columnHeleen Mees

Bij inburgering kunnen we voorbeeld nemen aan België

Heleen Mees artikel columnBeeld .

Ik begeleid Ella, een jonge vrouw die drie jaar geleden naar Nederland is gekomen nadat ze de ­militaire dictatuur in Eritrea was ontvlucht (Ella is niet haar echte naam). Zowel mannen als vrouwen in Eritrea moeten vanaf hun 18de in militaire dienst – mannen in beginsel levenslang en vrouwen totdat ze kinderen baren, wat zo ook een vorm van dienstplicht is. Ella is slim en ambitieus. Ze heeft in korte tijd Nederlands geleerd, haar inburgeringsexamen gehaald en spreekt behoorlijk goed Engels. Ze spreekt ook Italiaans, Arabisch en Tygrinya.

Ella heeft vrijwel geen contact met andere Eritreeërs in Nederland. Die hebben volgens haar veel te weinig ambitie. Eritreeërs in Nederland zijn meestal werkloos en vaak gebruiken ze drugs, aldus Ella.

Dat beeld is niet uit de lucht gegrepen. Twee jaar geleden publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau een rapport waaruit blijkt dat de integratie van Eritreeërs in Nederland moeizaam verloopt. Tweeënhalf jaar na het krijgen van de verblijfsvergunning is ruim 90 procent van de Eritrese statushouders nog steeds afhankelijk van een bijstandsuitkering.

De vriend van Ella woont in Antwerpen. Hij is ook geboren in Eritrea, maar is al eerder met zijn familie naar België gevlucht. Hij heeft in België zijn bachelor behaald en werkt bij een chemisch bedrijf. In België werkt iedereen, aldus Ella. In België kom je als vluchteling pas in aanmerking voor een nationaliteitsverklaring als je bent geslaagd voor het inburgeringsexamen of een diploma hebt ­gehaald én een of meerdere jaren hebt gewerkt.

Er is geen vluchteling die zijn leven lang statushouder wil blijven. In Nederland kunnen statushouders die zijn geslaagd voor het inburgeringsexamen na vijf jaar de Nederlandse nationaliteit aanvragen ongeacht of ze ooit betaald werk hebben gehad.

De inburgeringscursus en nationalisatieceremonie zijn ingevoerd in reactie op het pamflet Het multiculturele drama dat Paul Scheffer in 2000 publiceerde. Daarin luidde Scheffer de noodklok over de moeizame integratie van nieuwkomers en de botsing van de conservatieve islam met de ­liberale Nederlandse samenleving. Volgens Scheffer is een ‘nationale identiteit’ beter dan andere middelen om burgers te binden en moeten migranten zich de nationale identiteit zo snel mogelijk eigen maken. De Nederlandse inburgeringscursus en nationalisatieceremonie zijn afgekeken van de Verenigde Staten.

Hoe feestelijk het ook is om in New York mensen te zien die net hun nationaliteitscertificaat hebben gekregen, het is absurd om te denken dat die ceremonie en het voorafgaande examen het succes van de integratie in de VS verklaren.

In Nederland bestaat ook het hardnekkige misverstand dat migranten in de VS allemaal Engels spreken. Als dat zo was, dan zou de website van New York City niet in vijftig verschillende talen worden aangeboden. De informatielijn *311*, waar New Yorkers terecht kunnen voor niet-spoedeisende hulp, staat bellers zelfs te woord in 175 talen.

Dat nieuwkomers de eerste vijf jaar geen aanspraak kunnen maken op een uitkering is de belangrijkste verklaring voor de succesvolle integratie in de VS. Om te overleven, moeten migranten wel werken. De arbeidsparticipatie van nieuwkomers is hoger dan de gemiddelde arbeidsparticipatie in de VS. De Amerikaanse arbeidsmarkt is bovendien laagdrempelig en flexibel waardoor er voor migranten doorgaans voldoende kansen zijn. Overigens behandelt Nederland arbeidsmigranten uit andere EU-lidstaten op precies dezelfde manier.

Migranten in de VS werken vaak in de persoonlijke dienstverlening, de bouw, de landbouw en het transport. Die banen zijn ook in Nederland voorhanden getuige het grote aantal ­arbeidsmigranten uit de EU dat naar Nederland komt. Vluchtelingen verschillen van arbeidsmigranten omdat ze getraumatiseerd kunnen zijn door de overtocht. Dat geldt in het bijzonder voor vluchtelingen uit Eritrea omdat daar zelfs de vlucht uit Eritrea niet zonder gevaar is. Maar dat geldt ook voor Eritreeërs in andere EU-landen. Toch is de arbeidsparticipatie daar veel hoger dan in Nederland (maar niet zo hoog als Ella veronderstelt).

Nederland heeft het inburgeringsexamen en de nationalisatieceremonie ingevoerd vanuit de misplaatste idee dat die de succesvolle integratie van migranten in de VS verklaren. In werkelijkheid is de hoge arbeidsparticipatie van migranten in de VS de sleutel tot succes. Nederland moet net als België als voorwaarde voor ­naturalisatie stellen dat de statushouder een aantal jaren betaald werk heeft verricht. Dat is een prima stimulans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden