Verslaggeverscolumn Toine Heijmans

Bij het sterven van mijn winkelcentrum in Nijmegen Dukenburg

Toine Heijmans

Het winkelcentrum van mijn jeugd is stervende, zoals veel winkelcentra sterven. De overdekte passages kampen met zuurstoftekort. Ik ken die gangen, de haakse bochten die ze maken, het dof-holle geluid van voetstappen en stemmen, de geur van Bakker Bart. Ook die is weg trouwens: een gapend gat geworden. Te huur, te huur. Te koop, te koop.

Onderweg naar mijn afspraak met de tranformatiemanager passeer ik twee dames op een bankje; het winkelcentrum valt al drieënveertig jaar samen met hun levens. Ze maakten de bouw nog mee, tegelijk met de bouw van hun premiekoophuizen. En de ondergang, die eerder inzette dan iedereen denkt.

‘Ik vraag wel es: komt er nog een mooie zaak?’

‘Die komt er niet. Zekers te weten.’

Uitverkoop in het winkelcentrum van Toine Heijmans’ jeugd. Beeld Toine Heijmans

Het geheugen heeft weinig nodig: zie mezelf weer slangen winkelwagens door de gangen duwen, je kreeg er bonnetjes voor die we inleverden aan het buffet van de Vendet. De trap op naar de hobbywinkel met Märklin-treinen en bouwdozen, straaljagers, vingers vol lijm, brekende vleugels. Al die winkels weg.

‘Weet je eigenlijk wat transformeren betekent?’, vraagt de transformatiemanager. ‘Het is een ander woord voor slopen’.

Stefan van Aarle loopt lang rond ‘in de wereld van de retail’, en is met zijn bureau Stadskracht gespecialiseerd in ‘het complexe vraagstuk van de winkelgebieden’. Deze opdracht, zegt hij, ‘is heel intrigerend’. We drinken koffie in de Hema, en langzaam dringt tot me door dat mijn winkelcentrum er slechter bij ligt dan gehoopt. De hele tweede verdieping staat leeg. 24 duizend vierkante meter is te veel – en dan hebben ze er ook nog een stuk bijgebouwd voor de BCC en Jack’s Casino, ‘dat noemen ze leisure’, zegt Stefan.

Stefan van Aarle Beeld Toine Heijmans

Na afloop vraagt hij of ik het niet te somber maak – als Stefan geen kansen zag was hij niet aan deze klus begonnen. Hij wil er een Middeleeuws plein van maken: openbreken, minder winkels, meer woningen, nieuwe functies: medisch, cultureel. ‘Van een ‘place to buy naar een ‘place to be’. De vereniging van (ruim vijftig) eigenaren en de gemeente zijn unaniem voor. Wat moeten ze anders - het is een poging investeringen veilig te stellen, plus de leefbaarheid van de omringende bloemkoolwijken.

Hier werd een nieuwe wereld gebouwd voor gezinnen als het mijne, een moderne perfecte wereld met doolhofstraten die geen namen maar nummers kregen, met carports en vijverpartijen, met verspringende rijtjeshuizen en een winkelcentrum. Het visioen van de stedenbouwers, die niet bouwen voor de eeuwigheid maar tot het volgende moderne inzicht dat altijd eerder komt dan gedacht.

De jaren ‘60 en ‘70: onstuimige bevolkingsgroei, onstuimige welvaartsgroei en een onstuimig verlangen naar meer. Herinner me het rondjes rijden op de volgepakte parkeerplaats, het stouwen van de Lada met boodschappen voor een week, mijn vader betalend met twee briefjes van honderd. Het uienbrood van Bakker Bart.

Klein Nederland groot: al die groeisteden beloond met eigen winkelcentra, dat hadden ze verdorie verdiend, iedereen verdiende een plekje in de middenklasse, een premie A-woning en een carport voor de eigen auto zoals beloofd door Joop den Uyl, en winkelen in een winkelhart.

De leegstand is pijnlijk merkbaar. Beeld Toine Heijmans

33 miljoen vierkante meter aan winkelcentra als deze, zegt Stefan, ‘er is nog heel wat werk’. Want ‘het middensegment’ verdwijnt, precies het segment van mijn jeugd. Blijven over het lage en het hoge, de Action en de Bijenkorf, alles ertussenin is voorbij.

In zijn mooie necrologie van Hudson’s Bay beschrijft Remco Andersen wat er misging: de winkelketen ‘begreep de Nederlandse klant niet’ en heft zichzelf op. Maar begrijpt de Nederlandse klant zichzelf nog wel? Die wil leven in het hoge segment, maar moet zich meestal tevredenstellen met het lage. Alles is zo onduidelijk geworden.

De middenklasse – het woord komt vaak voorbij.

Mijn moeder kocht haar Deens design bij David Mulder, een begrip. De winkel is weg, het pand verhuurd en zoon Maarten Mulder voorzitter van de VvE. Vier jaar geleden nog, vertelt hij, leek een opfrisbeurt genoeg ‘maar de tijd haalde ons in’. Radicaal ingrijpen is de enige optie: deze plek moet een ‘open huiskamer’ voor de buurt worden, een buurt die lang over het hoofd werd gezien omdat er nieuwe wijken kwamen voor de nieuwe middenklasse. ‘Mensen die het beter krijgen verlaten het stadsdeel; blijven achter de mensen die het niet beter kregen.’

Met Stefan wandel ik door ‘het meest pijnlijke deel’ van mijn winkelcentrum, aangestaard door de naakte paspoppen van een gestorven damesmodezaak. Daar heeft Cees Vos zodadelijk een afspraak. Cees heeft al negen outletwinkels ‘en dit is ook voor ons eigenlijk de onderkant’: lampen aan, rekken met mode erin, 2 voor 25. Het laagste segment.

Mijn winkelcentrum sterft, maar blijft een metafoor voor de tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden