ColumnElma Drayer

Bevindelijke christenen zijn net zo gevoelig voor de tijdgeest als u en ik

Niet eens zo lang geleden lag de zaak glashelder. Vrouwen elders mochten druk bezig zijn met een inhaalslag, hun reformatorische zusters hielden zich verre van de arbeidsmarkt. Lievelingsargument: het naoorlogse, typisch Nederlandse kostwinnersmodel was door de Schepper zo bedoeld want in de Bijbel vastgelegd. Dus, zei een mannenbroeder ooit tegen me, moeten we als gezindte ‘tijdig’ grenzen trekken. ‘We moeten niet doorschieten, het doel mag niet het tweeverdienerschap zijn.’

Dat is dan prachtig mislukt. Inmiddels blijkt een (kleine) meerderheid heel anders over werkende moeders te denken dan voorheen en daar bovendien naar te leven. Vlak voor Kerst kwam het Reformatorisch Dagblad, huisorgaan van rechtzinnig christelijk Nederland, met een ronduit spectaculair onderzoek onder 1476 respondenten uit de achterban.

Kende zes jaar geleden slechts 35 procent van de reformatorische gezinnen met thuiswonende kinderen twee buitenshuis werkende ouders, nu is dat gestegen tot liefst 54 procent. Daarmee zitten de refovrouwen nog stevig onder het landelijke gemiddelde van 68 procent, maar zo’n stijging is ongekend. ‘Vrouwen emanciperen in hoog tempo’, concludeerde sociologe Anneke Pons dan ook in een begeleidend artikel. Vermoedelijk ter geruststelling voegde ze daaraan toe: ‘Dit heeft niet zozeer te maken met secularisatie of wereldgelijkvormigheid, maar eenvoudigweg met het anders omgaan met tradities.’

Ik kon een kleine glimlach niet onderdrukken. Als je het mij vraagt laat dit onderzoek bovenal zien dat orthodoxie een mythe is. Zelfs onwrikbaar geachte bijbelse principes blijken op een dag wrikbaar, om de simpele reden dat bevindelijke christenen net zo gevoelig zijn voor de tijdgeest als u en ik. Wat ze zelf ook mogen beweren, cultuurveranderingen dringen er onherroepelijk door – zij het met een vertraging van enige decennia.

Overigens voorspelde antropologe José Baars (auteur van De onschuld voorbij. Over reformatorische cultuur en wereldbestormende meisjes) al in 2006 dat de levenslange, exclusieve toewijding aan man en gezin ook daar uit de gratie zou raken. Belangrijkste reden was volgens haar het rap stijgende opleidingsniveau onder refomeisjes. Juist omdat ze beter geschoold waren dan hun moeders, rilden ze bij de gedachte in de toekomst thuis te moeten blijven. Werken in deeltijd als de kinderen jong zijn vond ‘een kleine meerderheid’ van haar onderzoeksgroep al vanzelfsprekend, ‘herintreden’ als ze groter zijn heel gewoon. Gelukkig stelden ze niet teleur.

Voor alle duidelijkheid: van een evenredig paradijs is in de verste verte nog geen sprake. De meeste refomoeders die heden ten dage buitenshuis werken (bijna 60 procent) doen dat in minideeltijdbanen van twee dagen of minder per week. Ook leggen zij een uitgesproken voorkeur aan de dag voor ‘dienende’ beroepen, in de zorg of het onderwijs.

Maar dat het RD een hoogleraar economie uit eigen kring laat uitleggen dat tweeverdienerschap verstandig is (‘In deze maatschappij, waarin het huwelijk minder stabiel is, is het niet verkeerd als ieder individu zijn eigen broek kan ophouden en niet voor bijstand bij de overheid hoeft aan te kloppen’) was tot voor kort ondenkbaar.

Zou er ook hoop zijn voor andere gevoelige thema’s binnen de achterban? Voor, ik noem maar wat, de acceptatie van homoseksualiteit? Toevallig publiceerde het RD eerder deze maand de samenvatting van een onderzoek naar de aandacht die de krant er zelf sinds de oprichting aan had besteed. Zonnige conclusie: veel refo’s lijken homoseksualiteit ‘voor een belangrijk deel’ te accepteren. En: ‘In tegenstelling tot wat veel buitenstaanders menen, is hedendaags reformatorisch Nederland noch een eenvormige, noch een onwrikbare zuil.’

Helaas. Nog diezelfde dag vond de hoofdredacteur het nodig te benadrukken dat het standpunt van de krant ongewijzigd bleef. De hoofdredactie, schreef hij, zal een ‘duidelijke dam’ blijven opwerpen tegen de tijdgeest die de acceptatie van de homoseksuele praxis wil ‘opdringen’ en ‘een andere interpretatie’ van bijbelteksten bepleit. Kort samengevat: je mag het zijn, je mag het niet doen.

Nee, rijk zou ik me als refohomo zeker nog niet rekenen. Maar de opmars der werkende refomoeders laat zien dat niets in steen gebeiteld staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden