Column

Bij 'de bedoeling' gaat het mis met vrijheden

Joram van Klaveren (VNL) kreeg het deksel op zijn neus. Hij wilde groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie uit de wet schrappen, maar behalve de PVV was de hele Kamer tegen. Althans: Joost Taverne (VVD) was geloof ik ook positief, maar zijn bijdrage was zo warrig dat hij beter had kunnen zwijgen. Sybrand Buma (CDA) daarentegen, die de straffen juist wil verzwáren, was in zijn element: met het wetboek in de hand liet hij Taverne alle hoeken van de Kamer zien.

Joram van Klaveren en Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie in Vak K tijdens het debat in de Tweede Kamer over de vrijheid van meningsuiting Beeld anp

Toch kwam het beste betoog niet van een politicus, maar van een journalist: Hella Rottenberg beschreef haarfijn het sluipende mechanisme van haat zaaien waarmee Europa ooit werd klaargestoomd voor de holocaust, en waar de huidige wetten ons tegen moeten beschermen. Haar argumenten raakten mij, en brachten mijn diepe overtuiging aan het wankelen: is meer vrijheid misschien toch niet altijd beter?

In de Tweede Kamer somde Alexander Pechtold (D66) meewarig de verschrikkingen op die ons te wachten staan als deze wetten worden afgeschaft. In Amerika mag je alles zeggen, vertelde hij, en daar staan religieuze sekteleden bij militaire begrafenissen te protesteren met 'God Hates Fax'. En dan denk je: is dat nou zo erg? Maar Pechtold bedoelt fags, homoseksuelen dus. Zo'n 'exces', meent hij, 'kan nooit de bedoeling zijn van de vrijheid van meningsuiting'.

De 'bedoeling'. Daar gaat het toch weer mis. Zeggen dat de vrijheid van meningsuiting niet 'bedoeld' is voor bepaalde uitspraken, impliceert dat vrijheid ons van hogerhand wordt gegund, door mensen die weten wat 'de bedoeling' is. Dat is eng. Een verbod kan een bedoeling hebben, vrijheid niet. Vrijheid is het uitgangspunt, vrijheid hoeft zich niet te verantwoorden.

Tot slot zegt Pechtold dat verruiming van de wet een 'aanmoediging' betekent voor hatelijke uitspraken. Weer zo'n omdraaiing: alsof alles wat niet verboden is, goed is. Ook Rottenberg schrijft iets dergelijks, namelijk dat de uitvoer van dit voorstel de hatelijke woorden van Wilders zou 'legitimeren'. In letterlijke zin klopt dat, maar juist door zoveel morele waarde te hechten aan die harde, juridische begrenzing, doe je af aan de scherpte waarmee wij zelf, met onze eigen hersenen, moeten oordelen over hatelijke teksten.

Het Wilders-proces laat dat goed zien. De woede over zijn 'minder Marokkanen'-actie was destijds groot, juist ook onder mensen die hem tot dat moment nog respecteerden. Maar nu de rechter heeft gesproken, voel zelfs ik, terwijl ik dus niet 'geloof' in die wet, minder noodzaak om Wilders inhoudelijk nog tegen te spreken: het was blijkbaar toch al illegaal, hij staat dus buiten het debat - ik ga toch ook geen stukje schrijven tegen Holleeder? En andersom, als Wilders morgen iets vreselijks zegt wat niet strafbaar is, kunnen zijn medestanders dus trots roepen dat het allemaal prima is: het is netjes binnen de wet hoor, dus meneer Pechtold juicht het toe!

Uitingswetten zijn als een muurtje om het schoolplein: ze bieden niet meer dan schijnveiligheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden