Opinie Thierry Baudet

Baudets redenering is te typeren als afschuifseksisme: vrouwen de schuld geven van maatschappelijke problemen

Met zijn Amerikaanse ­essay over vrijheid plaatst FvD’er Baudet zich in een schuldzoekende traditie.

Zangeres Karin Bloemen zoent Thierry Baudet op de mond, vrijdagmiddag 17 mei aanwezig bij de viering van honderd jaar Algemeen Kiesrecht in de Ridderzaal in Den Haag. Beeld Hollandse Hoogte / Frank van Beek

Thierry Baudet behandelt een belangrijke kwestie in zijn veelbesproken ­essay over Houellebecq, namelijk wat vrijheid vermag. Vrijheid is in onze samenleving de afgelopen decennia voor de meeste mensen flink toegenomen. Hoe moeten we dat waarderen? Heeft het ook schaduwzijden? Kun je ook te veel vrijheid hebben? Is er een verband tussen toegenomen vrijheid en toegenomen eenzaamheid? Weten we niet meer hoe we ons langdurig met anderen kunnen verbinden, en komt dat door onze toegenomen vrijheid?

Nieuw zijn deze vragen niet. Ze liggen bijvoorbeeld ten grondslag aan het ontstaan van de sociologie in de tweede helft van de 19de eeuw. Sociologen als Emile Durkheim maakten zich destijds ook al zorgen over de toegenomen vrijheid die zou leiden tot het uiteenvallen van de samenleving: tot atomisme. Als sociale verbanden als familie, dorp en traditie – in de 19de eeuw als gevolg van industrialisatie en verstedelijking – minder dwingend worden en mensen meer op zichzelf zijn aangewezen, raken mensen ­verloren en neemt zelfmoord toe, ­betoogde Durkheim.

Wat Durkheim echter niet deed, is deze maatschappelijke problemen wijten aan bepaalde bevolkingsgroepen, zoals Joden, ketters, zwarten, heksen of vrouwen. Als Joods intellectueel kende hij de gevaren daarvan van binnenuit.

In die schuldzoekende traditie plaatst Baudet zichzelf echter wel. Hij stelt zijn vragen over vrijheid weliswaar in algemene termen, als kwesties die ons allen aangaan. Maar in zijn antwoorden geeft hij de schuld aan vrouwen. Vrouwen hebben de traditionele rol van het steunen van hun man verworpen en zijn carrière gaan maken. Ze zijn gaan streven naar een ‘gelijke’ relatie waarin ‘genderrollen’ uitwisselbaar zijn, schrijft hij.

Het gevolg: ze krijgen minder kinderen en relaties gaan naar de knoppen. ‘Werk en kinderen beperken vaak de tijd die voor het onderhoud van een toegewijde relatie nodig is.’ Met als ‘onvermijdelijk gevolg’: ‘permanente conflicten, constante competitie en ten slotte gevecht, scheiding en sociale isolatie en een nieuwe generatie jongens en meisjes die opgroeien in ontaarde omstandigheden.’ Ook geeft hij en passant het recht op lichamelijke zelfbeschikking een tik: tegenwoordig mag ‘zelfs nieuw leven (in de baarmoeder) vernietigd worden om verstoring van individuele vrijheid te vermijden’.

Vrouwenemancipatie geeft Baudet ook de schuld van ‘verleidelijke kicks’ die ‘we’ als ‘bevrijde individuen’ niet kunnen weerstaan, zoals ‘tv, internet en pornografie’, die ‘organische seks en fysieke intimiteit’ zouden hebben vervangen.

Baudets redenering is te typeren als afschuifseksisme: een maatschappelijk probleem aan de orde stellen en vervolgens in plaats van na te denken over maatschappelijke oorzaken en de eigen rol daarin, de schuld geven aan vrouwen. Te onderscheiden van bijvoorbeeld angstseksisme (zich bedreigd voelen door vrouwen) of slaperigheidsseksisme (even vergeten dat vrouwen ook mensen zijn). Varianten van afschuifseksisme zijn afschuifantisemitisme wanneer ­Joden de schuld krijgen, afschuif­racisme wanneer migranten of zwarten daarvoor worden aangewezen en afschuifhomofobie als de schuld bij homo’s wordt gelegd.

Voor iemand die zich erop voorstaat helder en diep te kunnen denken, zijn deze redeneringen opvallend rommelig en lui. Baudet bespreekt slechts een boek van Houellebecq, is zijn verdediging, maar dat is laf. Hij distantieert zich namelijk nergens van Houellebecq. Het is een eigen betoog, met gebruik van Houellebecq.

Als Baudet het belangrijke thema van de vrijheid daadwerkelijk wil overdenken, zou hij zonder bepaalde groepen de schuld te geven, vrijheid als maatschappelijke kwestie centraal moeten stellen.

Dan past ten eerste een onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid: de vrijheid ván, en de vrijheid tót. Baudet ziet uitsluitend negatieve vrijheid: vrijheid van traditionele verplichtingen en rollen, waaruit volgens hem slechts losbandigheid, desintegratie en chaos kan volgen. Positieve vrijheid is echter de vrijheid om zelf vorm te geven aan je leven en daarbij bijvoorbeeld ook uit vrije keuze een langdurige relatie aan te gaan. De vrijheid om gelijkheid vorm te geven, zodat partners allebei gelijkwaardig werken en zorgdragen voor kinderen.

De vrijheid om abortus te plegen omdat je niet het kind van je verkrachter of ex wilt dragen of omdat een (nieuw) kind niet verenigbaar is met reeds aangegane plichten jegens andere mensen of maatschappelijke taken. Anders dan negatieve vrijheid staat positieve vrijheid niet noodzakelijk op gespannen voet met loyaliteit, gemeenschapszin, familiebanden.

Het andere denkwerk dat Baudet verzuimt te doen, is over zijn eigen ­ervaringen na te denken in plaats van ervaringen projecteren op anderen. Is hij zelf een losgeslagen individu dat geen weerstand kan bieden ‘verleidelijke kicks’ als porno en daardoor geen langdurige relaties kan aangaan? Zo ja, waarom zijn werkende vrouwen daarvan de schuld? En zo nee, over wie gaat dit dan wel, als het niet over hemzelf gaat?

Vrijheid is een belangrijk thema om te overdenken, inclusief de schaduwzijden van eenzijdige negatieve vrijheid en de relatie met gelijkheid en solidariteit. Maar dan zouden we wel vooruit moeten denken in plaats van achteruit.

Hoe kunnen we bevorderen dat mensen uit vrijheid nieuwe vormen van gelijkwaardigheid en solidariteit aangaan? Daar zijn tegenwoordig heel interessante voorbeelden van te vinden, van nieuwe vormen van onderlinge hulp en zorg tot en met langdurige relaties van mensen die uit vrijheid voor gebondenheid kiezen. Baudet zou er goed aan doen daar eens naar te kijken.

Het is ongelofelijk dit soort afschuifseksisme nog mee te moeten maken, veertig jaar na de strijd om abortus en economische zelfstandigheid. Afschuifseksisme was tot voor kort ook in de minderheid, omdat de meerderheid al lang bezig is om deze rechten verder vorm te geven.

Het is te hopen dat Baudets kiezers zich realiseren waar ze voor kiezen en zich achter de oren krabben of ze de klok echt meer dan veertig jaar terug willen draaien.

Evelien Tonkens is hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.

‘Wat Baudet niet ziet is dat bij Houellebecq juist de vrouwenfiguren vaak sterk zijn’

Martin de Haan is dé Houellebecq-deskundige in het Nederlandse taalgebied. In dit interview reageert hij op de commotie die Thierry Baudet in het zicht van de Europese Verkiezingen heeft veroorzaakt door Houellebecq te gebruiken om zijn afkeuring uit te spreken over euthanasie, abortus en feminisme. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden