Beste leraar, we kunnen je niet missen

Ode aan de leraar

Échte leraren zijn overal ter wereld hetzelfde: geduldig, begripvol, bescheiden. Hun lessen blijven ons een leven lang bij. Koester hen. 

Beeld Vilain & Gai

We laten alle fases van ons leven achter ons, behalve onze jeugd. In het verlengde daarvan kun je zeggen: we vergeten collega’s, buren en hypotheekadviseurs, maar onze leraren blijven een leven lang bij ons. Ze praten tegen ons als we aan het werk zijn. Ze corrigeren ons als we hetzelfde gedrag vertonen als in de schoolbanken, en dat doen velen van ons (‘denk even rustig na’, ‘schiet niet meteen in de verdediging’). ’s Nachts geven ze acte de présence in dromen waarin we opeens weer schoolgaand zijn.

Van zinnen die uit de mond van onze leraren vloeien, komen we de rest van ons leven niet meer af. Al een paar decennia denk ik ongewild enkele malen per maand aan een zinnetje van een leraar klassieke talen: ‘In je jeugd denk je dat het leven eindeloos is.’ De laatste tijd hoor ik opvallend vaak de stem van een lerares Nederlands: ‘Je kunt je hele leven mooie boeken en muziek ontdekken, maar het komt nooit meer zo aan als op je 15de.’

Je kunt je hele leven naar mensen luisteren, maar het komt nooit meer zo aan als in de schoolbanken.

Begripvol en geduldig

De leraar is een mensensoort die in alle tijden en cultuurgebieden herkenbaar blijft. Ik heb door de jaren heen in diverse landen diverse beroepsgroepen bevraagd. Ik beweer op deze plek dat alleen echte leraren de kunst verstaan van het immer geduldig uitleggen en het begripvol corrigeren. Het maakt niet uit of het Nederlandse, Bulgaarse of Argentijnse leraren zijn.

Over begripvol corrigeren gesproken: auteurs van deze krant profiteren van een forse geaccumuleerde lerarenkennis. Dat komt doordat véél trouwe Volkskrant-lezers werken in het onderwijs, of daar werkzaam waren. Onder de lezers die de redactie scherp houden zijn docenten en oud-docenten goed vertegenwoordigd. U moet de brievenrubriek maar eens in de gaten houden. Deze krant wordt gelezen door aardrijkskundeleraren uit Capelle aan den IJssel, wiskundeleraren uit Enschede, biologieleraren uit Emmeloord, oud-docenten Duits uit Kerkrade, gepensioneerde geschiedenisleraren uit Middelburg, schoolhoofden uit IJmuiden, conrectors uit Roosendaal en basisschooldocenten uit Delft, Doorn en Dalfsen.

Beeld Vilain & Gai

Wie de ingezonden reacties van ­leraren met die van anderen vergelijkt, valt iets op: de brieven van die leraren zijn bijna altijd vriendelijk en feitelijk. Spoortjes ego en ijdelheid kunnen we er nauwelijks in traceren. Dit is een beroepsgroep met een sterk altruïstische inslag. Die docenten schrijven de redactie niet om hun ego te bevredigen of hun gram te halen, maar om de redactie iets te léren – opdat we de volgende keer het stroomgebied van een rivier wel goed voor ogen hebben, een persoon kunnen plaatsen in de tijd waarin die leefde en het aantal meerlingen bij koeien in de juiste verhouding zien.

Echte leraren zijn anders dan echte fiscaal juristen, echte consultants of echte ict’ers: voor hen is wat ze doen een labour of love. Voor alle ­leraren Nederlands die nu in de pen klimmen om zich te beklagen over Engelse termen terwijl we zo’n prachtige taal hebben, ga ik dat anders formuleren: dit is een vak dat vaak met liefde wordt uitgeoefend.

Doorgeefluik

Zeker, niet alle mensen die voor een klas belanden hebben een roeping als leraar. We hebben bijna allemaal onze ervaringen met afraffelaars, stukken chagrijn en vrolijke vlieggewichten. Maar bijna allemaal mochten we ook Echte Leraren meemaken – leraren die werelden voor ons openden, die zo konden vertellen dat een voorheen ongeïnteresseerde klas aan hun lippen hing, die geen ander doel hadden dan ons zonder aanzien des persoons wijzer te maken. Noem zulke leraren wandelende doorgeefluiken van kennis – velen zouden hun vak ook uitoefenen als ze er nog slechter voor betaald kregen.

In 2 vwo kregen we een Echte Lerares Nederlands die door haar didactische kwaliteiten onderstreepte dat de kerel uit de brugklas 80 procent van de tijd had zitten flirten met de meiden op de eerste rij. Iedereen die bij hém zijn eerste jaar had gedaan, kreeg van háár grammaticabijles. ­Tegenwerpingen waren niet toegestaan: zonder grammatica komen jullie nergens in het leven. Het interessante was dat het stomme grammaticaboek er ineens inging als koek. Als de leraar goed is, wordt de materie boeiend. Ik heb nooit enige belangstelling voor biologie aan de dag gelegd, behalve dat jaar dat ik een geweldige docent had. Op de lagere school is het nog extremer. De docent maakt het verschil tussen een kind dat niet meer naar school wil en een kind dat school heimelijk of zelfs openlijk leuk vindt.

Krities en edukatief

De echte leraar komt voor in alle tijdperken en alle cultuurgebieden en overleeft modes, fratsen en onderwijsvernieuwingen – maar hij bestaat niet onafhankelijk daarvan. Mijn ouders (generatie 1940) en mijn leeftijdgenoten in Oost-Europa (generatie 1970) hebben allemaal nog leraren gehad die tikjes of tikken uitdeelden met stokken en linialen. Zij hadden docenten die stropdassen droegen, met u werden aangesproken en eerbied en ontzag verwachtten. De bureaus van die leraren stonden op verhogingen in het klaslokaal, ter onderstreping van hun autoriteit.

Beeld Vilain & Gai

Bepaald andersoortige schoolherinneringen bewaren landgenoten die tien jaar ouder zijn dan ik en onderwijs genoten op experimenteel ingestelde plekken uit de jaren zeventig. Ik heb verhalen gehoord van seventiesleerlingen die samen met hun docenten in het klaslokaal ‘krities en edukatief’ gingen blowen. Er waren in die tijd ook leraren die niet vóór maar ín de klas plaatsnamen om zo ‘ruimte te bieden’ aan leerlingen zich ‘op hun manier te ontplooien’ – dit was een tijd waarin leraren minstens zo veel van leerlingen konden leren als andersom. Later kwamen ze daar enigszins van terug.

Alle tijden en culturen hebben hun eigenaardigheden en onhebbelijkheden die doorsijpelen in het onderwijs. Flink wat leraren uit het ­Nederland van de 21ste eeuw kunnen je vertellen dat de bedreiging voor het onderwijs van nu bestaat uit het teveel aan invloed van mensen in bestuursorganen, commissies en stuurgroepen die zelf nooit voor de klas hebben gestaan. Doorgaans verdienen die mensen stukken meer dan docenten, maar zijn ze zich stukken minder bewust van wat onderwijs is of zou moeten zijn.

Sinds de Maagdenhuisbezetting van 2015 kent iedereen het begrip ‘rendementsdenken’. We leven in ­resultaatgerichte tijden. De digitale revolutie heeft de illusie versterkt dat alles wat we bereiken direct meetbaar is. Conform die illusie zijn we succesvol als we veel likes, views, clicks of sterren krijgen.

Docenten in het voormalige Oostblok moesten Marx en Lenin prijzen, docenten in het contemporaine ‘Westblok’ moeten steeds vaker slagingspercentages halen.

Alle echte leraren weten dat die manier van denken voor goed onderwijs funest is. In dit vak moet je geduld leren hebben. De merites van onderwijs laten zich niet eenvoudig meten, die worden pas na lange tijd merkbaar of zichtbaar – wat ogenschijnlijk veel tijd kost en weinig oplevert, blijkt later bij uitstek belangrijk. Anders gezegd: wat waardevol is in het leven krijg je nooit op een presenteerblaadje. Een citaat van Seneca waarmee ik vroeger om de oren werd geslagen: non scholae sed vitae discimus, wij leren niet voor de school maar voor het leven.

Geen wonder dat Nederlandse scholen en docenten massaal weigeren mee te werken aan het leraren­register dat oud-staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker initieerde. In de optiek van de bedenkers kan dat lerarenregister ons in één oogopslag inzicht verschaffen in de diverse kwaliteiten van de leraren op diverse scholen. De achterliggende gedachte is dat onderwijskwaliteit zich even makkelijk laat meten als het kookpunt van water. Noem het een typisch product van maakbaarheidsdenken én gebrek aan vertrouwen in de ­expertise van de beroepsgroep zelf.

Goed, beter, best

Een extreem uitvloeisel van de meetbaarheidscultus en de digitale revolutie is de beoordeling van leraren door leerlingen. In de Verenigde Staten is dat op veel plekken al een gangbare praktijk. De leraren die het hoogste gemiddelde krijgen gaan door voor de beste docenten. Met onderwijs heeft dat weinig meer te maken. Een leraar die het moet hebben van ‘ratings’ kan zijn echte werk vergeten: die moet zich gedragen als een Facebookvriend die zo veel mogelijk likes probeert binnen te slepen. Ik bekeek met een beetje hulp van Google de beoordelingen van een Oost-Europese universitair docent in de VS van wier lessen (toen nog in Europa) ik nog steeds profijt trek. Die kreeg van sommige leerlingen vijf sterren en van andere één ster. Daar rolt dan een grauw gemiddelde van drie sterren uit. Negatieve beoordelingen waren altijd afkomstig van anonieme leerlingen, zoals een ruime meerderheid van de negatieve recensies, scheldcommentaren en boze tweets wereldwijd anoniem wordt verstuurd. Veel één-sterrecensenten hadden klachten zo oud als het onderwijs zelf: te moeilijke lesstof, te veel leeswerk. Eén boze leerling schreef: ‘Pas op voor docenten als je hun achternaam niet kunt uitspreken.’

Wijlen Martin Bril zou nu schrijven: tja.

Dat er ondanks duizend onderwijsvernieuwingen, commissies, managers, stuurgroepen, lerarenregisters en matige salarissen nog altijd zo veel mensen bewust voor dit ambacht kiezen, mag fungeren als bewijs van het bestaan van ‘de geboren leraar’ en zijn tijdloosheid. Tijd dus voor een herwaardering van en een eerbetoon aan die geboren leraar. Onze vervelendste docenten keren later terug in onze dromen en onze groepstherapieën – aan onze beste docenten danken we veel van wat we in de rest van ons leven bereiken. Ze zeggen weleens dat je alle beroepen kunt missen op drie na: de boer, de dokter en de leraar. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.