OpinieWetswijziging

Behandel ‘boeven’ buiten de reguliere psychiatrie

Nu de reguliere ggz wordt overspoeld door gestraften, is er een groter risico op (ernstige) incidenten, waarschuwt Anouck Visscher en een groep andere psychiaters.

Een cel in tbs-kliniek Kijvelanden, Poortugaal, voor forensische psychiatrie. Beeld Hollandse Hoogte / Maarten Hartman

Per 1 januari van dit jaar is er nieuwe wetgeving van kracht in de geestelijke gezondheidszorg. Het gaat om twee wetten en een wetsartikel: de Wet verplichte ggz (Wvggz), de Wet zorg en dwang (Wzd) en artikel 2.3 van de Wet forensische zorg (Wfz). De Wvggz en de Wzd regelen de verplichte zorg voor patiënten met een psychiatrische aandoening respectievelijk psychogeriatrische stoornis, dan wel verstandelijke beperking.

Kunstmatige scheidslijn

De scheidslijn tussen die twee wetten is kunstmatig en hierdoor dreigen veel patiënten tussen wal en schip te vallen. Het wetsartikel 2.3 van de Wfz, levert echter voor zowel patiënt, hulpverlener als samenleving een bedekter, maar daarom niet minder ernstig risico op.

Dat artikel 2.3 is een zogenaamd ‘schakelartikel’: het regelt dat de strafrechter tijdens het strafproces kan kiezen voor verplichte psychiatrische zorg volgens de Wvggz, in plaats van straf. Dit mag hij doen als de veiligheid van de samenleving in het geding is. In de praktijk kan dit betekenen dat een verdachte een strafbaar feit pleegt, voor de rechter moet komen en op verzoek van de rechter niet naar de gevangenis gaat, maar op een gesloten opnameafdeling van een psychiatrisch ziekenhuis terechtkomt, als voldaan wordt aan de criteria van de Wvggz .

Deze criteria houden in dat er sprake is van een psychische stoornis die ernstig nadeel oplevert voor betrokkene of anderen, dat niet met vrijwillige zorg (alleen) af te wenden is.

Dat is niet altijd een gekke zet van de strafrechter. De reguliere ggz zal aan sommige van deze patiënten een passende behandeling kunnen bieden, gericht op het goed behandelen van de psychiatrische klachten die mogelijk bijdroegen aan het strafbare gedrag. Denk aan een psychose.

‘Forensisch profiel’

Maar in andere gevallen komen ‘boeven’ in de ggz terecht: patiënten met een zogenaamd ‘forensisch profiel’. Dat forensische profiel betekent dat goede behandeling van de stoornis, bijvoorbeeld een psychose, niet genoeg is om nieuw strafbaar gedrag te voorkomen. Er zijn andere (risico)factoren die leiden tot strafbaar gedrag.

Deze patiënten gedragen zich binnen de kliniek ontwrichtend, dreigend of agressief, en daarbuiten plegen ze vaak nieuwe strafbare feiten. Voor patiënten met dit risicoprofiel is een forensische behandeling met bijbehorend hoog beveiligingsniveau nodig. Dat kan de reguliere ggz niet bieden. Waarom stuurt de strafrechter deze patiënten dan niet naar de forensische zorg? Helaas leidt het schakelartikel 2.3 niet zomaar tot de noodzakelijke forensische behandeling. Het biedt in principe toegang tot de ‘standaard’-zorg van de ggz, samen met en gelijk aan de zorg voor patiënten zonder strafblad.

Kosten

Dat was anders geregeld voor 1 januari: toen kwamen deze patiënten op kosten van het ministerie van Justitie en Veiligheid in aanmerking voor een hoog beveiligd bed in de forensische sector. Nu zijn deze kosten voor de rekening van de zorgverzekeraar. En die bedragen willen of kunnen zorgverzekeraars niet structureel ophoesten. Het gevolg hiervan is dat de forensische klinieken de deur dichthouden voor een patiëntengroep die qua profiel weliswaar bij hen past, maar waar voor ze te weinig betaald krijgen. Deze patiënten komen dan toch in de reguliere ggz terecht.

Het gevolg is dat de kans op geweldsincidenten in de reguliere ggz hiermee fors verhoogd is, omdat het ontbreekt aan voldoende beveiligingsmogelijkheden. Kwetsbare medepatiënten lopen risico betrokken te raken bij ernstige incidenten en lopen een passend herstelklimaat mis. Ook levert het risico op voor de samenleving als een patiënt onvoldoende behandeld wordt ontslagen van de afdeling, omdat zijn gedrag daar niet te hanteren is.

Beste plek

De oplossing zit in het herzien van de financieringsstructuur van de zorg voor patiënten via schakelartikel 2.3. Deze zorg zou weer door het ministerie van Justitie en Veiligheid moeten worden betaald. Als het ministerie garant gaat staan voor zowel de bekostiging van deze zorg als de plaatsing, dan belandt een patiënt weer op de beste plek.

Hiermee kan de forensische ggz haar belangrijkste opdracht, het veilig houden van de maatschappij, waarmaken. En anders is het wachten op een fors incident, dat mogelijk voorkomen had kunnen worden als de patiënt op de juiste plek was behandeld.

Anouck Visscher, Steven Kuijl en Pieter Prins zijn psychiater en geneesheren-directeurs Altrecht GGZ. Coen van Gestel is psychiater en geneesheer-directeur De Forensische Zorgspecialisten. Chefren ten Noever de Brauw is psychiater en geneesheer-directeur Fivoor. Daphne Kuijpers is psychiater en geneesheer-directeur GGZ Centraal. Erik Sikkens is psychiater en geneesheer-directeur Arkin. Sophie Koek is manager overige forensische zorg Fivoor. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden