Column Peter Middendorp

Bekocht Leo Polak zijn levenshouding met de dood?

In deze weken herlees ik weleens Nieuw licht op Leo Polak – Filosoof van het vrije denken. En dan vooral het artikel dat mijn oude studiegenoot en vriend ­Stefan van der Poel daarin publiceerde, ‘Euthymia bleibt uns’, op basis van ­Polaks laatste dagboeken (1938-1941), die ­enkele jaren geleden werden vrijgegeven.

Uit de dagboeken blijkt hoezeer het leven van Leo Polak in het teken heeft gestaan van het streven naar ‘euthymia’, welgemoedheid, zielerust. Tot op het laatst bleef euthymia een opdracht aan zichzelf. Zelfs zijn huis heette Euthymia. Met ‘het bruiner en bruiner wordende toekomstperspectief’ wilde hij zijn ­zielerust verstevigen.

In 1936 werd Polak lid van het Comité van Waakzaamheid. Vlak voor de oorlog vertaalde hij De komende zege der democratie van Thomas Mann. Daarin definieerde Mann democratie als ‘een vorm van staat en maatschappij, die boven elke andere zijn inspiratie put uit het gevoel en het besef van ’s mensen waardigheid’. En het fascisme als ‘de verachting van de heldere rede, de loochening en verkrachting van waarheid, ten gunste van macht en staatsbelang, het beroep op duistere instincten’.

Polak was een strijdbare vrijdenker. Antisemitisme kwam volgens hem voort uit ‘angst en afgunst, en politiek die erop inspeelt’. Het christendom vormde de diepere oorzaak: ‘Het christendom heeft aan het ­Jodendom een slecht geweten te danken – het zal het Jodendom dus eeuwig haten met christelijke liefde.’ (…) ‘Het hakenkruis is maar een momentele misgeboorte van het andere kruis, het oude symbool van Jodenhaat, van de inquisitie, van de voor de perfide ­Joden biddende kerk.’

Bij eerdere lezingen viel me Polaks rusteloosheid en onzekerheid op, het perfectionisme dat zijn oeuvre bescheiden hield. En vooral dat het leek alsof de radicale vrijdenker in gevangenschap pas werkelijk tot rust kwam, opgesloten als een van de meest Duits-vijandige elementen van de Groninger universiteit. ‘Clarissima!’, noteert hij daar bijvoorbeeld, ‘ik ben zo fris en gezond en welgemoed. Ik voel me in een soort kloosterstemming die, als ik niet oppas, mijn verontwaardiging dreigt te temperen.’

Deze keer werd ik getroffen door de kansen die Polak heeft laten schieten om zichzelf en zijn gezin tijdig in veiligheid te brengen. Hij wist wat hun te wachten stond, hij had de middelen en contacten om te kunnen vluchten. Een paar keer stond het gezin ook op de kade in Amsterdam, maar telkens werd de vlucht op het laatste moment toch nog even uitgesteld, en keerde men terug naar Groningen. Zelfs tijdens de oorlog had hij nog naar de Verenigde Staten kunnen ontkomen – de visa lagen klaar.

Waarom greep hij zijn kansen niet? Bekocht hij zijn levenshouding met de dood? In december 1940 hield Polak zijn laatste openbare lezing. Van der Poel citeert daaruit: ‘… eschatologische vragen zijn ethisch irrelevant voor mensheid en individu. Al moest ik morgen sterven – mijn taak voor vandaag bleef ongedeerd – en al stortte de wereld morgen in door een kosmische katastrofe – vandaag bleef recht recht en plicht plicht.’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden