ColumnAaf Brandt Corstius

Beitske de Jong staat tot Funda zoals Ab Osterhaus staat tot het coronavirus

Omdat ik vermoed dat dit nog lang gaat duren, ga ik op deze plek soms over andere dingen schrijven. Ik heb de behoefte dit te benoemen, zodat u mij niet een brief stuurt met: ‘Je schrijft over Funda-make-overs??? De wereld wordt bedreigd door een groen virus met enge uitsteekseltjes!!!’

Ja, dat weet ik. Ik heb het niet gemist.

En dan nu over Funda-make-overs. Ik werd op het Instagramaccount fundamakeovers gewezen door een Instagramvriendin. Het account wordt bijgehouden door iemand die Beitske de Jong heet en die ik nu als Funda-wetenschapper beschouw.

Ik dacht dat ik veel wist van Funda, maar Beitske de Jong staat tot Funda zoals Ab Osterhaus staat tot het coronavirus, terwijl ik tot Funda sta zoals Jort Kelder tot het coronavirus. Als een non-deskundige met praatjes.

Beitske de Jong zoekt en vindt huizen die op Funda worden aangeboden, verkocht en na een jaar opnieuw aangeboden. Ze zijn dan verbouwd en tonnen duurder.

Dat van die tonnen boeit me niet, want wat is een ton in de huidige wereld? Vandaag een ton, morgen een kruiwagen vol onbruikbare biljetjes. Maar de make-overs boeien me wel, want die laten zien wat Nederlanders mooi vinden. En dat is heel lelijk.

De Nederlander van nu houdt heel erg van zwarte kozijnen. Om de ramen, om de balkondeuren, en soms zet de Nederlander ook zomaar een zwart kozijn midden in zijn huis, op de plek waar vroeger een deur zat. Zwart is ook de kleur voor de afzuigkap – dan zie je hem lekker goed – de kraan, het aanrechtblad en soms het gehele kookeiland.

Verder is de Nederlander geobsedeerd door stenen en steentjes. Koopt hij een oud huis met een sympathiek verwilderde achtertuin, dan trekt hij meteen alle planten eruit en gooit er een mud kattengrit in. Of tegels. Dit heet in de volksmond ‘strak’.

De slakom zet ook nog steeds door: dat is dat object dat mensen bij wijze van wasbak in hun badkamer installeren. Een grote witte of zwarte slakom op een badkamermeubel. Een andere wonderlijke tendens die blijft, is de houten ladder die op niets af tegen een muur aanstaat.

Dan is er het visgraatparket. Dit is een interessante, want het visgraatparket was ooit een teken van oud geld: het lag op de grond bij adellijke huiskamergeleerden, versleten op de juiste plekken.

En nu ligt het bij heel Nederland op de vloer. Helemaal niet versleten, ook niet op de verkeerde plekken. Het parket is in het gemiddelde verbouwde huis meteen het enige kleuraccent, want de muren zijn knalwit en leeg, de keukens zwarte crematoria, en de hoekbank is grijs. Wie hieraan wil ontsnappen, kan naar buiten kijken, en daar ziet hij een tuin vol grijze tegels of grit.

In deze setting zullen we de komende jaren veel tijd doorbrengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden