opinie taalonderwijs

Beheersing van vreemde talen dient mede als tegengif voor oprukkend nationalisme

Terecht is in de afgelopen week aandacht gevraagd voor de moeilijke positie van Nederlands en de moderne vreemde talen, vooral het Duits en Frans. Op de Europese Dag van de Talen benadrukt Ton Nijhuis, directeur van het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA), dat een integrale aanpak hoog nodig is.

Leerlingen in groep 7 krijgen op basisschool Bosdael, nabij de Duits-Nederlandse grens, al Duitse les. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Al eerder werd met enige regelmaat aandacht gevraagd voor problemen rond het lerarentekort, de terugloop van de studentenaantallen, de manier waarop talen in het middelbaar onderwijs worden gedoceerd en geëxamineerd en het curriculum van talenstudies in het Hoger Onderwijs. Bovendien wordt veel geklaagd over de maatschappelijke status die talenstudies genieten. Maar tot nog toe werden deze kwesties grotendeels als afzonderlijke problemen beschouwd en werden ook telkens weer deeloplossingen aangedragen. Deze vraagstukken hangen echter nauw met elkaar samen en oplossingen zijn alleen effectief wanneer we kiezen voor een integrale aanpak die de hele leerlijn bestrijkt.

Het gebrek aan interesse voor een talenstudie komt mede voort uit hoe talen op de middelbare scholen gedoceerd worden en dat laatste hangt weer samen met hoe er wordt getoetst. Het tekort aan leraren heeft met de lage studentenaantallen te maken, maar ook met de associaties die de studenten, dus ex-scholieren, hebben met een talen-docentschap. Bovendien is de hoge uitval van beginnende docenten niet alleen te wijten aan de hoge werkdruk op school. Ook word je als leraar in opleiding niet goed voorbereid op de lespraktijk, want concrete lessituaties komen tijdens de opleiding maar weinig aan bod.

De vele verschillende instanties draaien wel aan de knoppen, maar meestal zonder te weten wat de anderen doen. Dat levert weinig effect en veel frustraties op. Dit zal ik concretiseren aan de hand van het vak Duits, maar hetzelfde geldt voor de andere talen.

Waar is de liefde voor de taal?

Als leerlingen op de middelbare school met Duits in aanraking komen, zijn ze in het begin redelijk enthousiast. Het blijkt dat je al heel snel wat kunt lezen, verstaan en spreken. Na een jaar slaat de frustratie vaak toe. Dit komt bijvoorbeeld doordat het na oneindige herhalingen nog steeds niet lukt om de juiste naamval te vinden. De nadruk op grammatica komt de aantrekkelijkheid en effectiviteit van het onderwijs niet ten goede, maar is wel praktisch voor het ontwikkelen van een leerlijn en een goede manier om objectief te toetsen. Je weet precies welke rijtjes en regels je uit het hoofd moet laten leren.

Voor het begrijpend lezen van teksten en het toetsen daarvan is het eenvoudiger met zakelijke, journalistieke teksten te werken dan met literaire. Liefde voor de taal an sich wordt zo niet bijgebracht en liefde voor de literatuur al helemaal niet.

Als taal wordt aangeprezen als slechts een instrument, dan blijft er weinig motivatie over om een taal te gaan studeren.

Tegengif voor nationalisme

De universitaire lerarenopleidingen besteden veel aandacht aan didactiek, maar vaak in algemene zin en onafhankelijk van de specifieke taal. Concrete handvatten voor het lesgeven ontbreken goeddeels. Uiteraard heeft dit te maken met de geringe studentenaantallen, waardoor je nauwelijks een taalspecifiek curriculum kunt aanbieden, maar toch kunnen de opleidingen hier een belangrijke verbeteringsslag maken. Didactisch droogzwemmen tijdens de studie leidt tot uitval in de praktijk. Omdat we zo weinig eigen studenten hebben, ligt het voor de hand meer met zij-instromers te gaan werken, dus mensen die via een ander vak alsnog leraar Duits willen worden. Dat gebeurt zeker, maar te gefragmenteerd en met te veel sektarische strijd over bijvoorbeeld toelatingseisen. Ook het werven van native speakers stuit op soms onbegrijpelijke horden.

Kortom, in de hele leerlijn valt op veel punten iets te verbeteren, maar dan wel in onderlinge samenhang! Met uitgevers van schoolboeken en leerplanontwikkelaars moet de discussie over de inhoud en vorm van de lesmethode worden aangegaan. En daarmee ook over de vraag op welke punten we een taal willen toetsen, vooral ook in het centraal examen. Daarvoor is het ook nodig om de principiële vraag te stellen: wat willen we eigenlijk dat scholieren precies leren en waarom? Dat geldt ook voor het hoger onderwijs. Bezweringen dat talenstudies belangrijk zijn, zijn onvoldoende en moeten worden geconcretiseerd. Het benadrukken van het economisch nut alleen maakt het taalonderwijs allesbehalve aantrekkelijker. De ophanden zijnde Brexit is een goed moment om ook in Europees verband nogmaals de vraag te stellen wat we op het continent met onze meertaligheid willen doen. Het ligt voor de hand de afspraak die we in Europa hebben gemaakt om te streven naar de beheersing van tenminste twee vreemde talen opnieuw met leven en inhoud te vullen. Dit mede als tegengif voor het oprukkende nationalisme. Naast het economische belang is er dus ook een sterk politiek-maatschappelijk belang.

Laten we dit keer eens verder komen dan de geritualiseerde klacht over de teloorgang van het talenonderwijs die met een vast ritme eens per half jaar op de opiniepagina’s opflakkert.

Ton Nijhuis is directeur van het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) en als hoogleraar verbonden aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen (afdeling Politicologie) en de Faculteit der Geesteswetenschappen (afdeling Duitse Taal en Cultuur) van de Universiteit van Amsterdam.

Meer columns & opinie over de positie van het Nederlands en vreemde talen

Columnist Aleid Truijens verbaast zich over Engelse les bij peuters, dat het vast goed doet in de marketingMaar wie wil er nu echt dat het Nederlands afzakt tot een oubollig huis-tuin-en-keuken-taaltje?

Als we meer geschoolde neerlandici willen, moeten bestuurders hun houding jegens onze taal wijzigen, betoogt hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis Lotte Jensen.

Het schoolvak Nederlands is ontzield en wordt mede daarom door leerlingen niet gewaardeerd, bepleit  vakdidacticus Theo Witte. 

Volgens docent moderne Nederlandse letterkunde Gaston Franssen is het vooral tijd om de beeldvorming van de studie bij te stellen: ‘Neerlandici zijn epische taalbazen’.

Een tekort aan neerlandici, maar ook slavisten en arabisten is problematisch en zelfs gevaarlijk. Investering is nodig om het tij te keren, waarschuwt Jochem Riesthuis, docent Amerikanistiek en Engelse Letterkunde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.