ColumnThomas van Luyn

Bij fidgetspinner 14 loop ik achter in beeld langs, in m’n blote jodokus

Beeld Aisha Zeijpveld

Fidgetspinners, kijk dát was nou een rage. In één maand van ‘wat is dat?’ naar ‘bestaan die nog?’ Mijn jongste vond er een in een speelgoedwinkel, met een dikke laag stof erop – rages verzamelen sneller stof dan ander speelgoed. De 8-jarige met nostalgie kocht ’m meteen. Hij moest er een hele euro voor betalen. Voor dat bedrag kun je ongetwijfeld een zeecontainer vol fidgetspinners bestellen in China, inclusief bezorging. Er zijn er een triljard van gemaakt en ze zijn onvergankelijk, dat moet de prijs toch drukken.

Hij nam hem mee naar een vriendje en kreeg prompt diens hele collectie, in allerlei vormen en van allerlei materialen. Er werden indertijd vele imitaties en afgeleide draaiobjecten gemaakt. De verzamelaar in hem ontwaakte en hij begon ze los te weken bij andere vriendjes. De collectie groeide. Nu huisvesten wij het Groot Nationaal Fidgetspinner Museum. 

En als een man iets heeft, wil hij het laten zien, dat is een biologisch imperatief – en de enig mogelijke verklaring voor het fenomeen dickpics. Dus ging hij het internet op. Zijn fidgetspinnerrevival valt namelijk samen met zijn vloggeraspiraties. 

Nou was tot voor kort mijn grote angst dat hij dj zou worden, zo eentje die mp3’tjes instart op een bedrijfsfeestje waar niemand danst, waarbij hij af en toe aan één oor van zijn koptelefoon luistert, doet alsof hij aan knopjes draait en door iedereen wordt genegeerd. Dit leek mij altijd de laagste vorm van bestaan, maar vlogger, dat lijkt me nog net wat erger. Er bestaan goeie, net zoals er goede dj’s bestaan, maar de meesten hebben nieuwe, onvermoede niveau’s van ‘kut’ aangeboord. 

De vloggers die deze zelfbenoemde curator van het fidgetspinnermuseum graag kijkt zijn van het type dat games speelt en daarbij tettert, schreeuwt en kraait. ‘Hallo gamers, blij dat jullie er allemaal weer zijn’, roept hij tegen zijn iPad. Zijn stem, zijn accent, het klinkt precies zoals die vrolijke niksnutten. Hij speelt spelletjes terwijl hij non-stop tegen zijn denkbeeldige publiek lult. Ik zou hier graag reproduceren wat hij allemaal roept, maar het lukt me niet, het is een taal die geen receptoren heeft in mijn brein. ‘Klik like en subscribe’, roept hij, net voordat ik zijn iPad afpak. Godallemachtig.

Het wrange is dat ik altijd enorm van de privacy was en mijn kinderen niet op het Grote Online Smoelenboek wilde hebben. Wat er opstaat gaat er nooit meer af en je weet nooit wie er wat mee doet. Maar zoals dat gaat met kinderen: de eerste zit je bovenop met al je goede voornemens, daarna ben je moe en de volgende kinderen zoeken het zelf maar uit. Ik dacht: ach, hij heeft een heuse hobby, da’s mooi, en van kletsen kun je je vak maken. 

Totdat mijn broer me deze week appte: ‘Je lul staat op YouTube.’ Ik kijken: zit daar mijn zoon zijn fidgetspinners voor te stellen aan de kijkers. Bij nummer 14 loop ik achter hem langs, in mijn blote jodokus en even later weer terug. Twee keer binnen één minuut vol in beeld, met een klein jongetje op de voorgrond. Dat is vragen om problemen die ik nog niet eens kan bedenken. 

Op mijn computer zit een filmmontageprogramma. Tijd om hem het begrip ‘knippen’ bij te brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden