Sylvia Witteman Column

Bij Action begon de victorie: drie heerlijke, spotgoedkope ventilatoren op een rij

Eén ventilator telde ons huishouden, dus had ik er drie bijbesteld, bij een verzendhuis dat beloofde ze maandag te leveren. Het hele weekend verheugden we ons erop, vanuit onze 4 dampende slaapkamers. In de heetste kamer sliep mijn zoon, met onze enige ventilator in zijn armen geklemd. De rest van het gezin lag zwetend wakker.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

‘Je bestelling is vertraagd’, meldde het verzendhuis maandagochtend. ‘Helaas kunnen wij geen inschatting geven van de nieuwe levertijd’. Dan kun je natuurlijk gaan vloeken, stampvoeten en een sigaret opsteken terwijl je al 15 jaar niet meer rookt, maar dat helpt niet. Ik weet het zeker, want ik heb het geprobeerd.

De stad in, dan maar, op ventilatorjacht. Het was nog vroeg, maar de zon klom al vals grinnikend naar het zenith. Het kokende asfalt trok zuigend aan de banden van mijn fiets in de uitgestorven, zinderende winkelstraat. Wanhopige gieren cirkelden rond het uitgebleekte karkas van een kameel midden op de trambaan, zijn open bek verstild in een door niemand gehoorde laatste schreeuw. Er kolkten vliegen uit de lege oogkassen van de dode PostNL-bezorger in het portiek van de sigarenboer. (Muziek: Ennio Morricone.)

De HEMA was open, dát wel. ‘Heeft u nog ventilatoren?’ hijgde ik, met hol geschater als enig antwoord. En dóór, naar de Blokker, waar de caissière vanuit een badkuip vol ijsblokjes meewarig van ‘nee’ schudde. En vóórt, naar Praxis, Kruidvat en Xenos, vergeefs, met die snerpende harmonica en die doodsklokken op mijn hielen. ‘People scare better when they’re dying’.

Bij Action begon de victorie: drie heerlijke, spotgoedkope, ventilatoren op een rij. ‘Nét bezorgd’ zei de verkoopster. Ze zaten in enorme dozen, dus ik kon er maar twee meenemen, op de fiets. Thuis smeet ik ze naar binnen, en fietste met mijn laatste krachten terug naar de Action, terwijl de koperen ploert genadeloos etcetera. Mijn kinderen zouden vannacht in koele kamers slapen: nu ík nog.

Toen ik die derde, verlossende ventilator bij zijn lurven greep hoorde ik haastig geslof. Ik draaide me om en zag een jonge, donkere vrouw op teenslippers. Ze was hoogzwanger. Zó hoogzwanger dat ze amper kon lopen. ‘O, dat was de laatste...’ zei ze sip. Ze zag er moe uit.

Ik haalde diep adem. En nóg eens. ‘Neem jij ’m maar’ sprak ik. ‘Je hebt ‘m harder nodig dan ik’.

Haar gezicht klaarde op. ‘O, wat lief! Zo superlief van je!’ riep ze. ‘Jij bent echt een schat!’

Ik kreeg het er warm van. En het wás al zo vreselijk warm.

Maar in de hel is het nog veel warmer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden