Column Chris Oostdam

Bedankt Volkskrant en lezers. Het gaat u – en mij – hopelijk nog lang goed

Toen ik twintig maanden geleden volkomen onverwacht het slechte nieuws hoorde dat ik ongeneeslijk ziek ben – longkanker stadium IV, en er is geen stadium V – stond mijn wereld op zijn kop. In die eerste tijd van ongeloof, verdriet en regelrechte paniek, kreeg ik het idee er een column over te schrijven. Meestal kauw je een tijdje op zo’n impulsieve inval en de meeste invallen verdwijnen dan geruisloos in het grote niets, maar deze keer, voortgedreven door een diep gevoel van haast, handelde ik meteen. Ik stuurde een mail naar de Volkskrant. Toen ik niet stante pede antwoord kreeg, stuurde ik er een pissig mailtje achteraan naar toenmalig hoofdredacteur Philippe Remarque: dat ik het best vond als ze er niks in zagen, maar dat ik dat dan wel wilde horen, want ik had al bijna geen tijd meer. Uiteraard kreeg ik toen wel meteen reactie en daarna ging het snel. Ze wilden een stukje proeflezen en een maand later al verschenen mijn eerste twee bijdragen.

Er is me vaak gevraagd hoe ik op het idee kwam. Eerlijk gezegd weet ik dat niet zo goed. Maar erover nadenkend zijn er twee achterliggende redenen. Eén: ik dacht dat het mezelf zou helpen om het nieuws te verwerken, om invulling te geven aan de rest van mijn ineens zo drastisch ingekorte leven. En twee: ik realiseerde me dat het helemaal niet zo bijzonder is wat mij overkwam. Zoveel mensen krijgen onverwacht slecht nieuws te verwerken. Kanker, ALS, dementie. Voor al die mensen geldt dat hun leven overhoop gaat, dat je moet leren omgaan met deze nieuwe werkelijkheid, moet wennen aan het idee dat je doodgaat en afscheid moet nemen van degenen die je lief zijn. Ook voor hun naasten verandert het perspectief ingrijpend en definitief. Een wezenlijk ander proces dan de rouw die je ondervindt als een geliefde plotseling wordt weggerukt door een hartstilstand of een verkeersongeluk. Voor die mensen heb ik een soort klankbord willen zijn. Gelet op de reacties die ik heb gekregen is dat gelukt. Het was herkenbaar voor degenen die hetzelfde hebben meegemaakt, die er op dezelfde manier mee omgingen of juist helemaal anders. Maar die bovenal de troost hebben ervaren dat er ondanks de narigheid nog zoveel moois te beleven valt.

De eerste, meer persoonlijke functie hebben mijn stukjes zeker ook gehad. Door het schrijven over wat ik meemaakte, werd het voor mezelf beter behapbaar. De limiet van 500 woorden dwong me compact te schrijven, goed te selecteren: wat is nu echt de kern van wat ik wil zeggen, van wat ik voel.

de Volkskrant wil er nu mee stoppen. Hoewel ik misschien liever was doorgegaan tot ook het gedoe met uitkeringen achter de rug is, snap ik dat wel. En in feite is elk moment om te stoppen arbitrair.

En hé, ik ben er nog hè? Ik voel me, nu ik gewend ben aan een ander tempo en andere manieren waardeer om de dag door te komen dan keihard werken, een gelukkig mens. Bedankt Volkskrant. Bedankt lezers. Het gaat u – en mij – hopelijk nog lang goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden