Opinie Beperkt effect behandelingen

Beter dan nu wordt de psychotherapie niet

De steeds hogere verwachtingen van therapie staan in schril contrast met de effecten ervan, betoogt arts en systeemtherapeut Flip Jan van Oenen.

Bord bij spoorwegovergang in Tilburg om zelfdoding tegen te gaan. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Als blijkt dat mensen zelfmoord hebben gepleegd ­nadat ze vruchteloos hebben geprobeerd de hulplijn 113 te bereiken, is de verontwaardiging groot. De minister wordt opgeroepen om in actie te komen en te zorgen dat het 113 nummer onmiddellijk beter bereikbaar is. Alle partijen zijn het er over eens dat suïcides kunnen en moeten worden voorkomen door hulpverlening. En als bekend wordt dat een meisje haar leven heeft beëindigd na een lange reeks vruchteloze psychotherapeutische behandelingen – voor onder andere anorexia – krijgt een deskundige alom bijval als hij op televisie oproept gelden ter beschikking te stellen om specialistische teams op te tuigen die wél de gepaste behandeling zouden kunnen bieden.

Maar welke mogelijkheden hebben hulpverleners eigenlijk om deze cliënten te helpen? Uit wetenschappelijk onderzoek komen wat dat betreft ontnuchterende cijfers naar voren.

Ruim eenderde van de cliënten heeft geen baat bij psychologische behandeling en voor anorexia is nog altijd geen effectieve behandeling gevonden. En ook bij een geslaagde therapie zijn geen spectaculaire veranderingen te verwachten; het lijden van cliënten wordt verminderd maar meestal niet weggenomen. Bij terugkerende depressies heeft psychotherapie bijvoorbeeld nauwelijks effect en bij jongeren is het effect van depressiebehandeling minimaal. Therapie kan calamiteiten niet voorkomen: zo overlijdt ongeveer 10 procent van de ­anorexiapatiënten aan de gevolgen van deze stoornis. En tenslotte is ondanks alle inspanningen en het optuigen van een speciale hulplijn het aantal suïcides in Nederland de laatste ­jaren niet gedaald.

Veerkracht

Er is bovendien geen zicht op dat dit in de nabije toekomst anders zal worden. Ondanks een enorme uitbreiding van het aantal psychotherapeutische interventies zijn de mogelijkheden van psychotherapeuten om lijden te verhelpen in de afgelopen decennia niet toegenomen. Alle ‘nieuwe’ methodes waarvan achtereenvolgens het heil verwacht werd, zoals bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie, mindfulness en EMDR (oogbewegingentherapie) blijken uiteindelijk niet van elkaar te verschillen in effectiviteit. Bovendien is, ondanks al het wetenschappelijk onderzoek daarnaar, nog steeds niet duidelijk hoe psychotherapie eigenlijk werkt.

Wel is duidelijk dat het effect van de therapie voor een belangrijk deel bepaald wordt door de eigen veerkracht van de cliënt, een factor die de therapeut niet in de hand heeft.

Toch wordt, wanneer een calamiteit plaatsvindt, reflexmatig geroepen dat therapeutische hulp dit in de toekomst zal kunnen en moeten voorkomen. Dergelijke oproepen, hoe begrijpelijk ook, staan in schril contrast met de mogelijkheden die therapeuten hebben om cliënten te genezen of te voorkomen dat zij zichzelf iets aandoen.

Therapeuten en instellingen houden deze reflex in stand door voortdurend onrealistische verwachtingen te wekken, met bijvoorbeeld een motto als ‘zero suicide’. Dergelijke motto’s worden door velen dankbaar omarmd maar zijn in de praktijk een recept voor permanente teleurstelling met alle gevolgen van dien: cliënten gaan steeds meer klagen over het tegenvallende effect van behandelingen, politici eisen maatregelen en instellingen gaan steeds meer bureaucratische procedures optuigen in een poging de beloofde resultaten alsnog af te dwingen.

Funeste spiraal

Het wordt daarom tijd dat therapeuten in de media een realistisch beeld gaan schetsen van hun kunnen. De boodschap is dan: psychotherapie kan veel mensen helpen, maar we kunnen zelfdoding niet voorkomen, een deel van de cliënten verbetert niet en bij degenen die wel profiteren wordt maar een bescheiden deel van het lijden verlicht. Het betekent ook dat bij calamiteiten gezegd kan worden ‘helaas, dit soort dingen kunnen we niet voorkomen’.

In een tijd waarin de marktwerking instellingen dwingt te schermen met steeds betere prestaties, is dit een moeilijke boodschap. Maar om de funeste spiraal van steeds hogere verwachtingen en steeds grotere teleurstellingen te doorbreken zit er niets anders op dan de harde realiteit onder ogen te zien: de psychotherapie zit aan haar plafond, beter dan nu gaat het niet worden.

Dr. Flip Jan van Oenen is arts, systeemtherapeut en auteur van Het misverstand psychotherapie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden