Beteuterdheid is geen wereldbeeld

Met zijn honderdduizenden gingen de Portugezen verleden week vrijdag de straat op, voorzien van de ontroerend vertrouwde spandoeken, megafoons en handclaxons.

Zaterdag deden zij dat nogmaals, maar toen veelal onder gebruikmaking van hun auto’s en de daarin aangebrachte opgewonden toeterende inbouwapparatuur. Een hedendaagse autoclaxon betoogt beduidend meer dan zo’n speels toetertje met balg, al zou het mij niet meevallen te ontsluieren wát precies. Het lijkt mij redelijk te veronderstellen dat de deelnemers van vrijdag en van zaterdag ruwweg dezelfden waren.

Twee massale demonstraties binnen zesendertig uur: licht ontvlambaar volkje, die Portugezen.

Met grillige stemmingswisselingen ook. Want de beweegredenen voor hun beide optredens hadden niet meer uiteen kunnen lopen én hadden met elkaar te maken: brood en spelen. Het volk sprak, het loeide als een leger sirenen. Vrijdagmiddag betoogden zij dat zij de verliezers van Europa zijn en zaterdagavond vierden zij dat zij op weg waren gegaan de winnaars van de Europese Kampioenschappen Voetbal te worden.

Europa leeft, hier in Lissabon.

Sardines
Hun protest van vrijdag – vandaag gaan ze het nog eens overdoen – betrof de sterke stijging van de voedselprijzen het achterliggende half jaar. Wie de prijzen van een bord warm eten in de restaurants hier vergelijkt met die in Amsterdam is geneigd dat als laster of ten minste schromelijk overdreven te betitelen, maar volgens de Diário de Notícias zijn alleen al de sardines 1.600 procent in prijs gestegen. Wat de patates frites zijn voor de Nederlanders en de spaghetti alle vongole voor de Italianen, zijn de sardines voor de Portugezen – en dan ben je bij dergelijke prijsstijgingen gesjochten.

Als ik het goed zie, was dit het tweede voedselprijzenprotest van dit jaar binnen de EU: de Italianen beklaagden zich daar twee maanden terug al uitdrukkelijk over, in het bijzonder waar het om de kosten van groenten en fruit ging. Ook daar zou het om prijsstijgingen gaan die in honderden procenten dienen te worden begroot.

Zowel in Lissabon als in Rome was de oorzaak en dus de schuldige gauw gevonden: de EU, subsidiair de munteenheid die in grote delen daarvan wordt gebruikt, de euro. Helemaal uit de lucht gegrepen is dat niet, want de EU is in de eerste plaats gesticht om de landbouw te moderniseren en de voedselproductie en voedselprijzen in Europa te beheersen en de monetaire unie is een daaruit voortgekomen ambitie en gedeelde werkelijkheid. Brussel gaat over meer dan lof en spruiten, maar daar gaat het wel in de eerste plaats over.

In beide gevallen valt de generositeit op waarmee de nationale regeringen die aantijgingen bijvallen. Er is een zinnige analyse te maken van de gevolgen die klimaatveranderingen op de voedselproductie en wereldwijd stijgende olieprijzen op de kosten van levensonderhoud hebben, maar daar schijnt geen nationaal politicus brood in te zien. Dat intussen al die nationale politici hun hart vasthouden voor de uitslag van het Ierse referendum over het Verdrag van Lissabon dat vandaag plaatsvindt, beklemtoont de dubbelhartige politieke cultuur van dit moment.

Hachelijk
Dat de Europese integratie een voortschrijdend proces is, waarbinnen de politieke afspraken inmiddels niet veel meer doen dan strompelend de economische en culturele ontwikkelingen volgen, is één. Dat je dat als politicus thuis beter niet hardop kunt zeggen is twee. Dat die twee niet met elkaar te rijmen zijn, is niet alleen moreel bedenkelijk, maar soms ook praktisch hachelijk.

De morele bedenkingen gelden de schijnheiligheid. Het verontschuldigen van binnenlandse onaangenaamheden onder huichelachtige verwijzing naar draconische federale maatregelen loopt vroeger of later immers spaak. Waar een plan ontbreekt, verkommert het volk en triomferen ten slotte de bankiers en de voorzitters van raden van bestuur van multinationale ondernemingen. Als de economische en maatschappelijke ruimte groter wordt door het opheffen van beperkingen en grenzen, dan zijn het in de eerste plaats de ondernemers die daarvan profiteren. Juist dan is het zaak dat wetgevers optreden, dat politici de nieuwe ruimte ordenen. ‘Nee’ zeggen en nurks of triomfantelijk de andere kant opkijken, is even dom als riskant.

En daar doemen de praktische gevaren op. Na het Nederlandse ‘nee’ van drie jaar terug is het gesprek in Nederland over de Europese integratie volledig verstomd. Het was electoraal niet lucratief meer, protestpartijen zouden te veel garen spinnen bij vermoeide pogingen het weer vlot te trekken. Wie daar geen hinder van ondervindt, kon zijn gang gaan.

Geen plan B
Terzake het potentiële Ierse ‘nee’ van vandaag geldt hetzelfde. ‘Er is geen plan B’, antwoordde de president van de Europese Commissie, de Portugees José Manuel Barosso, verleden week, toen hem gevraagd werd wat hij zou doen wanneer tweeënhalf miljoen Ieren bijna een half miljard Europeanen de dampen zouden aandoen.

Dat is tekenend – én ongelooflijk stom. Regeren is vooruitzien, juist als de vooruitzichten onprettig zijn. Voorzitter van de Europese Commissie zijn brengt met zich mee dat je een plan C verzint, beteuterdheid is geen wereldbeeld.

Daarom is het zo interessant dat Frans Timmermans onlangs een pittige poging deed dat debat in Nederland weer te openen en even lovenswaardig dat zijn eerste zondebok, Jan Marijnissen, hem daar prompt op antwoordde. ‘Temporiseer de integratie zodat de meerderheid mee kan komen en maak een transparante democratie tot voorwaarde van elke nieuwe stap’, schreef Marijnissen dinsdag in NRC Handelsblad.

Kijk eens aan, ook hij is niet tegen - hij is alleen tegen haast en ondoorzichtigheid. Daar zullen zijn ‘nee’-zeggers nog van opkijken. Ik denk dat Marijnissen goed aanvoelt dat het conflict tussen de feitelijke vergroting van onze ruimte en de bedremmelde gevoelens die daaruit voortkomen een moeilijk te handhaven toestand oplevert.

Tijd voor plan-C, de staatssecretaris voor Europese Zaken is aan zet. Voor je het weet worden de patates frites immers ook onbetaalbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden