Behandeling door GGZ kan niet alle ellende voorkomen

Booij en collega's vragen in de Volkskrant van 5 januari aandacht voor de groeiende wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Ze zijn daarin terecht kritisch over de weergave van de wachttijden door zorgaanbieders.

Zorgverzekeraars hebben met de ggz-instellingen afgesproken dat iemand niet langer dan veertien weken op de wachtlijst mag staan voordat hij wordt behandeld. Beeld anp

Die zijn daartoe weliswaar verplicht sinds april 2016, maar geven bijna altijd alleen de gemiddelde wachttijden weer, waarin de veel langere wachttijden voor specifieke behandelingen verstopt blijven zitten.

De impliciete boodschap van Booij e.a. is dat zelfmoordpogingen, die steeds vaker zouden voorkomen, voorkomen kunnen worden door tijdige GGZ-hulp. In hun argumentatie zijn echter twee denkfouten geslopen, die beide zijn terug te voeren op de aanname dat de GGZ iedereen kan redden.

De eerste foutieve aanname is dat het aantal suïcides stijgt doordat er minder GGZ-hulp beschikbaar is. Maar het aantal suïcides stijgt altijd en overal ter wereld in tijden van economische achteruitgang, zoals die er de laatste jaren was. Dat was tijdens de crisis van de jaren 80 precies zo, en toen kwam er zelfs meer GGZ-hulp beschikbaar door de vorming van de Riaggs (voor iedereen gratis toegankelijk). Er is dus geen één-op-één relatie tussen minder hulp en meer suïcides, al kunnen die twee in economisch slechter tijden wel samenvallen.

De tweede denkfout is dat mensen die GGZ-hulp ontvangen geen suïcide meer plegen of überhaupt een poging doen. De auteurs weten ongetwijfeld dat dit niet zo is. Veel mensen met ernstige persoonlijkheidsproblematiek - die zij als voorbeeld aanhalen - doen ook als ze wel in behandeling zijn regelmatig suïcidepogingen. Ofwel: hun ellende is niet 'opgelost' als de wachtlijsten verdwenen zijn. Wel is er meer kans op verbetering.

Australische onderzoekers hebben berekend dat zelfs bij optimale behandeling de maatschappelijke ziektelast van psychische stoornissen met slechts 40 procent zou dalen. Dat is geen reden om maar af te wachten, wel om voorzichtig te zijn met het wekken van te hoge verwachtingen van de GGZ.

Bovendien zijn er grote verschillen tussen instellingen en regio's in wachttijden, wat kan betekenen dat de ene instelling effectiever is in het omgaan met veel aanmeldingen dan de andere. Een andere verdeling van menskracht en middelen kan helpen: het is al jaren bekend dat de behandelcapaciteit voor mensen met een ernstige persoonlijkheidsstoornis op veel plekken in Nederland niet toereikend is. Maar zelfs bij een optimale verdeling kan de GGZ dus niet alle ellende oplossen of voorkomen.

Bauke Koekkoek is crisisdienstverpleegkundige, lector Psychiatrische Zorg en auteur van Verward in Nederland, dat eind januari verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden