur drijfzandcijfer is? Het is grofweg gebaseerd op een peiling over verzuimdagen door een Schotse banensite in 2004 en een door de onderzoekers zelf ‘onbetrouwbaar’ genoemd Australisch onderzoek over verloren productiviteit uit 2001.

Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ChristenUnie). Beeld ANP

Onderzoeksbureaus, bedrijven, andere organisaties en ook overheden bestoken de media met ‘keiharde’ cijfers om hun punt te maken. Op zichzelf is dat niet gek, want meten is weten en cijfers zijn belangrijk om de werkelijkheid in te vatten. Ze vormen daarom de basis voor (beleids)beslissingen maar vaak ook – en dat is iets heel anders – om genomen beslissingen te rationaliseren.

De tijden waarin ‘boer’ Koekoek, Kamerlid in de jaren ’60 en ’70, na in een discussie te zijn gepareerd met cijfers, verontwaardigd kon uitroepen ‘aan cijfers heb ik niets, feiten moet ik hebben!’ zijn al lang voorbij. Paradoxaal genoeg is er tegelijk vaak een beetje dedain over cijfers (‘het gaat om mensen’) maar zodra er moet worden gedebatteerd en overtuigd gaat men los en slaan voor- en tegenstanders van de Brexit of een ambitieus klimaatbeleid elkaar met onderling niet te rijmen ‘harde’ cijfers om de oren.

In de cijferlawine die over ons heen komt zijn enkele vaste patronen te zien. Ten eerste zitten er achter cijfers en de creatieve omgang daarmee vaak belangen. Staatssecretaris Mona Keizer en minister Eric Wiebes wisten al dat de gehanteerde energiekosten niet konden kloppen, maar omdat dit slecht uitkwam noemden ze de kritiek toch ‘onzin’. Ten tweede, hiermee samenhangend, blijken onthulde ‘vergissingen’ in cijfers altijd in het voordeel te zijn geweest van degene die ze presenteerde. Dat speelt bijvoorbeeld opzichtig bij de geluidshinder bij vliegvelden, die steeds toch weer groter blijkt dan beleidsmakers eerder voorrekenden.

Ten derde blijkt bij een beetje spitten dat heel veel onzinnige of ‘creatieve’ cijfers niet worden ontmaskerd. Zo overtreft de gezamenlijke bijdrage van economische sectoren aan de nationale economie verre het totale Bruto Nationaal Product, als je tenminste de door die sectoren zelf geadverteerde cijfers als basis neemt. Wist u trouwens dat wiskunde ‘jaarlijks 160 miljard euro verdient voor Nederland BV’? Volgens het Platform Wiskunde dan, vrijelijk gebaseerd op een heus rapport.

Een vierde opvallend punt is dat velen onhandig zijn met cijfers en dat dat sociaal wordt geaccepteerd. In sommige kringen is het zelfs en vogue om ‘niets met cijfers te hebben’.

Wat kunnen of moeten we met dit probleem, in feite een deelcategorie van het bredere nepnieuws? Wat kunnen we doen tegen het risico op het verkeerde been te worden gezet door gemanipuleerde, slordige of selectief gekozen spookcijfers?

Allereerst is het goed te aanvaarden dat niet alles wat bestaat meetbaar is. En dat niet alles wat meetbaar is daadwerkelijk datgene meet wat het suggereert te meten. Soms is dat ook niet nodig. Moet je werkelijk keihard kunnen aantonen dat het opnemen van meer vrouwen in bedrijfsbesturen, of duurzaam ondernemen, gunstig is voor de winstcijfers? Zijn andere, kwalitatieve argumenten niet voldoende?

Maar omdat in veel gevallen toch geldt ‘meten is weten’, is daarnaast ook het vermogen om cijfers kritisch te beoordelen van belang. Er wordt wel op gewezen dat de mens in evolutionair perspectief pas kort aan het rekenen is en dat we er daarom wat onhandig mee zijn, maar bij het beoordelen van cijfers is gelukkig vooral het gezond verstand van belang. Net zoals rond nepnieuws in het algemeen wordt gepleit voor meer ‘mediawijsheid’ bij burgers is het van zeker zo groot belang om de ‘cijferwijsheid’ te bevorderen. Dit geldt voor de zenders van cijfers, voor de intermediaire partijen in de nieuwsketen (journalistiek, nieuwsplatforms), maar vooral ook voor de ‘consument’. De sleutel ligt uiteindelijk bij de bewuste en kritische lezer, de burger.

Gelukkig is er als nuttig instrument de goede oude (journalistieke) vuistregel van de 5 W’s. Elk goed nieuwsbericht moet antwoord geven op de vijf kernvragen wat, wie, waar, wanneer en waarom. En bij cijfers is vaak bovendien de H van ‘hoe’ van belang. Ontbreekt een van die elementen in een (pers)bericht of betoog, dan is het zinnig om verder te denken of te vragen.

Gezond verstand en gezonde scepsis zijn de belangrijkste wapens in een kritische omgang met cijfers. We moeten vooral niet in de val trappen dat ‘de waarheid’ niet bestaat of dat wetenschap ‘ook maar een mening is’. Maar een kritische weging van zaken die als ‘keihard’ worden gebracht is altijd op zijn plaats. Zeker als er belangen in het geding zijn. Tijd voor meer gezond verstand dus. En, af en toe, een goede rekenmachine. 

Tom Nierop is schrijver-journalist. Met Nart Wielaard schreef hij het boek Spookcijfers (Atlas).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden