Begroet emancipatie van de tweederangs burger

Burgers zijn gaan beseffen dat ze outsiders zijn en komen langs democratische weg in opstand.

Fractieleider Thierry Baudet op het partijcongres van Forum voor Democratie, 25 november.Beeld anp

Waardoor wordt de huidige onvrede met politiek en politici gevoed? Veel antwoorden verwijzen naar buitenpolitieke factoren zoals de gevolgen van globalisering of de langdurige economische crisis. Dergelijke verklaringen nemen de klachten over de politiek niet letterlijk. Onvrede richt zich tegen de politici, maar de vertolkers van die onvrede wordt verteld dat ze zich eigenlijk vergissen in de richting van hun kritiek.

Hier wil ik een politieke verklaring van de onvrede geven en ik zoek de bron ervan in de politieke situatie waarin liberale democratieën zich het afgelopen decennium hebben gemanoeuvreerd.

De klap van 11 september 2001 bood staten een unieke kans zich te herprofileren. Zij gingen zich opwerpen als onmisbare beschermer van de burgers. Veiligheid werd de primaire legitimatiegrond voor staatsingrijpen. Rechtsbescherming verschoof naar het tweede plan. De staat ging zich toenemend richten op preventie.

Ingrijpen voordat het kwaad is geschied, heeft problematische kanten. Niet de bewezen feiten, maar verwachtingen omtrent wat mogelijk feit zou kunnen worden, sturen de preventie.

De nadruk is komen te liggen op het inschatten en beperken van risico's, op hoe het mis zou kunnen gaan.

Niet alleen dingen, maar ook mensen zijn een risico. Daarom worden personen gekeurd op hun geschiktheid en betrouwbaarheid. De inlichtingendienst screent mensen die een veiligheidsgevoelig ambt gaan vervullen. Leidinggevenden in de financiële sector worden gekeurd door medewerkers van De Nederlandsche Bank.

Herman van Gunsteren.Beeld Martijn Hol

De nadruk op preventie en veiligheid produceert wantrouwen, niet alleen jegens vreemdelingen, maar ook tussen de staat en zijn burgers. De staat wil voor de veiligheid van burgers zorgen, maar om dit te kunnen doen moet hij diezelfde burgers in het gareel houden en bespioneren.

Terwijl de staat zich sterk maakte werden tegelijkertijd burgers mondiger. Zij kregen makkelijker toegang tot meer informatie en meer mogelijkheden hun stem te laten horen. Internet en sociale media hebben de totstandkoming en dynamiek van de publieke opinie drastisch veranderd. Mensen hebben geleerd een eigen mening te hebben, deze te uiten en te delen met gelijkgestemden. Ze zoeken zelf op internet en zijn minder dan voorheen aangewezen op vertrouwen in voorlichting door de overheid en andere officiële instanties.

De beter geïnformeerde burgers gaan beseffen dat ze in feite tweederangs burgers zijn. Dat waren ze altijd al, maar het besef ervan bleef vroeger diffuus. Het ideaal van vrije en gelijke burgers wordt in democratieën wel beleden, maar in de praktijk niet verwezenlijkt. Publieke functies zijn voor de meeste burgers moeilijk of niet toegankelijk. De tweederangsburgers zijn gaan beseffen dat ze met hun tweede rang ook outsiders zijn.

Wanneer dan bij referenda en presidents- of parlementsverkiezingen de burgers een beslissende stem kunnen uitbrengen, grijpen velen die zich buiten deze volksraadplegingen machteloos voelen de gelegenheid aan zich te laten horen en de autoriteiten te doen voelen wie er nu aan zet is. De outsiders komen in opstand tegen de elite. De tegenstelling outsider-elite wordt een dominant thema bij verkiezingen.

Om zin te hebben, moeten verkiezingen een verschil maken - tussen verkiezingen en wat er daarna gebeurt moet een herkenbaar verband zijn.

Wanneer de outsiderpartijen aan de regering deelnemen, zoals de Lijst Pim Fortuyn of Wilders' gedogende PVV, dan ervaren de gevestigde partijen hun gedrag als chaotiserend en wijzen verdere samenwerking af. Mede daardoor verliezen die gevestigde partijen aanhang. Ze kunnen dan slechts hun 'verantwoordelijkheid nemen' door samen te klonteren. Door de outsiders worden zij als elite samengedreven.

Zo lang dit nog duurt, lijkt er tussen de situatie vóór en na de verkiezingen weinig verschil. Daardoor verdwijnt het afwisselen van regeren en oppositie voeren en verliest de democratie haar vitaliteit.

In het hier geschetste perspectief heeft de huidige onvrede over politiek en politici ook goede kanten. Burgers accepteren niet langer zwijgend hun tweederangs status. Ze komen in opstand, maar wel langs democratische wegen. Tel je zegeningen, zou ik zeggen, in plaats van te klagen over hun foute stemgedrag. Begroet de emancipatie van de tweederangs burger. Maar dat vereist een vitale democratie.

Herman van Gunsteren is emeritus hoogleraar politieke theorieën, RU Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden