Opinie

Bedenkt eer gij herdenkt

Het ontwerp voor het nieuwe Holocaust- monument wordt ingegeven door de misvatting dat iets enorms ook herdacht moet worden met iets enorms, menen auteur Abram de Swaan en kunstenaar Hans van Houwelingen.

Binnenkort beslist de Amsterdamse gemeenteraad over het plan voor een nieuw en monumentaal gedenkteken voor de meer dan honderdduizend Joden, Roma en Sinti die door de nazi's uit Nederland werden weggevoerd en in de vernietigingskampen vermoord. Dat voornemen houdt de gemoederen nauwelijks bezig. En dat is een slecht teken.

De Holocaust vormt het absolute dieptepunt in de geschiedenis van Europa. De naoorlogse geschiedenis van de Europese eenwording, maar ook het intellectueel en artistiek klimaat zijn voor een groot deel te begrijpen als een reactie op die ramp - een ramp die mensen door mensen werd aangedaan. Het heeft een generatie geduurd voordat die vernietiging in haar volle omvang begon door te dringen tot de publieke opinie in Nederland en de omringende landen.

Tegen alle verwachting is sindsdien de herinnering niet vervaagd, maar in volgende generaties juist heviger opgeleefd. In de loop der jaren zijn de accenten in die herinnering verschoven, historici en memoireschrijvers kwamen met nieuwe zienswijzen en van tijd tot tijd deden zich heftige meningsverschillen voor over de interpretatie van de feiten. Het lijkt wel alsof de Tweede Wereldoorlog, en in het bijzonder de moord op de Joden, nu meer leeft in het besef dan vijftig jaar geleden.

Er bestaat dan ook in Nederland een uitgebreide en levendige herdenkingscultuur rondom de Holocaust, met Amsterdam als middelpunt. Het opmerkelijkst is de onophoudelijke toeloop van jonge toeristen uit alle hoeken van de wereld voor het Anne Frankhuis. Anne Frank is een icoon geworden, een imago dat niemand in de moderne wereld kan ontgaan: een jong Joods meisje, lieftallig en begaafd, door de barbaren weggehaald en stukgemaakt. Als een enkel, herkenbaar mens staat zij voor vele miljoenen lotgenoten.

Grote toeloop

Ook de korte stilte op 4 mei wordt meer en meer beleefd als een herdenking van de Holocaust. Dat moment voor het monument op de Dam in Amsterdam en bij tal van ander gedenkplaatsen in Nederland kent al vele jaren een grote toeloop en die mindert niet.

Er is bovendien in Amsterdam een aantal Holocaustmonumenten: onder andere het Auschwitz-monument van Jan Wolkers in het Wertheimplantsoen, het monument voor de Joodse wezen, aan de Amstel voor het Stadhuis, de namenwand in de Hollandse Schouwburg voor de Joden die vandaar werden weggevoerd naar de vernietigingskampen. Met een Nationaal Holocaustmuseum is sinds kort een begin gemaakt en daarin kan nog van alles worden gerealiseerd.

Nu moet de gemeenteraad beslissen over een voorstel voor een nieuw Holocaustmonument aan de Weesperstraat. Uiteraard, er is geen enkele twijfel dat het gedenken van de ergste ramp een mensenplicht is en dat het mensen kan helpen zich te bezinnen op goed en kwaad en de noodzaak om alle tirannie te weerstaan, ook hier, ook nu. Maar wat voegt het nieuwe Holocaustmonument toe aan de gedenkplaatsen die daarvoor al zijn opgericht? Het huidige Holocaustmonument in de Amsterdamse Hollandse Schouwburg omvat 6.700 familienamen van omgebrachte mensen. Wie het wil, kan online een digitaal monument bezoeken, waar elk afzonderlijk slachtoffer een eigen pagina heeft met alle beschikbare en vermeldenswaardige gegevens. De terughoudendheid van deze opzet laat de toeschouwer de ruimte om zich een eigen voorstelling en eigen gedachten te maken.

Afmetingen

Het nieuwe monument is allereerst uitzonderlijk door zijn afmetingen. Rond een gedenkplaats vouwt zich een 400 meter lange muur in blauw beton, van bijna 3 tot haast 5meter hoog, waarin de namen en voornamen staan gebeiteld van alle 102 duizend mensen die de nazi's deporteerden en in de kampen hebben omgebracht: tweehonderdvijftig namen per strekkende meter.

Herdenken is altijd problematisch en meest van al als het gaat om een zo onverwerkbaar gegeven als de Holocaust. Al te vaak wordt een monument geplaatst om het denken van de toeschouwers over te nemen - het gedenkt voor hen. Het monument dicteert de moraal, zelfs de emotie die men geacht wordt te voelen. Dictators blinken uit in deze enkelvoudige ordening - de grootsheid van de leider is vertaald in de grootte van zijn standbeeld. De onderdanen kennen hun plaats en hoeven daar verder niet bij stil te staan. Met dit monument van de Jodenmoord dreigt iets dergelijks te gebeuren. Het ontwerp is ingegeven door de misvatting dat iets enorms ook herdacht moet worden met iets enorms. Het wordt daarmee zelf tot enormiteit. Het is ontworpen in de gebiedende wijs: Gedenk. En nu. En hier.

Daniel Libeskind, die het plan heeft gemaakt voor het monument aan de Weesperstraat, is ook de architect van het Joods Museum in Berlijn uit 2001, dat vooral werkt als gedenkteken. Enge ruimtes, donkere gangen en smalle kiertjes licht geven de bezoeker een unheimisch gevoel, dat iets moet suggereren van een 'Holocaustbeleving'. Maar die suggestie is onecht en misplaatst. Het Joods Museum biedt de talloze bezoekers een geregisseerde emotie en schiet alleen daarom al zijn doel voorbij.

Monumentaal cliché

Wat de artistieke kwaliteit van Libeskinds ontwerp voor het nieuwe Holocaustmonument betreft: het is een monumentaal cliché. De opsomming van de namen, een dodenlijst in steen, is telkens weer herhaald sinds Maya Lin in 1982 het toen overdonderende Vietnam Veterans Memorial ontwierp: een muur met de namen van bijna zestigduizend gesneuvelde Amerikaanse militairen. Sindsdien werd het concept ook nagevolgd voor gedenktekens van de Holocaust, in klein formaat in de Hollandse Schouwburg in 1993, in groot formaat voor het Parijse Mémorial de la Shoa van 2005. Het ontwerp van Libeskind overtreft Maya Lins kunstwerk uiteraard in omvang en gewicht, maar bepaald niet in vormgeving en zeggingskracht.

Op de nu aangewezen plek aan de Weesperstraat staat bovendien al het 'dankbaarheidsmonument' uit 1950. Het was het eerste oorlogsmonument in Nederland en het moest op instigatie van hogerhand de erkentelijkheid van de Nederlandse Joden aan hun 'beschermers' in oorlogstijd uitdrukken. Nadat driekwart van de Nederlandse Joden was uitgeroeid, moest het laatste kwart dankjewel zeggen. Bij de inwijding ontbrak dan ook de Joodse Gemeente. Het aanvankelijk ontwerp, van de beeldhouwer Jaap Kaas, behelsde, toen al, een namenwand. Dat voorstel werd niet dankbaar genoeg gevonden en afgewezen.

Bij dit monument staat vrijwel niemand stil. Dat is misschien maar beter ook, want in deze tijd wekt de zelfingenomenheid van de naoorlogse Amsterdamse goegemeente vooral schaamte. Oorlogsverleden en vredig heden raken er in een netelige kluwen verstrikt. Daarom moet dit veelbetekenende gedenkteken blijven staan waar het staat, zoals het er staat, want het geeft te denken en noodt inderdaad tot herdenken.

In de berm

Een monument voor de Holocaust, daar kan een behoorlijk mens niet tegen zijn. Maar kennelijk zijn er ook maar heel weinig mensen vóór. Er was wat ophef over de plaats waar het moest komen. Toen vervolgens de keuze viel op een plek langs de uitvalsweg van de oude Jodenbuurt naar het Gooi verstomde het rumoer. In de berm heeft blijkbaar niemand er last van. Maar over het ontwerp zelf en over de zin van het project is vrijwel niet gesproken. In Joodse kringen zijn de meningen verdeeld en blijft het bedrukkend stil. Van historici gespecialiseerd in het onderwerp is weinig of niets vernomen. Kunstenaars en kunstinstituten doen er het zwijgen toe. Je mag toch verwachten dat voor een zo grootschalig, zo zwaarwegend, zo onverplaatsbaar, onafbreekbaar, onvermurwbaar, megalomonumentaal project meer nodig is dan de pressie van het Auschwitzcomité, een knikje van de burgemeester en een hamerstuk in de gemeenteraad.

Met Daniel Libeskind, een architect van wereldfaam, zou het wel goed komen met een zo precair project als het Holocaustmonument, moeten de initiatiefnemers en de autoriteiten gedacht hebben. Iedere andere ontwerper zou voor een aanmerkelijk lager budget met vele deskundigen en betrokkenen jarenlang hebben moeten overleggen voordat het ontwerp uiteindelijk op zijn artistieke en inhoudelijke merites werd beoordeeld. Een hedendaags monument moet feiten openbaren en tegenstrijdigheden, dilemma's, gevoeligheden en conflicten in allerlei kruisverbanden en met verschuivende perspectieven in de tijd. Een eerste vereiste is dat het oproept tot reflectie en niet bij voorbaat de emoties van de toeschouwer verordonneert.

De gigantische betonnen wal die nu wordt opgetrokken zal nog heel, heel lang staan. Maar vormgeving en grondgedachte zijn nu al achterhaald.

Bedenkt eer gij herdenkt.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.