COLUMNDirk poetst

Bij het tweede kopje koffie vertelt mevrouw over haar grote en sterke kerel die niet meer de oude is

Boekverkoper Dirk Meuleman (63) schrijft voor de Volkskrant een tiendelige reeks over zijn ervaringen als invalkracht in de thuiszorg.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Ik moet denken aan Nescio. Aan de beroemde openingszin van De uitvreter.

Meneer, 87, vertelt dat hij heel zijn leven lang woont in de straat waarin hij is geboren. Zijn liefde voor die straat is onverminderd groot. Zijn vrouw, 82, deelt die liefde. Alhoewel ze ook een klein beetje naar vroeger verlangt, naar de tijd dat de buurt arm was en de mensen ‘gewoon’ contact hadden.

Toen ze klein waren, waren ze buren en speelden ze met elkaar. Mevrouw trouwde, meneer bleef alleen. Hij ging reizen. Na 34 jaar vonden ze elkaar terug en sindsdien zijn ze samen.

Terwijl we koffie drinken staat de breedbeeld-tv te loeien. Meneer zit in trainingsbroek en T-shirt half naar het scherm toegekeerd. De Telegraaf ligt opengeslagen naast hem op de grond. Zowel meneer als mevrouw worstelt met de gezondheid. De medicatie is ‘in eigen beheer’ stond in de mail, wat dat ook moge betekenen.

In een vorig leven was hij badmeester in een van de oudste zwembaden van de stad. Zij vult aan dat hij nog steeds wordt begroet op straat: een badmeester vergeet je niet. Dan verhaalt ze over zijn fysieke kracht; hij heeft gebokst en gejudood. Ooit vloerde hij Anton Geesink. Mevrouw heeft nog ergens een foto.

Als meneer zelf weer het woord neemt valt mij op dat hij moeite heeft met articuleren.

‘Blijven praten, Jan. Je best blijven doen’, moedigt mevrouw hem aan.

Even later verdwijnt meneer richting slaapkamer om zich aan te kleden; hij gaat boodschappen doen. Ik mag alle raampjes en ramen binnenshuis lappen. Mevrouw rookt nogal stevig, namelijk.

Als meneer is vertrokken, zoekt ze voortdurend contact. Ze wil haar verhaal kwijt. Tijd om in de begeleidingsmodus te stappen.

Bij het tweede kopje koffie vertelt ze over haar grote en sterke kerel die niet meer de oude is. Hoe hij steeds vaker mompelt en begint te kwijlen. Ik had al een doekje zien liggen op de stoelleuning. Haar ogen worden vochtig. Vervolgens begint ze over zichzelf. Dat ze sinds een tijdje hulp nodig heeft bij het douchen en is aangewezen op de thuiszorg. En dat die thuiszorg − niet mijn werkgever, overigens − steeds weer nieuwe mensen stuurt. Ze noemt de Filipijnse vrouw met de zachte handjes en ‘kampbeul Wim’. En hoe ze soms zomaar wordt achtergelaten op het krukje in de douche, omdat de twintig minuten die er voor staan alweer om zijn. Toch levert het ook vrolijke verhalen op. Tot drie keer toe vertelt ze over de ‘forse Surinaamse’, die haar elke keer op luide toon verzekert dat ze zich ‘goed onder de tieten moet wassen!’

Als meneer terugkomt met de boodschappen is hij duizelig.

‘Zie je wat ik bedoel?’ Ze is opnieuw geëmotioneerd.

Meneer trekt zich terug in de slaapkamer en mevrouw vertelt verder.

Zelfs door zijn oude vrienden wordt meneer steeds vaker in de maling genomen. Vanwege zijn ‘gebreken’.

‘Dat hadden ze vroeger niet gedurfd.’

Om mevrouw haar verhaal te laten doen blijf ik uiteindelijk bijna vijftien minuten langer dan mijn werkbriefje voorschrijft: ík heb geen volgende cliënt. Of mijn luisterend oor heeft geholpen weet ik niet, maar eens te meer realiseer ik me dat zorg een heel breed begrip is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden