column Daniela Hooghiemstra

Bij de viering van diversiteit vraagt ‘de’ mens intussen of de muziek misschien wat zachter kan

Zo langzamerhand vraag ik me af of wetgeving nog helpt om discriminatie te bestrijden. Al jaren wordt gesoebat over de vraag of Geert Wilders, met zijn vraag of Nederland beter af is met minder Marokkanen, de wet heeft overtreden.

De meeste Nederlanders vonden de vertoning in die kroeg weerzinwekkend. Toch valt vrijspraak niet uit te sluiten, het recht is nu eenmaal fijnmazig. Voor Marokkanen zal dat een nieuwe klap in het gezicht zijn. Niet alleen zijn ze dan zomaar beledigd, de Nederlandse Staat lijkt het dan nog goed te vinden ook.

Als het hof haar zegen zou geven aan de bewering dat Nederland beter af is met minder blonde vrouwen, zou ik me ook in mijn hemd gezet voelen, en ik kan me voorstellen hoe homoseksuelen zich voelden, toen het voormalige RPF-Kamerlid Leen van Dijke in 1999 werd vrijgesproken, nadat hij hen had vergeleken met dieven en fraudeurs.

En dan is er nog de vraag wannéér vervolgd wordt. Onlangs kreeg een zekere Mario in een radioprogramma van BNN/Vara minutenlang de gelegenheid om van leer te trekken tegen ‘jodengespuis’ dat ‘vernietigd’ moet worden, waarbij de presentator opmerkte dat veel luisteraars hem via WhatsApp gelijk gaven.

Luisteren naar zo’n gesprek is als kijken naar een verkrachting, dus ik zal er verder niet uit citeren. Maar wie artikel 137c op grond waarvan Wilders werd aangeklaagd ernaast legt, ziet een klip en klare aanleiding om niet alleen Mario, maar ook BNN/Vara voor de rechter te slepen.

Toch heb ik nog niets over strafvervolging gehoord, en mocht het OM ertoe besluiten, dan zal zo’n mediagenieke zaak het antisemitisme vermoedelijk nog in de kaart spelen ook, terwijl je op veroordeling niet kunt rekenen.

Of wetten tegen discriminatie zinvol zijn, is dus de vraag.

Aan het discriminatiefront zal het intussen niet rustiger worden. De roep om inclusiviteit krijgt steeds meer fanatieke trekjes, waardoor verdraagzaamheid omslaat in het tegendeel. Een redacteur van NRC Handelsblad, Sabrine Ingabire, sprak op de website Dipsaus onlangs haar verontwaardiging uit over het feit dat schrijvers met een zwarte huid die interviews geven, zich moeten behelpen met journalisten met een witte huid, terwijl zij hun werk, vanwege hun ‘witheid’, volgens haar niet begrijpen.

Tijdens een bijeenkomst met de activistische wetenschapper Gloria Wekker viel bij Ingabire naar eigen zeggen het kwartje. Drie ‘vrouwen van kleur’ stelden volgens haar ‘mooie’ vragen, maar alles werd verpest door de ‘witte man’ in het gezelschap, die een ‘niet relevante’ vraag afvuurde. Toen besefte ze dat witte mannen zwarte vrouwen helemaal niet moeten interviewen. De ‘arrogantie’, om ‘te geloven dat je de geschikte persoon bent voor iedere taak’ is volgens haar ‘eigen aan witheid’. Alle grote kranten, schreef ze, zitten ‘vol onwetende witte mannen die de macht hebben zichzelf belangrijke opdrachten toe te kennen, die aan zwarte conscious mensen toebehoren.’

Ik weet niet wat ‘conscious’ hier betekent, vertalen luistert nauw, maar ik weet wel dat huidskleur en sekse geen specifiek menselijk karakter met zich meebrengen en ook dat het stellen van ‘mooie vragen’ geen goede interviews oplevert. Álles vragen, is juist de truc.

Zelden las ik een tekst die artikel 137c zo met voeten treedt, maar voor justitie is het vermoedelijk geen zaak. Een nieuwe opvatting over gelijkheid is intussen namelijk in opmars. Die luidt dat discriminatie niet voor iedereen – let op, paradox – hetzelfde is. Wie zelf achtergesteld is, kán anderen niet discrimineren. Volgens deze gedachte zouden personen met een zwarte huid wel generaliserend mogen spreken over mensen met een witte huid, maar omgekeerd niet.

Volgens een vergelijkbaar principe adviseerde de Sociaal-Economische Raad de overheid onlangs om in het belang van achtergestelde vrouwen, de arbeidscontracten van mannen te vernietigen. Zo ontaardt streven naar diversiteit in terreur.

Ik weet niet wat voor een juridische acrobatiek deze ‘gelijkheid is juist géén gelijkheid’-gedachte nog op zal leveren. Maar als het principe dat mensen in al hun verschillen voor de wet gelijk zijn, wordt losgelaten, wacht het moeras. Minister Kaag zei dit weekend dat diversiteit ‘gevierd’ moet worden. Prima. Maar ‘de’ mens vraagt intussen of de muziek misschien wat zachter kan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden