ColumnSylvia Witteman

Bedankt, storm: geen Chris Kip, geen Pietersma Patat, geen Slips Voor Iedere Bips

Beeld .

Alles goed en wel met die storm, maar hij/zij had het deze keer toch mooi niet voor elkaar gekregen om het dakraam eraf te blazen, zoals vorig jaar wél, en het jaar daarvóór en het jaar dáárvoor. Breek me de bek niet open. Vooral die ene keer toen het ook nog stortregende, boven op het bed van mijn zoon, en ik, rondrennend met emmers, uitgleed over de spekgladde vloer en met mijn kop tegen de bedrand knalde.

Dat gaf een mooie grote hersenschudding, plus bijverschijnselen: de angst dat het rondvliegende raam niet op straat terecht was gekomen, maar op een kleuter, poes, oud vrouwtje of oorlogsheld; de Erkende Dakdekker die best midden in de nacht wil langskomen om een Erkend Slappe noodoplossing te knutselen, maar daar dan wel een Erkend Schofterige som gelds voor wil hebben (waarna er de volgende dag een nóg Erkendere Dakdekker moet komen om er een houdbaar nieuw raam in te zetten, dat uiteindelijk al net zo min houdbaar blijkt als het vorige) plus slapeloze nachten in herinnering aan, en anticipatie op, de boven beschreven gebeurtenissen.

Dat viel dus mee, deze keer. De nieuwe dag begon met een intact hoofd, dito dak en een klein zuchtje wind. De storm was voorbij en mócht hij al een spoor van vernielingen achter zich hebben gelaten, dan toch voor de verandering niet bij mij.

Blij stapte ik op de fiets, naar de markt. Vis moest ik hebben, bloemen, sinaasappels, koriander, selderij, belegen boerenkaas, en een paar oesters misschien, om het te vieren, van dat raam. Daar fietste ik de Albert Cuypstraat al in, denkend aan wat ik zou gaan koken, toen het noodlot alsnog toesloeg: geen markt. Niets. Geen knollen, geen kazen, geen vissen, geen broden, geen Chris Kip, geen Pietersma Patat, geen Slips Voor Iedere Bips.

Ik fietste de lege markt op. De groenteboer was er wél, zij het uitsluitend inpandig, en bevestigde mijn vermoeden: alle marktlui waren weggebleven door de storm. Die dus alweer voorbij was. Nou, dan maar naar de Appie.

Ter hoogte van eethuis ‘Wan Pipel’ trof ik een dikke man, stokstijf stilstaand, midden op de lege markt. Aan zijn weerszijden lagen twee grote, hoopvolle, maar eveneens lege boodschappentassen. Hij keek alsof hij door de bliksem was getroffen. Hij opende zijn mond. En hij begon te schreeuwen.

‘Het wááit godverdomme geeneens meer!’, riep hij. Wat ís dit voor een kutland? Wat zíjn dat voor watjes?’ En, zo mogelijk nog harder: SLAPPE ZAKKEN! LAFFE EIKELS! HOMO’S!’ Woedend schopte hij tegen zijn lege tas.

Dat van die homo’s was niet aardig.

Maar afgezien daarvan: ik begreep hem wel.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden