Opinie Bevolkinsgroei Afrika

Bevolkingsgroei maakt een welvarend en groen Afrika mogelijk

De komende bevolkingsgroei in Afrika is niks om bang voor te zijn, betoogt Hidde Boersma. Die toename is juist essentieel voor het continent om zich uit de armoede te trekken.

Beeld Klaas Verplancke

Kamerlid Wybren van Haga van de VVD wist eind november de aandacht van bijna de gehele media op zich te vestigen met een voorstel geld vrij te maken voor geboortebeperking in Afrika, omdat dat ‘meer rendement oplevert dan investeren in honger of onderwijs’. Na een stroom van kritiek stemde de VVD schielijk in met een alternatief voorstel van coalitiepartners CDA, ChristenUnie en D66, waarin benadrukt wordt dat de keuzevrijheid van vrouwen toch echt voorop staat.

Maar met het knappen van Van Haga’s proefballonnetje is het idee niet verdwenen. Van Haga’s verlangen om in te grijpen in de levens van vrouwen op een ander continent staat namelijk in een lange traditie van westerlingen met overbevolkingsangst.

Zo maakte de ontluikende milieubeweging zich in de jaren zestig van de vorige eeuw druk om de almaar groeiende bevolking die de draagkracht van de aarde zou overschrijden. Er verschenen boeken als The Population Bomb van Stanford-hoogleraar Paul Ehrlich, waarin hij waarschuwde voor grote hongersnoden aan het eind van die eeuw omdat er nooit genoeg voedsel geproduceerd kon worden voor de exploderende bevolking. De bestseller stond aan de basis van de eenkindpolitiek in China, met haar miljoenen gedwongen abortussen, en aan het beleid van verplichte sterilisatie dat India in de jaren zeventig invoerde, waarbij vanwege onhygiënische toestanden duizenden vrouwen het leven lieten.

Natuur- en milieuliefhebbers hebben dit soort retoriek nooit helemaal achter zich gelaten. Recentelijk spraken bijvoorbeeld de Britse tv-persoonlijkheid David Attenborough en chimpansee-onderzoeker Jane Goodall zich nog uit tegen bevolkingsgroei. Ze waarschuwen tegenwoordig vooral voor de effecten ervan op klimaatverandering.

Niettemin vindt de roep om bevolkingspolitiek nu vooral aan de andere kant van het politieke spectrum gehoor. De zorgen zijn bovendien verschoven van Azië naar Afrika, omdat daar nu de grootste groei plaatsvindt. Drijvende kracht is niet zelden de angst voor massale migratie naar Europa, de vrees overlopen te worden door hordes zwarte mensen die het einde van het Avondland inluiden. Het heeft een xenofobe, om niet te zeggen racistische ondertoon.

Of het nu van links of van rechts komt, het basisuitgangspunt is dat bevolkingsgroei inherent problematisch is, en bij voorkeur vermeden moet worden. Maar klopt dat wel? Een blik op de wereld en haar geschiedenis doet eerder het tegenovergestelde vermoeden. De afgelopen anderhalve eeuw groeide de wereldbevolking van 1,6 naar 7 miljard zielen, maar in plaats van dat het slechter ging, werden we in die tijd welvarender, beter gevoed, gezonder, geletterder en gelukkiger. Zou het kunnen dat een groeiende bevolking meer problemen oplost dan ze creëert, en dat bevolkingsgroei in Afrika juist welkom is? En wat betekent die groei voor het klimaat?

Voordat we die vragen beantwoorden, eerst wat relativeringen. Want hoe druk wordt het nu echt in Afrika? Volgens een prognose van de Verenigde Naties groeit de bevolking er van 1 miljard nu naar 4 miljard in 2100. Dat klinkt veel, en gecombineerd met de bekende beelden uit de volle sloppenwijken, geeft het visioenen van een continent waar in de toekomst iedereen hutjemutje op elkaar leeft en waar er voor natuur geen plek meer is.

Maar Afrika is groot, veel groter dan de meeste mensen beseffen. In een legpuzzel van de aarde passen de stukken Europa, India, China en de Verenigde Staten allemaal samen in het hokje Afrika. De huidige bevolkingsdichtheid is er op dit moment dan ook veel lager dan elders. Afrika herbergt nu 43 mensen per vierkante kilometer, terwijl dat er in West-Europa 178 zijn. In Nederland wonen gemiddeld zelfs 488 burgers in zo’n gebied. Afrika maakt vooral een inhaalslag door, de rest van de wereld kreeg de bevolkingsgroei in de vorige eeuw te verwerken.

Beeld Klaas Verplancke

Het is eigenlijk gek dat westerlingen altijd naar Afrika wijzen als het gaat om overbevolking, merkte de Botswaanse auteur Siyanda Mohutsiwa onlangs op op Twitter. Waarom is Parijs nooit overbevolkt, of New York? Ze hekelde de Franse president Emmanuel Macron, die bij zijn eerste toespraak op Afrikaanse bodem Afrikanen vertelde dat ze te veel kinderen kregen. Zou hij dat ooit zeggen over zijn eigen land, dat vrouwen maar wat minder kinderen moeten krijgen, vroeg ze zich retorisch af.

Er zijn zelfs aanwijzingen dat de lage bevolkingsdichtheid een belangrijke reden is waarom Afrika zo lang arm is gebleven. Door het gebrekkige inwoneraantal heeft het het continent altijd ontbroken aan een kritische massa om bedrijvigheid en met name productieve landbouw tot een succes te maken, en daarmee de economie op gang te brengen.

Dat zit zo: jarenlang historisch onderzoek, onder andere van de Wereldbank, laat zien dat de economische ontwikkeling van een land bijna zonder uitzondering begint bij het moderniseren van de landbouw. Niet alleen levert moderne landbouw hogere opbrengsten en dus meer voedsel op, het maakt ook handen vrij die andere economische activiteiten kunnen ontplooien. Dat zorgt voor consumenten die steeds meer te besteden hebben, en die boeren beter gaan betalen. Die investeren op hun beurt dat verdiende geld weer in de verdere modernisering van hun bedrijf, en zo ontstaat er een zichzelf continu versterkende verbetering van de economie van een land.

Nu gaat het verhogen van de productiviteit in de landbouw niet vanzelf, daarvoor zijn externe productiemiddelen noodzakelijk, zoals kunstmest, bestrijdingsmiddelen en betere zaden. Vooral kunstmest is cruciaal, blijkt uit langlopende studies van onder andere de inmiddels gepensioneerde Nederlandse agrobioloog Henk Breman. Hij bracht het grootste deel van zijn werkende leven in Afrika door, onder andere bij Unesco en constateerde: overal waar kunstmest zijn intrede doet, stijgen de opbrengsten en de voedselzekerheid, en vervolgens de welvaart.

Maar zulke externe productiemiddelen zijn kostbaar. Om ze tot een succes te maken is toegankelijkheid cruciaal, en dat is weer vooral afhankelijk van een goede infrastructuur in een land, in de vorm van havens, spoorwegen en een breed vertakt wegennet op het platteland. Goede wegen vergemakkelijken het transport van productiemiddelen naar de boeren, waardoor de aankoopprijs ervan daalt. Het maakt het voor boeren bovendien makkelijker om markten te bereiken om hun producten te verkopen.

En juist die infrastructuur ontbreekt in grote delen van Afrika. Op dit moment bedraagt de wegendichtheid in armere landen van Azië, zoals Laos, 211 kilometer weg per duizend vierkante kilometer, terwijl Afrika ten zuiden van de Sahara het moet doen met 137 kilometer weg, zo blijkt uit gegevens van de Verenigde Naties. Ter vergelijking: Nederland heeft maar liefst 33.100 kilometer weg per duizend vierkante meter.

Datavisualisatie: Kan geboorte­beperking het wereld­wijde voedsel­probleem oplossen?

Een condoomfabriek in Afrika, de steri­lisatie van hele conti­nenten en zelfs seks met dieren, al deze ‘oplossingen’ zijn op de sociale media voor­bij­gekomen als reactie op ons Voedselzaak-project. Hoe voeden we tien miljard mensen in 2050?, is de vraag. Een veel­gehoord antwoord: kunnen we er niet beter voor zorgen dat er minder mensen bij komen? En dan vooral door geboorte­beperking in Afrika. Hier leggen we uit hoe het zit.

Video: Hij lag (per ongeluk) aan de basis van China's eenkindpolitiek

Wiskundige Gert-Jan Olsder bedacht in de jaren ‘70 een mooi wiskundig model – dat enorme gevolgen had. Hoe kwamen zijn formules in China terecht, en hoe kijkt hij terug er op terug? We spraken hem deze zomer.

De wegen in Azië zijn bovendien meestal geasfalteerd terwijl dat in Afrika maar voor een kwart geldt. Dat betekent dat voor Afrikaanse boeren het gebruikmaken van externe productiemiddelen lastig is. De aanschafprijs is te hoog, en de baten zijn moeilijk te verzilveren. Afrikaanse boeren blijven hierdoor autarkisch en improductief, en de economie komt niet op gang.

De ontwikkeling van een goed wegennet houdt doorgaans gelijke tred met een groeiende bevolking, ontdekte de befaamde Amerikaanse econoom Julian Simon al in de jaren zeventig. Precies daarom is de groeiende Afrikaanse bevolking misschien wel goed nieuws: groei leidt onherroepelijk tot uitbreiding van het wegennetwerk, waardoor de kosten-batenanalyse van externe productiemiddelen steeds positiever uit gaat vallen. Het omslagpunt is al in zicht: op dit moment is de bevolkingsdichtheid van Afrika ongeveer even hoog als in Azië toen daar de moderne landbouw eind jaren zeventig aansloeg, en een nog te publiceren studie van Breman en zijn collega’s laat zien dat in veel landen de landbouw in Afrika inderdaad aan het moderniseren is. Landen als Ethiopië, Ivoorkust, Malawi, Rwanda en Zambia laten hierdoor de laatste jaren fikse opbrengststijgingen zien.

En het is niet alleen de landbouw die profiteert van een hogere bevolkingsdichtheid.

De Deens-Franse econoom Ester Boserup liet in het midden van de vorige eeuw al zien dat een groeiende bevolking overal, ook in de armste landen, leidt tot een hogere productiviteit, omdat een grotere populatie meer ruimte biedt aan specialisatie, en omdat onderwijs en ideeën zich sneller verspreiden. Landen met een groeiende bevolking doen het daardoor economisch beter dan landen met een stabiel aantal mensen. In diezelfde categorie toonden Amerikaanse wetenschappers van het Massachusetts Institute for Technology in 2013 in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications aan dat grote steden innovatiever zijn dan kleine: een verdubbeling van het aantal inwoners leverde meer dan een verdubbeling op van het aantal patenten – een graadmeter voor innovatiekracht. De reden: meer mensen leveren meer ideeën op, en als die ideeën zich vervolgens met elkaar vermengen worden problemen opgelost en groeit de economie.

De intuïtieve gedachte is dat een groeiende bevolking de voedselzekerheid en de welvaart verlaagt, maar het tegenovergestelde kan evenzogoed worden beargumenteerd. Uitzonderingen als Australië daargelaten, was overal ter wereld een hoge bevolkingsdichtheid de noodzakelijke aanjager van een beter leven. Van Haga zou de groei dus moeten omarmen, want meer rijkdom betekent ook minder noodzaak tot migratie.

Maar hoe zit het met de oudere, linkse zorg: de angst voor overbevolking en de druk op natuur en milieu? Het is ontegenzeggelijk waar dat een groeiende bevolking en stijgende welvaart tot milieuproblemen leiden. Zo steeg de CO2-uitstoot van China van 1,7 ton per persoon in 1960 naar 7,5 ton in 2014, wat het land tot de grootste uitstoter maakt. Het huisvesten van de groeiende bevolking ging op veel plekken in Azië ten koste van de natuur.

Toch is dat niet het hele verhaal. Want ook armoede en onderontwikkeling leggen zwaar beslag op de natuur. Zo blijkt uit een studie van de Universiteit van Leuven dat kleine boeren op zoek naar nieuwe landbouwgronden de belangrijkste oorzaak zijn van ontbossing in het Congobekken, het grootste regenwoudgebied van Afrika. Boeren worden daartoe gedwongen omdat landbouw zonder kunstmest snel roofbouw wordt: met elke oogst verdwijnen voedingsstoffen uit de bodem, die niet terug worden gegeven in de vorm van bemesting, waardoor de bodem snel uitgeput raakt. Meer voedsel produceren kan dan alleen door meer land aan te wenden. Moderne, intensieve landbouw is de enige manier om uitbreiding van landbouwareaal te stoppen en de natuur te redden, zo concludeerde het World Resource Institute begin december in een uitgebreid rapport.

Bovendien ontwikkelen zorg en waardering voor en bescherming van de natuur zich pas bij een bepaald welvaartsniveau. De Living Planet Index, waarin het Wereldnatuurfonds jaarlijks de staat van ’s werelds flora en fauna beschrijft, laat al een paar jaar zien dat de natuur alleen in rijke landen verbetert. Analyses van de plastic soep in de Stille Oceaan tonen aan dat maximaal 5 procent van het afval afkomstig is van rijke landen: daar is de inzameling op orde en verdwijnt er weinig naar het milieu. De Nijl, de Indus en de Yangtze behoren daarentegen tot de belangrijkste aanvoeraders van het plastic.

Binnen Afrika blijkt bovendien dat modernisering van de landbouw tot meer olifanten leidt. In landen waar boeren geen toegang hebben tot kunstmest, is elk hoekje en gaatje in gebruik voor voedselproductie. Pas bij intensivering komt er land vrij voor de beesten om op te leven, concludeerde Breman in 2002.

Natuurlijk leidt bevolkingsgroei niet onherroepelijk tot economische groei. Zo is het ook belangrijk dat er van overheidswege geïnvesteerd wordt in de jonge generatie. Corruptie is ook een probleem: het neemt af naarmate de economie groeit, maar kan in het begin, als de armoede nog het grootst is, de ontwikkeling enorm frustreren. 

Een onevenwichtige demografische opbouw  met een enorm overschot aan jonge mensen  kan eveneens tot explosieve situaties leiden. Daarnaast is het belangrijk om buitenlandse inmenging, zoals het kopen van land door bijvoorbeeld China, goed in de gaten te houden: het leidt tot onrechtvaardige situaties die eerlijke groei in de weg staan.

Maar bevolkingsgroei is een belangrijke voorwaarde voor ontwikkeling. Wie daadwerkelijk empathie voelt met de inwoners van het continent, ziet bevolkingsgroei ook als een potentieel startsein voor een welvarend en groen Afrika. Voor hen met zorgen over het klimaat is het vooral zaak om naar zichzelf te kijken: de uitstoot van Afrika blijft nog mijlenver van de onze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.