ColumnMax Pam

Belangrijk is de vraag of mensen van psychische klachten kunnen worden bevrijd

Beeld .

Onlangs las ik Het raadsel van Femma van Els van Diggele en zag ik de gelijknamige televisiedocumentaire van Alfred Edelstein. Beide malen was ik onder de indruk van de hoofdpersoon, de ­inmiddels 92-jarige mevrouw Femma Fleijsman-Swaalep, die naar Auschwitz werd gedeporteerd, overleefde en vervolgens in Amsterdam-West een gezin stichtte. Ze woonde praktisch om de hoek en als kind ben ik vaak langs haar huis gefietst, ­uiteraard geheel onwetend van het feit dat daar iemand woonde die het slachtoffer was van wat inmiddels ‘de affaire-Calmeyer’ is gaan heten. Een verbazingwekkende zaak over een Duitse ambtenaar die in nazitijd door toepassing van de Neurenberger rassenwetten ook wel eens mensen niet naar het concentratiekamp stuurde. Hij telde dan te weinig Joodse grootouders en had zodoende de ongelooflijke mazzel dat hij later door velen is beschouwd als een mensenredder. Maar ten aanzien van Femma kende Hans Calmeyer in Den Haag geen genade. Hij kwalificeerde haar ‘ten onrechte’ als een Jodin, en daar ging ze.

Dit stukje gaat niet over Calmeyer, maar over het persoonlijke leven van Femma. Na de oorlog keerde zij terug en leidde een tamelijk rustig bestaan zonder openlijke klachten. Het gezin dat zij stichtte is, afgaande op de documentaire, van een toffe Amsterdamse snit. Haar kinderen ontdekten pas later wat hun moeder was overkomen. Eigenlijk kwam Femma pas in opstand, toen zij begreep dat Calmeyer een Israëlische onderscheiding had gekregen en dat men voor hem in Osnabrück een heel museum wilde bouwen.

Hoe heeft Femma het zo lang kunnen volhouden zonder intensieve hulp? Verdringing moet bij haar hoog op de agenda hebben gestaan. Het leven ging door en aan die werkelijkheid heeft zij op een bewonderenswaardige manier gehoor gegeven.

Aan Femma Fleijsman-Swaalep dacht ik, toen ik vernam dat na drie maanden corona de psychische nood onder Nederlanders ernstig is gestegen. Psychiaters slaan alarm, vooral als zij uit België komen en in Freud of Lacan geloven. Maar ook psychotherapeuten zeggen een toename te zien van mensen met psychische klachten. Zo’n 1 miljoen Nederlanders schijnen daar last van te hebben en zo’n 300 duizend daarvan hebben op de een of andere manier hulp gezocht. Dat zijn forse cijfers, waaruit valt op te opmaken dat Nederlanders volgens allerlei enquêtes weliswaar behoren tot de gelukkigste volkeren ter wereld, maar dat er kennelijk toch het een en ander schort aan de individuele beleving van dat geluk.

Belangrijk is de vraag of al die mensen geholpen kunnen worden, of zij van hun klachten kunnen worden bevrijd. Vorige week stond in deze krant een tweegesprek tussen de psychotherapeuten Flip Jan van Oenen en Kirsten Hauber. Hun verschil van mening liep langs de scheidslijnen van de oudere sceptische man en de jongere, invoelende vrouw. Van Oenen is van mening dat wij, wetenschappelijk bezien, heel bescheiden moeten blijven inzake de mogelijkheden tot genezing door psychotherapie. Hauber is veel optimistischer – zij denkt zelfs tegen alle odds in ernstig depressieven van zelfmoord te kunnen afhouden.

De opvattingen van Van Oenen deden mij in veel opzichten denken aan die van Johan Barendregt, een van degenen die met A.D. de Groot het Psychologisch Laboratorium in Amsterdam heeft opgericht. Hij heeft daar onder meer het beroemde lsd-onderzoek gedaan en het grote fobieënproject opgezet.

Barendregt was iemand van de harde wetenschappelijke lijn. Toen ik hem vroeg of er een psychologische wet bestaat die universeel geldig is, antwoordde hij na lang gepeins: ‘Dat proefpersonen door het experiment worden beïnvloed.’ Waaraan hij na weer een lange stilte toevoegde: ‘Maar misschien is dat niet eens waar.’ Ja, erg mager, gaf hij toe. Hij had zelf enige patiënten, maar over de effecten van psychotherapie had hij zijn twijfels. Helemaal geen behandeling of een wekelijks gesprek met een geprogrammeerde bandrecorder leverde soms even weinig of evenveel resultaat op als een intensieve psychotherapie of een jarenlange gang naar de divan van de psychoanalyticus.

Na zijn dood in 1982 heeft zijn zoon, de wiskundige Henk ­Barendregt, een aantal van zijn nagelaten essays verzameld in De zielenmarkt. Die bundel is nog altijd verrassend actueel is. Een van die stukken is zelfs macaber voorspellend, namelijk het verslag van een reis door China, waar ze volgens Barendregt werkten aan ‘een ministerie van zielenbouw’, dat alle Chinezen zou gaan monitoren tot ‘een samenleving van mensen zonder eigenschappen’. Andere essays dragen titels als: ‘Is de waarde van psychotherapie bewijsbaar’. Antwoord: nauwelijks, maar soms is het ook geen ‘vaag gedaas’.

In een van zijn laatste stukken probeert Barendregt uiteen te zetten waarom ook psychisch ­gedrag uiteindelijk gedetermineerd is. Zo wordt misschien het leven van Femma Fleijsman-Swaalep verklaarbaar. Toch zag Barendregt ook hier één probleem: ‘De voorspellingen van psychologen kloppen maar zelden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden