Opinie Bevolkingsdebat

Bevolkingsdebat is oude wijn in nieuwe zakken

Waarom worden in Nederland zaken die al uitvoerig besproken zijn toch altijd weer als ‘taboe’ ontdekt? 

Het Zomer Carnaval in Rotterdam, juli 2011. Beeld Guus Dubbelman

Bevolkingspolitiek is terug op de agenda. Paul Scheffer en Jan Latten pleitten vurig voor politieke aandacht voor het ‘bevolkingsvraagstuk’ en sturend optreden van de overheid hierin – met succes: premier Rutte heeft een onderzoek toegezegd.

Maar wat is nu eigenlijk het probleem dat moet worden onderzocht en opgelost? In de discussie lopen twee zaken door elkaar; de omvang van de Nederlandse bevolking en de samenstelling van de bevolking, meer specifiek het aandeel migranten daarin. Wij menen dat de discussie over bevolkingsomvang van achterhaald maakbaarheidsdenken getuigt, en dat de discussie over bevolkingssamenstelling weinig vernieuwend is en een schijnkeuze voorlegt.

Spruitjeslucht

Wat de omvang betreft: prognoses over de bevolkingsgroei zitten er notoir naast. Dit komt door het grote aantal variabelen dat van invloed is op de groei; kindertal, leeftijd waarop mensen kinderen krijgen, levensduur, immigratie en emigratie. Bevolkingsomvang op zich zegt weinig over hoeveel druk er op de infrastructuur of verzorgingsstaat komt te staan: dat ligt eraan hoe die Nederlanders van de toekomst gaan samenleven, hoe en waar ze gaan wonen en werken, enzovoort. In 1949 vond de regering Nederland met 10 miljoen inwoners ‘te vol’ en stimuleerde 500 duizend Nederlanders om te emigreren. Desondanks leven we vandaag met 17 miljoen mensen zonder grote problemen.

Natuurlijk heeft overheidsbeleid invloed op de ontwikkeling van de samenleving, maar doen alsof de overheid alwetend en almachtig de toekomst kan voorspellen en bepalen getuigt van een maakbaarheidsdenken waar de spruitjeslucht van de jaren vijftig omheen hangt.

Een sinds Fortuyn grijs gedraaide plaat

Dan de discussie over de bevolkingssamenstelling. De bewering dat hiervoor geen aandacht zou zijn geweest de afgelopen 20 jaar wekt verwondering. Het CBS en SCP monitoren het aandeel mensen met een migratieachtergrond al decennia, niet alleen landelijk maar ook per gemeente, leeftijdscategorie, schooltype, enzovoort. Over weinig onderwerpen is in Nederland sinds de jaren negentig meer gepraat en geschreven dan over of en hoe mensen met een migratieachtergrond kunnen integreren in de Nederlandse bevolking. De suggestie dat hier sprake is van een ‘taboe’ dat moet worden doorbroken is een oude plaat die sinds Fortuyn grijs is gedraaid.

Scheffer pleit voor het terugnemen van controle over immigratie, maar die controle is er al. Het overgrote deel van de migranten in Nederland heeft zich hier legaal, dus met toestemming van de overheid, gevestigd. Nederland voert al sinds de jaren zeventig een restrictief immigratiebeleid; het aantal gronden waarop mensen een verblijfsvergunning kunnen krijgen, is beperkt. Zoals dat een democratie betaamt wordt de wens om de instroom te beperken echter afgewogen tegen andere wensen en zienswijzen, zoals de wens om het bedrijfsleven van arbeidskrachten te voorzien, om Nederlanders met hun buitenlandse partners en kinderen samen te laten leven, en om bescherming te bieden aan vervolgden.

Geen geïsoleerd fenomeen

Migratie is bovendien geen geïsoleerd fenomeen; sturing op één migratiekanaal heeft gevolgen voor andere vormen van migratie en voor andere beleidsterreinen. Als Nederland meer kennismigranten wil aantrekken, kan het de regels voor overige migratie niet te strak aantrekken. Zo heeft het Japanse beleid om buitenlandse studenten te werven als toekomstige kennismigranten gefaald; de buitenlandse studenten voelden zich niet prettig in een land waar migratie verder zo veel mogelijk buiten de deur wordt gehouden.

Zoals de Brexit-onderhandelingen laten zien, valt de vrijheid van personen binnen Europa niet te isoleren van andere domeinen van de multilaterale relatie. Ook handelsverdragen met landen en regio’s buiten de EU bevatten vaak afspraken over het versoepelen van migratie. Doen alsof er zinvol beleid te voeren valt door eerst te bepalen hoeveel migratie we willen en dan pas na te denken over hoe, is het verkopen van een illusie.

Saskia Bonjour en Evelyn Ersanilli zijn beiden politicoloog en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.